De historicus Henry William Brands schreef een – onlangs vertaalde – steengoede biografie van de Amerikaanse president Reagan, dus is een vergelijking met zijn opvolger al mogelijk.

De charmeur

Gezien hun persoonlijkheid zouden Ronald Reagan en Donald Trump feitelijk niet door één deur kunnen. Reagan was de typische Amerikaan die ervaren VS-reizigers zeer veel ontmoeten in kleinere steden en op het platteland: beleefd, behulpzaam, vriendelijk, mededeelzaam en charmant. Trump is de Amerikaanse grootstedeling met veel bluf, lawaai en pretentie. Weinig mensen hadden persoonlijk een hekel aan Reagan, terwijl dat bij Trump zeker anders ligt. Reagan was een heer in vrouwelijk gezelschap. In een broeikas als Hollywood was hij zelfs berucht omdat hij nooit profiteerde van zijn status als gevestigd acteur om jonge actrices, assistentes of welke vrouw dan ook te versieren. Hij was getrouwd met Jane Wyman, die hem spoedig als actrice overvleugelde. Een jaar na hun scheiding kreeg ze een Oscar. Zij bedroog hem, en hij geloofde zijn oren niet toen zij een echtscheiding aanvroeg. Hoewel hij onschuldig was, verliet hij als een gentleman de villa waar ze woonden om haar niet te ontrieven. Zijn tweede vrouw, Nancy Davis – ook een jonge actrice -, moest een paar jaar alle zeilen bijzetten vooraleer ze hem eindelijk kreeg. Ze aanbad hem. En ze maakte zich nooit zorgen dat hij, à la Clinton, een scheve schaats zou rijden.

De selfmade man

Qua achtergrond hebben beide presidenten al niets gemeen. Reagan was de oudste zoon van een kleine katholieke Iers-Amerikaanse scharrelaar, die het geregeld op een gruwelijk zuipen zette. Kerstmis en feesten waren altijd een hel voor de familie. De man kon geen vast werk vinden en de familie verhuisde voortdurend. En toch liet Reagans moeder – die hem protestants opvoedde – haar man nooit in de steek: een voorbeeld voor de zoon. Die permanente migratie vormde de latere president. Hij kon bijzonder gemakkelijk communiceren met vreemden en hij bezat een arsenaal aan grapjes en leuke verhalen: het middel om vlug in te burgeren in de zoveelste nieuwe school. Tegelijk was hij in de kern moeilijk te bereiken; hij hield zijn diepste gevoelens voor zichzelf. Zelfs Nancy gaf toe dat ze geregeld op een vriendelijke muur botste. Reagan klom op de maatschappelijke ladder door eigen verdienste, niet door het geld van zijn vader. En hij liet geen puinhoop van faillissementen achter zich zoals Trump, waarvoor anderen de factuur kregen. Reagan haalde op een hogeschool een diploma economie en hij kende de ellende van de grote depressie aan den lijve. Hij werd sportreporter voor de radio, waar hij dikwijls, wegens de gebrekkige communicatiemiddelen van die tijd, hele reportages improviseerde. Hij leerde er duidelijk spreken met zijn warme bariton, zodat hij later “The Great Communicator” als bijnaam kreeg; een onschatbaar voordeel als politicus. Hij werd een betrouwbaar acteur in B-films die Hollywood als lopendebandwerk produceerde, want de filmstudio’s waren voor de oorlog ook de eigenaars van duizenden bioscopen in de VS. Een uitje naar de film betekende een hele avond met twee speelfilms; eerst de B-film en dan de blockbuster (zoals ik me nog van de jaren vijftig herinner). Een groot en diepzinnig acteur was Reagan niet, maar zelfs dan verdiende hij zeer veel geld. Wegens zijn bijziendheid en een begin van doofheid moest hij tijdens de oorlog niet onder de wapens. Voortaan speelde hij (tegen het salaris van een eenvoudige kapitein) in allerlei propagandafilms, of leende zijn stem. Na de oorlog zat zijn acteursloopbaan er zo goed als op. Hij moest naar een andere besogne uitkijken.

