Praten met Olivier Boehme

2017-11_11_Olivier_Boehme (Medium)“Het Europese paradijs is niet eeuwig”

Europa, België en Vlaanderen zijn welvarend, kenden jarenlang vrede, en zijn blind geworden voor de gang van de geschiedenis. Die kent hoogten en laagten. Naderen wij door Donald Trump, Theresa May, Marine le Pen en Geert Wilders een laagte met kans op een handelsoorlog die ons paradijs verminkt? Olivier Boehme, een Vlaamse specialist van de economische geschiedenis, is verwonderd over de vanzelfsprekendheid waarmee wij onze welvaart als eeuwig beschouwen.

De Pruisische familie Boehme woont sedert de napoleontische tijd in België en spreekt haar naam nog steeds uit op zijn Duits, met een eu. Olivier Boehme, een nazaat, is een actieve specialist van de economische geschiedenis en hij schrijft het ene na het andere merkwaardige boek. In zijn laatste werk “Europa, een geschiedenis van grensnaties” toont hij dat landen grenzen hebben, maar zelf grens kunnen zijn. De geschiedenis van Europa is de geschiedenis van “grensnaties”, met op kop België, Nederland, Luxemburg en Zwitserland, maar dat geldt of gold ook voor gebieden in Centraal-Europa die eeuwenlang door de Habsburgers beheerst werden.

Allemaal prima, zal u denken, maar wat heb ik daaraan? Veel, want met die kennis heb je meer inzicht in twee hoofdproblemen van vandaag: economisch nationalisme en protectionisme, waar het ene land straffer mee uitpakt dan het andere. De VSA voeren traditioneel een politiek van economisch nationalisme en president Trump is een protectionist. In Nederland woog de politieke klasse zwaar mee voor een oprisping van economisch nationalisme bij de verdediging van PostNL tegen de belager Bpost. Marine le Pen zet in op meer Frans politiek en economisch nationalisme met bruggetjes naar protectionisme. Theresa May, de Britse premier, drijft haar land van de EU naar de mercantiele onafhankelijkheid.

‘t Pallieterke: een groep van zeven economen uit zes landen publiceerde zopas de studie “Economics of Populism” en zegt dat Europa klaar moet staan voor een handelsoorlog?

Olivier Boehme: “Ik vind het vreemd hoe wij Europeanen geloven dat wij kunnen blijven leven in zalige welvaartslanden als onderdeel van een welvaartscontinent. De huidige en de vorige generaties beseffen onvoldoende in wat voor geprivilegieerde economische en politieke omstandigheden zij in de voorbije 65 jaar hebben kunnen leven, en niks waarborgt dat die gunstige situatie eeuwig blijft duren. Je hoeft geen geschiedkundige te zijn om de broosheid van oude of beginnende keizerrijken te beseffen.”

‘t Pallieterke: keldert het protectionisme de welvaart?

Olivier Boehme: “Bij elke economische crisis steekt het protectionisme, het afschermen van de eigen markt, de kop op, ook vandaag. De burgers, vooral die van de lagere en de middenklasse, zien hun zekerheden en hun vertrouwde omgeving veranderen en willen schuilen achter de eigen grenzen. Wat verworven is, tracht men te behouden door een fort te bouwen. Dat was reeds zo bij het eerste Duitse Wirtschaftswunder rond 1870. Na de economische expansie van Duitsland volgde de inkrimping en het verlies aan zelfvertrouwen. In de jaren dertig volgde op de beurscrash in New York een golf van protectionisme, waren er muntdevaluaties en ontstond een oorlog met toltarieven. Bij de Amerikaanse publieke opinie leeft, door wat men ziet als gevolgen van de globalisering, een protectionistisch stemming. En wat daar gebeurt gaat verder dan wat president Trump beoogt, er is al langer een draagvlak voor de afscherming van de Amerikaanse markt voor bijvoorbeeld Duitse en Chinese waren. Op de korte termijn kan protectionisme een gevoel van veiligheid, van verbetering brengen, echter reeds op de middellange termijn vermindert het de welvaart. Geen enkel land kan rendabel en betaalbaar alle producten maken en diensten leveren die een bevolking nodig heeft en daarom heb je invoer nodig. Je organiseert armoede door die te ontmoedigen of te stoppen.”

‘t Pallieterke: u benadrukt het onderscheid tussen economisch nationalisme en protectionisme?

