Het potentieel van de Beenhouwersstraat is groot, alleen – zoals Artistotels ons leerde – moet altijd een onderscheid gemaakt worden tussen net dat potentiële en het actuele. Op dit moment worden stappen gezet om de buurt op te ruimen, zij het dat men in het visuele blijft steken. De kern, vrezen we, blijft onaangeroerd.

Muziek en woorden kunnen de meest sombere oorden als iets aantrekkelijks voorstellen. Slagvelden, getto’s, noem maar op… En de Beenhouwersstraat. Bekend in heel Vlaanderen door het liedje van Johan Verminnen uit 1979, krijgt een niet-kenner al snel de indruk dat het om een hippe plek gaat, een beetje een Soho avant la lettre.

Persoonlijk, we zaten nog in de kleuterklas toen Verminnen zijn ‘Rue des bouchers’ uitbracht, hebben we het steeds als een te mijden plek ervaren. Een gastronomisch zootje was het daar, en dat is het nog steeds. Handig om wat naïeve toeristen in de val te lokken (het beeld van de Japanner met een kom mediocre mosselen en een glas bier voor hem, is meer dan een cliché), maar voor het overige geen spek voor de bek van de échte Brusselaar. Of wel? Sommige adressen lonen wel de moeite, ‘Aux armes de Bruxelles’ om er slechts één te noemen. Sinds vele jaren een adres van vertrouwen. Een kolfje naar de hand voor de liefhebber van de traditionele Belgisch-Franse keuken: garnaalkroketten, een entrecote en als afsluiter een dame blanche met een flinke portie slagroom, zo’n menu bedoelen we. Maar goed, dat is de uitzondering die de regel bevestigt.

Witwaspraktijken

Wat het ergerlijkste is, dat zijn de zogenaamde ‘lokkers’. Binnenwippers, zeg maar. Lui die op straat klanten ronselen, vaak op een opdringerige manier, soms zelfs met fysiek contact. De stad Brussel trad jaren geleden op tegen dergelijke praktijken, maar zeker in deze stad gaapt vaak een enorme kloof tussen het verbieden en het feitelijk afdwingen van een verbod. Trouwens, het probleem van de Beenhouwersstraat overstijgt dit visuele aspect. Het is algemeen geweten dat de Ilot sacré, de naam die de wijk draagt, één groot witwasapparaat is. Het voorleggen van een (h)eerlijke keuken is niet de sterkste kant van die eettenten. Sjoemelen des te meer.

Veiligheid

Vorig jaar werd een nieuw hoofdstuk aangesneden. Een brand deed zich voor, maar door de luifels raakte de brandweerwagen moeilijk ter plekke. Dus kwam er een verbod op die luifels. Net zoals de buitenactiviteiten, terrassen of wat daarvoor moet doorgaan, niet langer toegelaten waren. Behalve in de zomer, dat spreekt. Moord en brand, schreeuwden de getormenteerde plaatselijke middenstand. En ja, zelfs op deze plek, die door de UNESCO als werelderfgoed erkend is (de luifels bederven het zicht op vaak erg mooie gevels), speelt … racisme. Het leverde surrealistische beelden op. Een (Noord-Afrikaanse) restaurantuitbater die de Brusselse burgemeester Mayeur (PS) racisme en facisme voor de voeten werpt; je komt het niet alle dagen tegen zo’n vermakelijke televisie. Dat argumenten van veiligheid ingeroepen worden om een “opkuis” van de wijk mogelijk te maken, snijdt dan weer wel hout. Werken aan de visuele kant is een begin. Meer is echter nodig, alleen is de vraag in hoeverre daar een politiek draagvlak voor bestaat. Ergens denken we het antwoord te kennen.

KNIN