Vorige week beschreef ik de grote verschillen tussen die twee Republikeinse presidenten. Maar hun programma’s bevatten ook veel gelijkenissen.

Reaganomics

Trump gelooft blijkbaar ook in wat later “Reaganomics” heette en wat Reagans republikeinse uitdager in 1980, George H. Bush (zijn opvolger in 1989), “voodoo-economics” noemde. Het principe is eenvoudig: verlaag de belastingen en er blijft veel meer geld over om te investeren in de economie of om te consumeren. Aanvankelijk ontvangen de belastingen dan minder inkomsten, maar dat wordt weldra gecompenseerd door een bloeiende economie.

Reagan drukte die belastingverlaging door. Een prestatie die Trump nooit kan evenaren, want Reagan had het nadeel dat hij heel zijn presidentschap (1981-1988) met een Democratische meerderheid in het Congres moest regeren. De belastingtarieven werden toch drastisch verlaagd en vereenvoudigd, en de economie begon (eerst aarzelend) te herleven, zij het op tijd om Reagan toe te laten zijn herverkiezing te winnen.

De vroegere Amerikaanse president had nog een programmapunt gemeen met de huidige. Reagan was ervan overtuigd dat het “Rijk van het Kwade” zoals hij (overigens terecht) de Sovjet-Unie noemde, erop uit was het Westen te ondermijnen. Goedschiks als het kon en kwaadschiks als het moest, zoals de documenten van het Warschaupact bewezen die het nieuwe democratische Polen onthulde. Reagan stopte dus enorme sommen in defensie; juist zoals Trump beloofd heeft. Reagan had aanvankelijk met schurken als Brezjnev, Andropov en Tsjernenko te maken vooraleer hij in Gorbatsjov een fatsoenlijke gesprekspartner kreeg.

Reagan pompte veel geld in zowel nuttige als schimmige defensieprojecten. De vermaledijde kruisraketten, waartegen indertijd honderdduizenden naïeve sullen in Brussel betoogden, kregen de Sovjets op de knieën. Maar Reagans Star Wars-schild tegen raketaanvallen kwam nooit uit de theoretische startblokken en er werden miljarden dollars aan verspild. In combinatie met “Reaganomics” waren de gevolgen niet mis.

Reagan schrapte massaal in andere federale uitgaven, zoals sociale programma’s, maar dat hielp niet. De begrotingsput werd dieper en dieper. Zijn opvolger George H. Bush werd verkozen met de slogan “No new taxes. Read my lips.” Hij moest noodgedwongen de belastingen verhogen om de begroting in evenwicht te krijgen en verloor zijn herverkiezing. Trump heeft niet alleen meer geld beloofd voor defensie, hij wil tevens de ellendige infrastructuur (snelwegen, bruggen, gebouwen) vernieuwen in combinatie met minder belastingen. De kwadratuur van de cirkel?

Islam en migratie

Reagans aandacht ging vooral uit naar de communistische dreiging, gezien de Sovjets een jaar voor zijn presidentschap nog hun legers over de Afghaanse grens joegen. De Sovjets stonden op het punt de oorlog in Afghanistan te winnen, tot de Amerikanen aan hun mohammedaanse bondgenoten stingerraketten gaven voor luchtafweer. Dat leidde (tezamen met de bevolkingsexplosie in de moslimlanden) tot de nederlaag van die ene boevenideologie, die prompt vervangen werd door een even schurkachtige leer, zij het met meer racistische en seksistische fanatici dan het communisme.

Reagan had het voordeel dat er in eigen land en bij zijn bondgenoten nauwelijks communisten waren, terwijl het Westen door de schuld van de eigen domme politici opgezadeld zit met miljoenen aanhangers van die islamitische haatideologie. Trump mag het oplossen, gedemoniseerd door alle pseudoprogressieven.