De vakbondsman

Toen hij bij de verkiezingen van 1980 president Carter uitdaagde, werd hij door de Democraten als een gesjeesde B-acteur neergezet; een intellectueel lichtgewicht die alleen westernromannetjes van Louis L’Amour aankon. Zijn biograaf ontdekte het handschrift en de aantekeningen van de president in tientallen moeilijke boeken. Nancy bekende later dat Ronnie een lezer was die daar weinig ruchtbaarheid aan gaf, want dat zou zijn reputatie van “All-American Boy” geschaad hebben. Maar de houding van de toenmalige Democraten gelijkt inderdaad op de minachting waarmee Trump als een brulboei en een idioot wordt beschreven. Ook bij hun aantreden als president was er een groot verschil in ervaring. Als kind van de depressie was Reagan een groot aanhanger van de Democratische president Franklin Roosevelt. Al in 1941 werd hij bestuurslid van de vakbond van filmacteurs. In 1947 werd hij voorzitter en hij bleef dat zes jaar (en in 1959 deed hij er nog een extra jaartje bij). Dat werd een nieuwe loopbaan, want in die jaren stond hij nauwelijks een paar keer per jaar voor de filmcamera. Maar hij leerde onderhandelen, met alles wat daar kwam bij kijken: dreigen, toegeven, compromissen zoeken. Kortom, alle strategieën en tactieken leren die de politicus zo goed kan gebruiken. Het is een van de redenen dat in de westerse wereld zoveel vakbondsleiders in de politiek terechtkomen. Natuurlijk werd hij gevraagd te getuigen over de invloed van communisten als topscenarist Dalton Trumbo en sympathisanten als acteur Edward G. Robinson. Reagan had geen bezwaar namen te noemen van dikwijls dikbetaalde salonlinksen tegenover de FBI; temeer omdat er in zijn vakbond maar een paar communisten zaten (o.a. Oscarwinnares Anne Revere). Hij vond dat zijn (bedenkelijke) plicht als Amerikaan maar men mag niet vergeten dat op dat ogenblik duizenden Amerikaanse jongens sneuvelden in Korea als gevolg van de communistische agressie. Hij beklemtoonde wel dat de filmwereld zichzelf kon zuiveren en geen overheidsinmenging nodig had.

De beroepspoliticus

Reagan was niet iemand die veel naar het verleden keek. Toen hij de impact van de televisie zag, schakelde hij vlot over. Hij werd de gastheer van shows en tv-films die gesponsord werden door de reusachtige multinational General Electric en werd hun voornaamste lobbyist. Hij bezocht geregeld de tientallen fabrieken van dat bedrijf in heel de VS en sprak er met duizenden arbeiders en arbeidsters over hun dagelijkse zorgen. Hij deed dat per trein, want hij haatte vliegen, tot hij als president in de Air Force 1 zoveel comfort kreeg dat ie nauwelijks wist dat hij in een vliegtuig zat. Zoals veel mensen die zich op eigen kracht hebben opgewerkt, werd hij conservatiever en een tegenstander van de sociale hangmat. De Republikeinse leiders in zijn thuisstaat, Californië, zagen in hem de man die de Democratische gouverneur kon onttronen. Eind 1966 werd hij inderdaad verkozen tot hoogste gezagsdrager van één van de grootste en meest bevolkte staten van de VS. Acht jaar lang oefende hij het ambt uit op zijn eigen manier. Hij verdedigde altijd klaar en duidelijk zijn principes, terwijl hij tezelfdertijd gemakkelijk compromissen sloot. Hij aarzelde niet toen de bourgeoiszoontjes en -dochters revolutie speelden en de universiteit van Californië met geweld terroriseerden. Op zijn bevel maakte de National Guard een brutaal einde aan het toneel. Hij verhoogde belastingen toen de staat in het rood dook, tekende een abortuswet zoals opgesteld door het parlement van de staat en hij ging akkoord met de eerste wet die echtscheiding zonder schuld mogelijk maakte. Hij was dus een beroepspoliticus en geen zakenman toen hij een gooi deed naar het presidentschap.

Volgende week: Reagan en Trump (2): de gelijkenissen

Jan Neckers