Olivier Boehme: “Absoluut. Dat onderscheid is zeer belangrijk, want economisch nationalisme is met economische middelen zijn nationalisme omzetten in concrete daden ten voordele van de natie. Het kan overigens rechts of links geïnspireerd zijn. Friedrich List, een Duitse liberaal en econoom uit de eerste helft van de negentiende eeuw, had andere ideeën over de markt dan de Engelse denkers over de vrijhandel. Engeland begon zich te profileren als een mastodont in de internationale handel en domineerde met kolonies jaar na jaar sterker de internationale economie. List pleitte bijvoorbeeld om beginnende ondernemingen en sectoren te beschermen binnen de nationale grenzen tot zij voldoende sterk waren om te bloeien als de grenzen werden opengegooid. Dat gezegd zijnde, economisch nationalisme, zie naar de traditionele houding van de Vlaamse Beweging, kan ook beduiden dat een land kiest voor vrijhandel om zijn belangen te verdedigen. In mijn boek “Greep naar de Markt” (van 2008) vertel ik dat er amper ideeën over marktafscherming leefden bij de denkers van het Vlaams-nationalisme, onder meer omdat men in die kringen besefte dat Vlaanderen met zijn belangrijke havens niet de rug naar de markt mocht keren. Dat zie je ook in Oekraïne, waar de nationalisten van het westelijke landsdeel een open grens nastreven om via handel en kapitaalinvoer hun regio sterker te maken. Dezelfde trend bemerk je bij de Catalaanse en de Quebecse militanten van het nationalisme. Bij de Brexit speelt zeer duidelijk een Brits economisch nationalisme dat streeft naar het herstel van de natie als een belangrijke speler in de wereldhandel los van een handelsbeleid dat bepaald wordt door de Europese Unie. Economisch nationalisme is een politiek recept eerder dan een economisch.”

‘t Pallieterke: het verankeringsdebat gevoerd in de tijd van de CD&V’ers Gaston Geens en Luc van den Brande, was dat economisch nationalisme?

Olivier Boehme: “In zekere zin. Zowel Vlaamse als Belgische beleidsmakers waren beducht voor buitenlandse economische overheersing. Dat economisch nationalisme zag je later opnieuw bij de overname van Fortis door BNP Paribas, maar die oriëntering is geen constante. Toch waren en zijn onze beleidsmakers zich bewust van het feit dat België welvarend geworden is door onder meer de grenzen te openen in de negentiende eeuw voor Frans en Duits kapitaal. Denk aan de grote inwijking van Duitse handelaars in Antwerpen sinds de achttiende eeuw en zeker na de vrijmaking van de Schelde in 1863.”

‘t Pallieterke: zijn de Fransen de kampioenen van het economisch nationalisme?

Olivier Boehme: “Ja, en dat berust onder meer op de inzichten van de Fransman Jean-Baptiste Colbert uit de zeventiende eeuw, waarnaar het colbertisme is vernoemd. President Charles de Gaulle was een colbertist, want hij pleitte voor de Europese Economische Gemeenschap met als eerste oogmerk Frankrijk zo sterker te maken. De geest van Charles de Gaulle leeft in Frankrijk voort, en niet alleen bij het Front National.”

‘t Pallieterke: vandaag dreigen de Chinezen met belangrijke overnames. Volgens recente cijfers van De Tijd hebben hier nu 65 bedrijven Chinese aandeelhouders?

Olivier Boehme: “Voor een dergelijke situatie moet men, zoals Karel de Gucht zegt, een waakzame economie hebben, dus niet koste wat het kost zich verzetten tegen bijvoorbeeld Chinese overnames maar zonder in een globaliseringsroes te verzeilen. Europa, België en Vlaanderen moeten een strategie bedenken om dergelijke overnames opbouwend te pareren of te aanvaarden, maar die mis ik.”

‘t Pallieterke: de socialisten noemen zich internationalisten, maar zijn niet vies van economisch nationalisme en protectionisme. Premier Michel verwijt Paul Magnette van de PS zich hiermee op de lijn te zetten van Marine le Pen en Donald Trump…

Olivier Boehme: “De Vlaamse socialisten, en zij zijn daarmee niet de enige socialisten in Europa, hebben een zwak tot geen ideologisch verhaal meer. Toen zij deel waren van paarse regeringen, dus samen het beleid maakten met de liberalen, hebben zij veel water in de wijn van hun socialisme gedaan. Tony Blair is hen in het Verenigd Koninkrijk voorgegaan en zijn Derde Weg heeft tot compromissen van de socialisten geleid, ook hier, ten aanzien van de markteconomie. Het is trouwens een constante dat de socialisten schuilen achter grenzen om de sociale verworvenheden af te schermen van liberalere strekkingen buiten de grenzen. De campagne van Paul Magnette, Waals minister-president, tegen Ceta, het handelsakkoord tussen de Europese Unie en Canada, is daar een voorbeeld van. Vormen van nationalisme en socialisme kunnen samengaan, ondanks de bitse discussies tussen Vlaams-nationalisten en de sp.a. De Schotse nationalisten zijn grotendeels socialisten, evenals een belangrijke vleugel van de Catalaanse nationalisten. Maar er zijn verschillen. Alle partijen drummen naar het midden, maar beter is in debat de eigen dromen te verdedigen dan wel omwille van de lieve vrede de verschillen te verdoezelen.”

‘t Pallieterke: Hendrik de Man blijft dichtbij als socialisten economisch handelen?

Olivier Boehme: “Hendrik de Man was een geniale socialistische denker, econoom en kosmopoliet; zijn acties en ideeën zijn decennialang besmet geweest door zijn flirt met het nationaalsocialisme aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Het Plan De Man van 1933, met overheidsingrepen om de economie te sturen, was de voorloper van de gemengde economie die na 1945 door alle politieke strekkingen aanvaard is geworden als de normaalste zaak van de wereld. Gaston Eyskens erkende het vaderschap van De Man voor de economische tussenkomst van de staat.”

