De tussentijdse verkiezingen in Engeland kregen in de binnen- en buitenlandse pers de nodige aandacht. Veel minder werd omgezien naar de belangrijker stembusslag die geleverd werd in Noord-Ierland. Zowel de conservatieve unionisten van DUP als de linkse Republikeinen van Sinn Féin spreken van een verkiezingsoverwinning. Dat vraagt om duiding.

In Engeland vonden in februari een paar tussentijdse verkiezingen plaats. De Conservatives komen als psychologische overwinnaars uit de bus, bleek uit de resultaten van deze zogenaamde ‘by-elections’. Een duw in de rug voor de Prime Minister.

Steun voor conservatieven

In Copeland verloor Labour na lange tijd haar zetel. Het was al van 1982 geleden dat een regeringspartij, in dit geval de conservatieven van Theresa May, aan het langste eind trok in deze kiesomschrijving. Het werd in Copeland een spannende strijd. Labour behaalde met Hillian Troughton 37 procent van de stemmen (11.601), terwijl Trudy Harrison 44 procent scoorde (13.748). Erg zuur is dit voor de socialisten van Labour. De tussentijdse verkiezing werd namelijk uitgelokt doordat de populaire sociaaldemocraat Jamie Reed ontslag nam om een functie op te nemen als communicatieadviseur in de energiesector. Rechts maakt een sprong vooruit van meer dan 8 procentpunten, terwijl zwalpend Labour meer dan 4 procentpunten inlevert.

In Stoke-on-Trent wist Labour de zetel wel vast te houden. Volgens tal van media en opiniepeilers gingen de eurosceptici van UKIP er de macht over nemen. Dat gebeurde niet. Er was zelfs geen sprake van een nek-aan-nekrace. Labour haalde weliswaar 2 procentpunten minder dan bij de vorige verkiezingen, maar blijft met 37 procent afgetekend de grootste partij in Stoke. UKIP, met de nieuwe politieke leider Paul Nuttall, bleef steken op 25 procent. Een ontgoocheling, want de regio Stoke-on-Trent staat namelijk bekend als de meest eurosceptische van heel het Verenigd Koninkrijk. Niet minder dan zeven op tien kiezers stemde daar voor de Brexit, in juni 2016.

De tactiek van Europees Parlementslid Paul Nuttall lijkt voorlopig niet aan te slaan. De nieuwe UKIP-voorman tracht teleurgestelde Labour-kiezers naar zijn partij te lokken. De kwaliteitskrant ‘The Washington Post’ wees er enkele weken geleden op dat UKIP weliswaar populairder wordt onder laaggeschoolde arbeiders, maar dat het vooral de Conservatives zijn die extra stemmen winnen. Dat lijkt op het eerste gezicht vreemd. De Tories hebben nog steeds het imago een partij voor de rijke elite te zijn. Toch groeit de steun voor de partij van Theresa May ook bij de arbeidersklasse. Die groep kiezers zoekt haar heil bij de conservatieven en hoopt op een vlotte uitstap uit de Europese Unie en een strikter immigratiebeleid.

Polarisering neemt toe

Ook in Noord-Ierland werden in stemhokjes bolletjes gekleurd. De rechts-conservatieve protestanten van de Democratic Unionist Party (DUP) bleven op 2 maart jongstleden de grootste, met 28,1 procent van het electoraat. DUP is procentueel nagenoeg stabiel, in vergelijking met de vorige stembusslag. Echter, de partij verloor wel 10 van haar 38 zetels. De linkse republikeinen van Sinn Féin gingen er op vooruit met 4 procentpunten. Zodoende is zij, met 27 zetels, nagenoeg even groot als DUP. “Sinn Féin overtrof in de uitslag zelfs de meest optimistische opiniepeilingen”, schreef het dagblad ‘The Independent’.

De polarisatie neemt sterk toe in Noord-Ierland. DUP en Sinn Féin kunnen niet langer door dezelfde deur. Beide politieke bewegingen geven aan niet meer met elkaar in eenzelfde coalitie te willen zetelen. Na veel strubbelingen tussen de republikeinen en de unionisten, kwam de regering onlangs, na amper een jaar, ten val. Vraag is: wie mag het voortouw nemen om een nieuw kabinet te formeren? De grootste partij (DUP), die weliswaar stemmen verloren heeft, of de tweede partij (Sinn Féin), die overduidelijk steun bijkreeg van de kiezer?

Gure geldschieters

Dat ze bij DUP een hobbelig parcours gereden hebben tijdens de recente campagne, is zonneklaar. De rechts-conservatieven zijn sinds 2016 in een lastig parket terechtgekomen. Als grootste partij in de regio, is The Democratic Unionist Party voorstander van de Brexit. Een meerderheid (56 procent) in Noord-Ierland stemde echter voor een verlengd verblijf in de EU. In de aanloop naar de verkiezingen van 2 maart, moest DUP zich in allerlei Brexit-bochten wringen. Zeker toen in de media plots verhalen opdoken over een mysterieus geldbedrag van 435.000 pond (504.000 euro).

DUP zou van enkele donoren bijna een half miljard ponden cadeau gekregen hebben, om campagne te voeren voor de Brexit. Naderhand bleek dat de geldschieters behoren tot (de kringen van) de conservatieve partij. Pittig detail: de Tories in Engeland staan normaal veel dichter bij The Ulster Unionist Party (UUP) dan bij DUP in Noord-Ierland. Het geld zou volgens kwatongen afkomstig zijn van rijke zakenlieden die belegden in belastingparadijzen, via allerlei onfrisse belastingconstructies. Het is onder meer op die golf van verdachtmakingen over malversaties dat Sinn Féin wist mee te surfen. Met succes, zo blijkt.

LvS