Scheiden doet lijden, vaak bij elke betrokken partij. In de Brexit-saga stelt de Europese Commissie zich alvast hard op. Begrip wordt nauwelijks aan de dag gelegd, en bloeden zullen ze die Britten. Maar hoe verstandig is die houding? Dit is geen ‘nulsomspel’, zoals een zero-sum game in de taal van Vondel heet. Twee winnaars aan de eindmeet is in deze misschien wat utopisch; twee verliezers is echter een reële bedreiging.

Brexit-tijd; hoe is het hiermee gesteld? Het volk sprak zich uit voor een vertrek, zij het met een nipte meerderheid. De beslissing werd onderwerp van een Brits staatsrechtelijk dispuut, maar ongeacht de rol die voor het parlement weggelegd is: “a Brexit means a Brexit”, om premier May te citeren. Het fameuze artikel 50 zal normaal deze maand geactiveerd worden, waarna de geest uit de fles is, al menen velen dat de metafoor van Pandora en haar doos vol kwalen geschikter is. Want dat is zowat de sfeer die thans eerst. Zo, de Britten willen de club verlaten. Welnu, economische plagen zullen over het perfide Albion neerdalen. Ze zullen boeten én betalen, de snoodaards.

Financiële eis

En zoals dat gaat met scheidingen, zeker wanneer er veel geld mee gemoeid is, worden er financiële eisen gesteld. 60 miljard euro zou Londen in eerste instantie moeten neertellen, een soort schadevergoeding om uit de EU te mogen treden. Weigert Londen die som op tafel te leggen, dan dreigt men de gesprekken gewoon niet te voeren. Knap vervelend, aangezien tijd geen bondgenoot is van de Britten. Een kleine twee jaar is voorzien om tot een regeling te komen (de facto iets minder dan de twee jaar die het EU-Verdrag voorschrijft), daarna staat het Verenigd Koninkrijk gewoonweg buiten de EU. Ongeacht of een regeling bereikt werd.

Dat de Fransen een scherpe positie innemen, ligt in de lijn van de verwachting. Anti-Britse sentimenten zijn een vast onderdeel van het Frans DNA, en ergens beleven ze nu het momentum om zich eens stevig uit te leven. Zorgwekkender voor de Britten is dat ook Duitsland zich op deze harde lijn lijkt te positioneren, of is dit slechts een pose? “Een toepassing van artikel 50 betekent dat de Britten alle kosten moeten dragen die voortvloeien uit hun engagementen als lid”, staat het sec in een officieel communiqué. Benieuwd in welke fase van politieke profilering we ons nu bevinden. En hopend dat weldra tijden van meer economisch Vernunft zullen aanbreken.

Twee paden

Er is een courante voorstelling van zaken, trouwens meer politiek dan economisch geïnspireerd. Het VK kan twee paden bewandelen, luidt het. De eerste optie is een keuze voor het zogenaamde Noorse model, wat betekent dat het toegang verkrijgt tot de Europese interne markt. Alleen gaat dit obligaat gepaard met het erkennen van vrij verkeer van personen, wat de Britten dan weer niet zien zitten. Controle verwerven over de immigratie was nu eenmaal een doorslaggevend element in het debat dat aan het Brexit-referendum voorafging. Er moet echter gekozen worden; het is vis of vlees. De tweede piste bestaat erin binnen het raamwerk van de Wereldhandelsorganisatie gesprekken aan te knopen met de EU en tientallen andere landen, wat een erg omslachtige operatie is. Voor Paul de Grauwe (enkele jaren geleden van de KUL naar de London School of Economics verkast) is er geen derde weg mogelijk. “Er kan geen speciale deal met het VK gesloten worden”, benadrukt hij op zijn persoonlijke blog. Non datur tertium. Hoewel.

Eenarmige econoom

Het roept de herinnering op aan die wens van de voormalige Amerikaanse president Truman die zo graag een eenarmige economist als adviseur wou. Want doorgaans zeggen die dat je aan de ene kant dit heb, en aan de andere weer wat anders. Liever had hij één enkele mening, zonder ruimte voor twijfel of alternatief. Alleen blijven economisten wat ze zijn. “Deze benadering klopt niet”, meent de vooraanstaande Duitse gildegenoot Hans-Werner Sinn in The Guardian. “De werkelijkheid is dat vrijhandel met de EU niet gepaard dient te gaan met het vrij verkeer van personen.” Meer zelfs: “De voordelen van vrijhandel worden vaak vervangen door die van vrij verkeer van personen, maar er zeker niet door versterkt.”

Het is inderdaad voer voor economisten, maar wellicht speelt er iets anders. Wat als andere landen hetzelfde gaan eisen? Zal het Britse vertrek de deur openzetten voor meer asymmetrische verhoudingen? Zullen relaties sui generis de bovenhand nemen op de uniformiteit? “De vrees bestaat dat indien de Britten een degelijke deal in de wacht slepen, andere lidstaten wel eens hetzelfde zouden willen”, aldus nog Sinn. “De wil om de Britten te straffen draait ook rond het vermijden van een precedent.”

Belangwekkende studie

Begin februari lekte een studie uit, geschreven in de schoot van de Europese Commissie, voor alle duidelijkheid, niet in de periferie van Downing Street. Een verkeerd akkoord (“badly designed”) met de Britten zou wel eens “nare gevolgen kunnen hebben voor de overblijvende 27 lidstaten”, klinkt het. Essentieel is het belang van de Londense city voor al die landen. Iets te makkelijk stelt men het voor alsof dergelijke diensten probleemloos overgeplaatst kunnen worden naar Frankfurt, Parijs of Amsterdam. De werkelijkheid is gevoelig complexer. “Het uitsluiten van het belangrijkste Europese financiële centrum uit de interne markt, zou negatieve effecten kunnen hebben op het vlak van groei en tewerkstelling in de EU”, concludeert men. Wat staan we toch ver van die politieke scherpslijperij.

Byzantium

En als we nog eens een politicus willen horen: Kristian Jensen, de Deense minister van Financiën, wees er onlangs fijntjes op dat de EU “niet langer hetzelfde geld zal kunnen uitgeven van zodra de Britten eruit zijn”. Het VK is de tweede grootste nettobetaler van de EU, goed voor een jaarlijkse injectie van bijna tien miljard euro. Niet onbelangrijk op een begroting die ergens rond de 150 miljard euro uitkomt. Niet toevallig werd aan Britse zijde al geopperd dat tegenover toegang tot de Europese interne markt een zekere bijdrage zou kunnen staan.

Enkele weken geleden werd in het Europees Parlement hevig gedebatteerd over de toekomst van het post-Brexit-Europa. De hevige discussie, waar Guy Verhofstadt – uiteraard – bij betrokken was, kristalliseerde rond de vraag of een Europa met twee snelheden nodig is. Voor de voormalige premier is dit zo, maar anderen delen die mening niet. Dergelijk geklets doet denken aan de nadagen van Byzantium; terwijl de Turken over de stadsmuren kropen, hielden de Grieken zich onledig met ongemeen boeiende gesprekken over het geslacht der engelen.

Michaël Vandamme