‘t Pallieterke: in 2013 doopte u het begrip economisch continentalisme en hing u er de naam van Guy Verhofstadt aan vast?

Olivier Boehme: “Het economisch continentalisme is een kind van het economisch nationalisme. Guy Verhofstadt noemt zichzelf een wereldburger, een verlichte geest, maar zweert toch bij het economisch continentalisme. Voor hem is de Europese Unie een meer kwalitatieve natiestaat, die van de Europese natie, dan de klassieke natiestaat. De eigenschappen, rechten en plichten die hij toedicht aan Europa zijn, als je abstractie maakt van het verschil in schaalgrootte, een uitvergroting van het economisch nationalisme. Ik volg hem bij de verdediging van de Europese Unie, hoewel zij niet zo confederaal of centraal moet zijn als hij haar bepleit. Een Europees project is nodig, want er zijn problemen waarvoor de schaal van een natiestaat, en zeker de kleinere natiestaat, onvoldoende is. Als Europa een kleurrijk palet is, dan is de logica dat die kleurenrijkdom gerespecteerd wordt, dus is een Europese gelijkvormige superstaat uit den boze. Europa zal altijd een bijzonder bouwwerk zijn, afwijkend van een klassieke federale grootstaat zoals de VSA.”

‘t Pallieterke: ziet u in België nog politieke leiders van hoog niveau?

Olivier Boehme: “Neen, maar dat kan aan mij liggen. Het valt mij bovendien op hoe snel partijen opgebruikt worden door de machtsuitoefening. De CVP klampte zich decennia succesvol vast aan de macht. VLD heeft zich in twee termijnen kapotgeregeerd. De socialisten staan nergens meer, ook steeds minder in Wallonië. En N-VA riskeert sneller versleten te zijn dan zoiets in het verleden het geval geweest is.”

Frans Crols


Waar zijn Vondel en Gilliams?

België is een grensnatie en die draagt vaak de sporen van meerdere culturen en talen, aldus Olivier Boehme:

“Door de Franstalige monocultuur van het beginnende België – de Belgische elite, ook die in Vlaanderen, dacht, sprak en schreef in het Frans – ontstonden tegenkrachten en floreerde de Vlaamse emancipatiebeweging. Als in 1830 de twee leitkulturen van dit land ten volle erkend waren geworden, dan leefden wij nu in een andere politieke context. Door die asymmetrische relatie, maar ook het radicalisme van de beide kanten, zijn wij in de huidige situatie beland en dreigen wij een “Europese” karaktertrek, namelijk de veelkleurigheid van een grensland, te verliezen.”

‘t Pallieterke: met het Frans is de strijd gestreden, maar wat met het Engels?

Olivier Boehme: “Vandaag is duidelijk wat de officiële taal is in Vlaanderen en Wallonië, en dat schept ruimte voor anderstaligheid in de privésfeer en in de culturele contacten. De krampachtige taalverdediging hoeft niet meer. De drang naar het Engels bekommert mij echter; als ik zie hoe losjes de universiteiten en de wetenschappelijke instellingen omspringen met het Nederlands. Veel hoogleraren spreken geen correct Engels en doceren toch in die taal. Waarom? Internationalisering is niet hetzelfde als onbezonnen verengelsing. De Vlamingen verwaarlozen om te beginnen zelf hun eigen moedertaal en hanteren een tussentaal. Begin er maar aan als goedwillende inwijkeling, vluchteling, vreemdeling om te kiezen wat je moet leren: het Nederlands of gekuist Antwerps, Gents, Kortrijks, Brugs of Hasselts. Wij verzorgen onze moedertaal onvoldoende en inspireren zo veel minder mensen dan kan om het Nederlands te omhelzen. De overdaad van het Engels in de wetenschappelijke wereld, beginnend in de cursussen van de toegepaste wetenschappen aan de Vlaamse universiteiten, verminkt het Nederlands als brede, woordenrijke taal. Je laat je taal afsterven. Zoek trouwens Joost van den Vondel of Maurice Gilliams in een Vlaamse boekhandel … Wat dat betreft gaan Franstaligen veel zorgzamer en behoudender om met hun taal.”


Tags assigned to this article:
2017-11Op de praatstoel

Related Articles

Praten met Ria Bollen

“Voor de radio besta ik niet meer” Ze is de vertegenwoordiger van een vroeger Vlaanderen. Minder rijk, minder hedonistisch, minder

Uit de smalle beursstraat

De werkgevers zijn Di Rupo vergeten Na één jaar regering-Michel zijn de Vlaamse ondernemers en managers zeer streng. “Nul over

Zuur & Zoet

Waalse tiener schrijft handboek Nederlands Pauline Nissen (16) uit Namen wil Wallonië, en voorop haar leeftijdsgenoten, Nederlands leren. Mooi. Ze