De jobmarkt trekt al een tijdje aan. Zo kwamen er vorig jaar netto 59.000 banen bij. Een record sinds de financiële crisis. Ondertussen daalt ook het aantal werklozen. Maar deze Belgische cijfers maskeren grote regionale verschillen. De werkloosheid in Vlaanderen bedraagt amper 5 procent, in Wallonië is dat bijna 11 procent en in Brussel 17,2 procent. Een Waalse en Brusselse inhaalbeweging is weinig realistisch.

De positieve berichten over de arbeidsmarkt zijn amper bij te houden. In 2016 werden in totaal 59.000 extra banen gecreëerd. In 2015 waren er dat nog 42.000. Cijfers van de Nationale Bank die recentelijk bevestigd werden door het Instituut voor de Nationale Rekeningen. Positief daarbij is dat de banengroei zich vooral in de privésector situeert. Vroeger kwamen er vooral op een artificiële manier jobs bij door de overheidstewerkstelling aan te jagen. Jobcreatie betekent aan de andere kant ook een daling van de werkloosheid. In 2015 daalde het aantal werklozen met 19.000 en in 2016 met 26.000.

Mooie cijfers, maar dat betekent nog altijd dat de Belgische werkloosheidsgraad rond 8 procent schommelt. Dat is ongeveer het Europese gemiddelde. Het kan dus veel beter. De nochtans linkse econoom Ive Marx (Universiteit Antwerpen) benadrukt al maanden dat de Belgische arbeidsmarkt ondermaats presteert. Indien we hier dezelfde tewerkstelling zouden hebben als in vergelijkbare landen, zoals Oostenrijk en Nederland, dan zouden er bijna een miljoen mensen meer aan de slag moeten zijn.

Wat in het debat rond de arbeidsmarkt echter al te vaak onder de mat wordt geveegd, zijn de grote regionale verschillen. 8 procent werkloosheidsgraad is inderdaad te hoog, maar in Vlaanderen is dat percentage 5,1 procent. Daarmee zitten we in de buurt van de best presterende Europese lidstaten, zoals Duitsland en Oostenrijk. Het probleem situeert zich nog altijd in Wallonië. Daar bedraagt de werkloosheidsgraad 10,8 procent. In Brussel is het 17,2 procent. Onaanvaardbare cijfers.

Brusselse situatie iets minder dramatisch

Het klopt dat de situatie in die twee gewesten stilaan aan het verbeteren is. De werkloosheid daalt ook daar al een tijdje. Maar die evolutie is ondermaats. Nemen we Brussel. Het is inderdaad zo dat de werkloosheid in het hoofdstedelijk gewest al twee jaar aan het dalen is. Maar het moet gewoon veel sneller. Bovendien blijft de jeugdwerkloosheid er hallucinant: 25 procent.

Vraag is of die jonge werklozen ooit op de arbeidsmarkt zullen terechtkomen. Die kans is klein. Niet alleen is het werkgelegenheidsbeleid van de Brusselse regering ondermaats. Ook de situatie van de werklozen is steeds hopelozer. Er zitten immers in verhouding zeer veel langdurig werklozen in de niet-actieve populatie. Dat zijn mensen die meer dan een jaar geen job hebben uitgeoefend. Die zijn vaak definitief verloren voor de arbeidsmarkt. Volgens een recent rapport van de Europese Commissie over België telt Brussel 50.000 langdurig werklozen. Dat is meer dan de helft van de in totaal 95.000 Brusselse werklozen. Maar vooral: in Brussel zijn er 9.000 langdurig werklozen meer dan in heel Vlaanderen (41.000). Hallucinant als we weten dat Brussel 1,1 miljoen inwoners telt en het Vlaams Gewest 6,4 miljoen.

9.000 langdurig werklozen: dat is trouwens het personeelsbestand van een luchthaven. Maar zoals we weten, is voor de Brusselse politici tewerkstelling in het gewest en in de Rand geen prioriteit.

Beroepswerklozen in Wallonië

In Wallonië is de situatie op dat vlak weinig anders. Daar zijn er zowaar 79.000 langdurig werklozen. Dat is op zich ook nog veel, maar op 200.000 werklozen in verhouding minder indrukwekkend dan in Brussel. De werkloosheid mag in Wallonië dan al twee jaar dalen, in Luik en vooral Henegouwen blijft de situatie zorgwekkend. Vijf Henegouwse gemeenten hebben meer dan 20 procent werklozen: Farcienne (22,2 procent), Bernissart (21,6 procent), Quiévrain (21,2 procent), Colfontaine (20,9 procent) en Quaregnon (20,4 procent). Cijfers waar geen Waals politicus meer van opkijkt.  Men heeft zich daar blijkbaar neergelegd bij het bestaan van ‘beroepswerklozen’.

Dan hebben we het nog niet over zij die uit de werkloosheidsstatistieken verdwenen zijn. Het gaat dan om de Walen die hun inschakelingsuitkering kwijt zijn. Deze vroegere wachtuitkering voor schoolverlaters is beperkt in de tijd, tot drie jaar. Een maatregel die nota bene nog door PS-premier Di Rupo werd ingevoerd. Nu blijkt dat zij die zo’n uitkering verliezen vooral in Wallonië wonen en voor 47 procent in de provincie Henegouwen. En dat zijn geen afgestudeerde schoolverlaters die na drie jaar geen werk vinden. Neen, slechts 8,3 procent die hun inschakelingsuitkering verliezen zijn jonger dan 25 jaar. 35 procent is tussen 25 en 35 jaar. 40 procent zelfs tussen 35 en 44 jaar. Mensen die al 20 jaar of meer amper of niet gewerkt hebben. Waalse beroepswerklozen dus.

Het is opvallend dat de kloof op de arbeidsmarkt tussen enerzijds Vlaanderen en anderzijds Brussel en Wallonië allang geen politiek actueel thema meer is. Ook niet voor een Vlaams-nationalistische beleidspartij als de N-VA. Nochtans is de discrepantie in tewerkstelling tussen de verschillende regio’s de hoofdoorzaak van de miljardentransfers binnen België. Zolang de werkgelegenheidsgraad in Wallonië en Brussel niet substantieel stijgt, zullen de transfers niet afnemen.

‘t Pallieterke