Het bezoek van FN-voorzitster Marine Le Pen aan de Russische president Vladimir Poetin was groot nieuws. Nochtans is de bewondering van Franse politici en intellectuelen voor de Russische beer meer de norm dan de uitzondering.

De Franse acteur Gérard Depardieu, intussen tot Rus genaturaliseerd, vatte het zo samen: “Ik ben bereid om te sterven voor Rusland, want de mensen zijn er sterk. Ik wil niet sterven als een idioot in het Frankrijk van vandaag.” Dit citaat zegt veel over de Franse fascinatie voor Rusland. Veel Fransen, politici, intellectuelen maar ook gewone burgers, hebben hartzeer als ze merken dat hun Frankrijk allang niet meer de grootmacht uit de 18de of 19de eeuw is. Terwijl Rusland onder Poetin veel van zijn vroegere prestige heeft teruggewonnen. In een wereld waarin realpolitik en machtsevenwicht steeds belangrijker zijn, moeten de VS en de Europese staten echt wel rekening houden met de Russische beer. Marine Le Pen weet dat en daarom is ze op bezoek geweest bij de Russische president. Zij is niet de eerste en enige Franse politicus die met Moskou goede contacten onderhoudt. François Fillon, de kandidaat van Les Républicains, onderhield tijdens het presidentschap van Nicolas Sarkozy hartelijke contacten met Poetin. Beiden waren toen een tijdlang eerste minister in hun land.

Van Philippe de Villiers, de katholieke nobiljon uit de Vendée, is geweten dat hij vol bewondering is voor Poetin. “Frankrijk heeft een Poetin nodig”, zegt hij. Het orthodoxe Rusland is een dam tegen de islam en het laatste christelijke bastion, stelt de Villiers. Ook Nicolas Dupont-Aignan, een soevereinistische presidentskandidaat, is fan van het Poetin van Rusland, net als ex-PS-minister Jean-Pierre Chevènement. Het zijn de erfgenamen van het gaullisme, dat altijd welwillend stond tegenover Rusland en de Sovjet-Unie. Als tegengewicht voor de Angelsaksische dominantie. Als critici van de Europese Unie.

Zowel aan de linker- als aan de rechterzijde

Het voorbeeld van Chevènement toont aan dat de pro-Russische houding bij Franse politici geen monopolie is van links. Ook de extreemlinkse presidentskandidaat Jean-Luc Mélenchon vindt goede contacten met Moskou belangrijk. Het is enkel Emmanuel Macron, de centrist van En Marche!, die openlijk anti-Poetin is. Hij beweert zelfs dat de Russen geprobeerd hebben zijn internetaccounts te hacken en dat ze aan de basis liggen van het gerucht dat Macron een verborgen homoseksuele relatie heeft. Macrons kritiek op Poetin is ook ideologisch: de Russen staan volgens hem voor nationalisme en protectionisme. De ex-zakenbankier Macron omarmt de mondialisering. Dat verklaart dan weer waarom de antimondialist en intellectueel Régis Debray een Ruslandfan is. Volgens hem was de vroegere USSR ook de beste criticus van de gehate VS.

De fascinatie van Franse intellectuelen voor Rusland is eeuwenoud en heeft – afhankelijk van het tijdsgewricht – uiteenlopende oorzaken. In de 18de eeuw keek Voltaire op naar het verlicht despotisme van Peter de Grote en Catharina de Grote. Trouwens, na de dood van de filosoof kocht de tsarina diens bibliotheek aan en die bevindt zich nog altijd in Sint-Petersburg. Het kan vreemd klinken, maar dat verlicht despotisme had vooral een aantrekkingskracht op linkse intellectuelen. Rusland was tenslotte een land waar de slavernij nog bestond.

Het is pas in de 19de eeuw dat de pro-Russische Franse intellectuelen vooral uit rechtse hoek komen. Het tsaristische Rusland is in tijden van de revoluties van 1830 en 1848 de legitimistische en conservatieve grootmacht bij uitstek. Sint-Petersburg is de referentie voor de nostalgici van het ancien régime. Aan het einde van de 19de eeuw zien nationalistische Fransen in het Rusland van Alexander III de dam tegen het expansionistische Tweede Duitse Keizerrijk.

De zestiende Sovjetrepubliek

Na de Oktoberrevolutie kantelt het weer. Politici en intellectuelen van links zijn blind voor het totalitaire regime van Lenin en Stalin. Schrijvens als Gide, Céline en Aragon gaan op bezoek in de Sovjet-Unie en zijn vol lof voor de rode dictatuur. Sartre doet het hen na. Critici als Raymond Aron zijn een uitzondering. De Sovjetleider Brezjnev zegt in de jaren zeventig dat Frankrijk de 16de Sovjetrepubliek is.

Anno 2017 is men de toenmalige blindheid voor de Sovjetdictatuur vergeten en dat is te betreuren, zegt de rechtse filosoof Alain Finkielkraut. Hij heeft dan ook geen goed woord voor de rechtse politici en intellectuelen die blind zijn voor het ‘soft’ autoritarisme van Poetin. Hij ziet het huidige Rusland gedeeltelijk als een verlengstuk van de USSR. Ook de historicus Alain Besançon maakt die bedenking. Hij gaat daar zelfs heel ver in: “Er zijn twee soorten ‘russomanen’. Er waren de communisten die geestelijk in de Sovjet-Unie leefden. Nu zijn er de conservatieven die fantaseren over Rusland als garantie van de verloren waarden. (…) Er zijn altijd zo’n Russische agenten geweest in Frankrijk. Nu ook. Zelfs Fillon is er één van.”

Salan