Ook Reagan kende de problemen met migratie. Als gouverneur van Californië had hij gemerkt hoe Amerikanen hun banen verloren en vervangen werden door goedkopere illegale Mexicanen die niet protesteerden als de bazen hen uitpersten. “Het wordt tijd dat wij de controle over onze grenzen terugkrijgen”, zei Trump Reagan letterlijk na. Reagan tekende een wetgeving waardoor werkgevers zwaar beboet werden als ze illegalen werk gaven. Maar tezelfdertijd stond hij een massale legalisatie toe, die er natuurlijk toe leidde dat gelukszoekers uit heel het continent bleven toestromen in afwachting van een nieuwe amnestie. Trump praat wel over een muur, maar het lijkt erop dat hij niet veel anders kan handelen dan zijn voorganger.

Schandaaltjes en schandalen

De heren hebben nog iets gemeen: een niet al te gelukkige hand in de keuze van hun medewerkers. Reagan was iemand die men niet moest lastigvallen met details. Een groot contrast met zijn voorganger Jimmy Carter, die persoonlijk het rooster opstelde voor het gebruik van het tennisveld van het Witte Huis. Trump is als zakenman ook iemand van de grote deals en niet van de kleine lettertjes, daar heeft hij zijn advocaten voor. Wel komt het “you’re fired” vlug uit zijn mond, terwijl Reagan onervaren of onbekwame medewerkers nooit zelf de wacht aanzegde. Het gevolg van die manier van leiding geven waren schandaaltjes en schandalen, zij het dat die bij Trump al van voor zijn presidentschap dateren.

Reagan, die een veel betere acteur was als president dan als filmster, slaagde erin, in tegenstelling tot Trump, met charme, grapjes en gespeelde naïviteit de beschuldigingen van tegenstanders te ontmijnen. Zijn bijnaam was lange tijd “The Teflon President” omdat niets aan hem bleef kleven. Een bezoek samen met kanselier Kohl aan het oorlogskerkhof in Bitburg, waar ook SS’ers begraven liggen, overleefde hij gemakkelijk door de schuld op de rug van zijn medewerkers te schuiven. Dat was wel enigszins een “Hollywoodschandaal”, omdat de Waffen-SS altijd de zwartepiet krijgt in films, terwijl de Wehrmacht meestal ontsnapt.

Maar het grootste schandaal van Reagans regering was zijn eigen schuld en het maakte hem in de laatste twee jaar van zijn presidentschap vleugellam. Geleidelijk werd duidelijk dat de VS grote hoeveelheden wapens via Israël hadden verkocht aan Iran, ondanks een wet die dat verbood na de gijzeling van Amerikanen in dat land. Met het geld financierden de Amerikanen de contraguerrillero’s in Nicaragua die de extreemlinkse regering van de sandinisten bevochten. Kwestie van geen tweede Cuba te krijgen in de achtertuin van de VS.

Niemand kon ooit bewijzen dat Reagan akkoord ging met die financiering, maar dat maakte het nog erger. Alles gebeurde onder zijn neus, door zijn nationale veiligheidsadviseur en diens assistent. Op slag vroeg heel de VS zich af wat een president nog waard was die duidelijk de teugels niet in handen had. Reagan mocht zich beperken tot gesprekken met Gorbatsjov over de vermindering van kernwapens en hij boekte daar succes mee. Maar voor de rest was zijn rol in zowel de binnenlandse als de buitenlandse politiek uitgespeeld.

De media als vijanden

Reagan won zijn eerste verkiezing met 51 procent van de stemmen en was dus geen “minderheidspresident”. Daar konden de media hem niet op pakken en de Democraten bezaten de meerderheid in het Congres, zodat de mediavrienden geregeld zwegen en verzwegen. Bij zijn herverkiezing haalde Reagan 59 procent, zodat hij de media een tijdje de mond snoerde. Maar hij had toch weer twee dingen gemeen met de huidige president.

Zijn waarderingscijfers waren bij het begin van zijn presidentschap erg laag en het duurde een paar jaar vooraleer die omhoog gingen. En Ronald Reagan had een gruwelijke hekel aan de media. Zijn dagboeken zijn één bittere klacht over kranten en televisiezenders die altijd op zoek waren naar een nieuw schandaal, die alles uitvergrootten en die zich graag lieten gebruiken om perslekken te publiceren die hen geleverd werden door vriend en vijand.

Jan Neckers