2017-11_08_Nollet - Holland (Medium)Over die horden Ottomanen in Rotterdam, al lang niet meer extra muros, kan veel gezegd worden, maar determinerend voor de internationale positie van Turkije zijn ze niet. Erdogan heeft een rist binnenlandse én buitenlandse problemen. En de diplomatieke rel met Nederland is een uitgelezen manier om zo’n intern probleem naar het internationale forum te tillen, zodat hij er in eigen land de vruchten van kan plukken. Maar als hij te ver gaat, dreigt de hele situatie als een boemerang in zijn nek te kletsen.

‘A qui profite le crime?’ De vraag is obligaat als men de Nederlands-Turkse rel koppelt aan drie namen. Drie politici, voor alle duidelijkheid: Erdogan, Wilders of Rutte. Wanneer u dit leest, weet u wie van de twee laatste er garen van kon spinnen, voor zover de hele kwestie überhaupt een electoraal effect zal hebben. Of sultan Erdogan er profijt aan zal hebben, weten we over iets meer dan een maand.

Rellen in Rotterdam, woeste Ottomanen, wapperende vlaggen met halve manen. Om nog te zwijgen van het weghalen en vervangen van de Nederlandse vlag door een Turks exemplaar bovenop het consulaat in Istanboel. Het lijkt wel een godsgeschenk voor de Mozart van Venlo. Of voor een daadkrachtige minister-president? Moesten we ons geld op één van dat trio inzetten, wordt het zonder twijfel de Turkse president, die zich na het referendum van 19 april mogelijk een andere titel mag aanmeten.

Geslepen Turken

Tot nu toe was de omstreden volksraadpleging een zuiver binnenlandse aangelegenheid, wat in zijn nadeel speelde. Zegezeker is hij allerminst. Peilingen lopen soms erg uiteen en de weerstand tegen het project zit hem ook in kringen waar men het niet meteen verwacht, de Grijze Wolven om één voorbeeld te noemen. Maar dankzij de diplomatieke rel slaagde Erdogan erin het dispuut te internationaliseren tot een wij-zijverhaal, al beseffen we dat dit meer een term is om op de tafel van ‘De Afspraak’ te gooien. Onze excuses hiervoor. Punt is dat hij de Nederlandse beslissing verkocht krijgt als een anti-Turks verhaal. En dat dit sentiment prikkelen loont, raakt de kern van het DNA van deze nog steeds kandidaat-lidstaat van de EU. Een uitgewezen minister kan mooi misbruikt worden. Want dit is precies wat gebeurde: uitwijzing.

Nederlandse soevereiniteit

Hoe zit de kwestie volkenrechtelijk precies in mekaar? Zoals steeds zijn er verschillende interpretaties, de ene al wat wereldvreemder dan de andere. Een verdrag garandeert ministers het recht zich vrij te bewegen op het grondgebied van een ander land. De toegang kan ontzegd worden, maar in uitzonderlijke omstandigheden, bijvoorbeeld in geval van spionage. Tegen deze juridische achtergrond zou de beslissing te licht wegen. Maar er is een ander geluid. Het voeren van een politieke campagne is een vorm van soevereiniteitsuitoefening. Doe je dat in een ander land, dan oefen je die soevereiniteitsrechten uit op het grondgebied van de ontvangende staat. Nederland dus. Wordt dit geweigerd zoals in deze, dan hebben we te maken met een soevereiniteitsuitoefening van Den Haag. Of zoals professor Marieke de Hoon van de VU Amsterdam het samenvatte: een staat kan op basis van haar soevereiniteit altijd iemand ‘persona non grata‘ verklaren. En is dit niet precies wat Turkije deed in juli 2016? Toen weigerde de Turkse regering een Duitse staatssecretaris en leden van de Bondsdag het recht om in Turkije gestationeerde Duitse soldaten te bezoeken. De kwestie werd onder diplomaten geregeld. Zonder politieke profilering, zonder dat één Duitser het in zijn hoofd haalde als een woesteling te gaan betogen.

Internationaal struikelblokken

Wanneer we dit schrijven, blijken de sancties van Ankara zich enkel op het diplomatieke vlak af te spelen. Misschien verrassend gezien de zwarte taal van Erdogan, maar gelet op de economische verstrengeling tussen Turkije en Nederland logisch. Dergelijke rel dient dan wel de binnenlandse belangen, de internationale positie van Turkije is van die aard dat een totale escalatie erg pijnlijk kan aankomen. Eigenlijk knelt de internationale positie van Turkije op verschillende vlakken. Er mag dan een toenadering tot Rusland zijn, duurzaam is die niet. Traditioneel waren de VS hun steun en toeverlaat, maar of het nu over de uitlevering van Gülen ging of het stopzetten van Amerikaanse steun aan Koerdische eenheden in Syrië, telkens kregen de Turken nul op het rekest. En in Syrië vlotten de dingen niet meer als voorheen. Een aanvaring met de EU kunnen de Turken missen als kiespijn, al wekt de retoriek een andere indruk. Dat een eerdere, soortgelijke Duitse beslissing niet tot dergelijke escalatie heeft geleid, is geen toeval. Een aanvaring met Duitsland kan Ankara zich niet veroorloven. Eentje met Nederland lukt nog wel.

Europees omerta

Inmiddels bleef het op het Schumannplein oorverdovend stil. Een omerta die haaks stond op het drukke over en weer getelefoneer. Er kwam een officiële verklaring van de Europese Commissie, die stelde dat elke lidstaat afzonderlijk moest oordelen over deze Turkse politieke rally’s, de Nederlandse Commissaris Timmermans uitte zich wat scherper (had hij een keuze?), en dat was het dan. “De afspraak was: niet provoceren”, klonk het in diplomatieke kringen. Vanuit Oostenrijk kwam de vraag deze politieke manifestaties te verbieden, maar dat was voor de anderen een brug te ver. Ergens kregen we weer een Europees Janusgezicht te zien. Op zich vond men het Nederlandse statement wel positief (“eindelijk doet iemand wat”), maar daartegenover stond dan weer de waarschuwing voor de vluchtelingendeal met Turkije. Enerzijds, anderzijds…

En dan heb je een kandidaat-lidstaat van de EU die al jaren haar seculiere traditie afbouwt, waar een interne staatsgreep van het regime plaatsvindt (duizenden interneringen inbegrepen) en die mogelijk vanaf volgende maand het statuut van autocratie pur sang zal krijgen. Voor een ‘Europa’ dat zich op andere vlakken op een haast obsessieve wijze mengt met het beleid van de lidstaten, is die houding ten aanzien van Turkije erg pijnlijk.

Michaël Vandamme