Sinds mei 2016 weigert Turkije de Verenigde Naties toegang te verlenen tot het zuidoosten van het land om er zich te vergewissen van de lokale situatie na verontrustende berichten over systematische huiszoekingen, willekeurige arrestaties, verdwijningen, executies en het vernielen van complete Koerdische woonwijken, voornamelijk in de steden Sur en Nusaybin. De regering van topdemocraat Recep Tayyip Erdogan geeft zelf toe dat tussen juli 2015 en augustus 2016 bij veiligheidsoperaties in de regio wellicht 2.000 doden vielen. Onder de slachtoffers vrouwen en kinderen, maar naar verluidt ook 800 militairen en leden van de politie.

Woedt er een stille oorlog in Zuid-Oost-Turkije? Moeilijk na te gaan, want pottenkijkers vanuit bananenrepublieken zijn blijkbaar niet toegelaten. In mei 2016 richtte het ‘Office of the High Commissioner of Human Rights’ (OHCHR) van de VN een officieel verzoek tot de Turkse autoriteiten om de streek te mogen bezoeken. Ondanks herhaald aandringen, kwam er tot dusver geen enkel antwoord van Erdogan. Het rapport dat het OHCHR eind februari 2017 publiceerde, is dan ook gebaseerd op informatie vergaard via het zogenaamde ‘remote monitoring’ (informatiegaring op afstand) en grondige analyse van alle beschikbare bronnen:  getuigenissen van om veiligheidsredenen niet-geïdentificeerde slachtoffers en hun aanverwanten, ngo’s, satellietbeelden, open bronnen en de schaarse gegevens die van de Turkse regering zelf komen.

Feit is dat in Zuid-Oost-Turkije (Turks-Koerdistan) al decennia een conflict aan de gang is tussen de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), wereldwijd beschouwd als een terroristische organisatie, en de Turkse veiligheidstroepen. De PKK heeft het vooral gemunt op soldaten en politie, maar zou ook verantwoordelijk zijn voor ontvoeringen en moorden op leden van de regerende AKP (Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling) van Erdogan. Volgens het OHCHR reageerde deze laatste vanaf juli 2015 met de ontplooiing van extra militaire middelen en het opleggen van veiligheidsmaatregelen, die niet altijd in proportie waren met de Koerdische dreiging, en waarbij een loopje wordt genomen met de bescherming van de mensenrechten. Zo is er onder andere de fameuze wet nr. 6722 van 23 juni 2016 die het vrijwel onmogelijk maakt om soldaten van het Turkse leger te vervolgen als zij bij de ‘veiligheidshandhaving’ hun boekje te buiten gaan.

Bombardementen

Het OHCHR meldt dat nogal wat militaire middelen zijn ingezet om de orde te handhaven in het gebied. Het gaat niet alleen om pantsers, artillerie en infanterie, maar mogelijk werd ook ‘air-dropped munition’ gebruikt. Heeft men het over vatenbommen zoals die in Syrië worden gebruikt? Satellietbeelden in het rapport tonen in elk geval de vernietiging van volledige woonwijken, waar voornamelijk Koerden verbleven. Volgens OHCHR zijn daardoor 355.000 mensen gevlucht naar naburige oorden. Maar er is meer aan de hand. Er zijn willekeurige vrijheidsberovingen en diepgaande ondervragingen met folteringen; er is gebruik van geweld tegen vrouwen. Sommige mensen verdwijnen zomaar, om nooit meer terug te komen.

Eind januari 2016 vluchtten 189 personen uit het stadje Cizre voor het Turkse geweld. Zij kwamen gedurende weken vast te zitten in enkele gebouwen, omsingeld door Turkse sluipschutters. Gedurende de koudste weken van het jaar hadden ze geen toegang tot drank, voedsel, medicatie of enige hulp. Vruchteloos werd door de slachtoffers gepoogd de buitenwereld en (Turkse) parlementairen bewust te maken van hun omsingeling en hun benarde situatie. Uiteindelijk werden de gebouwen gebombardeerd en kwamen zij volgens het OHCHR allen om. Hun lichamen waren zeer moeilijk te identificeren door brandwonden en verminkingen. Het OHCHR kon spreken met de broer van een vrouwelijk slachtoffer van Cizre. Haar familie werd door de lokale openbare aanklager uitgenodigd om haar stoffelijke resten in ontvangst te nemen. Zij ontvingen drie stukjes verkoold vlees dat volgens de procureur via DNA kon verbonden worden met het slachtoffer. Toen een zus meer uitleg vroeg over de omstandigheden van het overlijden en de verantwoordelijkheid voor het bombardement, werd zij zelf vervolgd voor terroristische activiteiten. Dergelijke incidenten veroorzaken volgens het OHCHR een groot gebrek aan vertrouwen tussen de centrale autoriteiten, zeg maar de regering, en de lokale bestuurders die meestal van Koerdische origine zijn. Men durft zich nog amper met klachten tot de officiële instanties te wenden.

Reconstructie

Satellietbeelden onthullen verder de vernietiging van voornamelijk plaatsen die door Koerden zijn bewoond. In Nusaybin, een stad in de provincie Mardin, blijken 1.786 gebouwen ernstig beschadigd, waarvan er 398 volledig zijn vernield. In Sur dienden 45.000 van de 120.000 inwoners hun woning te verlaten als gevolg van bombardementen. Volgens het OHCHR kregen zij geen toelating meer om naar hun huizen terug te keren of hun huizen te herstellen. Onder de beschadigde gebouwen zouden zich ook zeven sites van grote culturele waarde bevinden.

Lokale mensenrechtenorganisaties melden dan weer dat de regering-Erdogan voor de vernietigingen een schadevergoeding zou betalen indien de slachtoffers een verklaring ondertekenen waarin wordt gesteld dat de schade werd veroorzaakt door ‘terroristische activiteiten’ van de PKK. In die zin kondigde de regering-Erdogan op 4 september 2016 een investering aan van 21 miljard USD in het kader van een ontwikkelings- en reconstructieprogramma van Zuid-Oost-Turkije. Het programma voorziet in de reconstructie van 30.700 huizen, de bouw van 800 fabrieken, 36 sportstadions en 15 nieuwe ziekenhuizen. OHCHR vreest evenwel dat eventuele maatregelen voor reconstructie er enkel zijn om de massale vernietiging van gebouwen door de regering-Erdogan te verdoezelen.

Aanbevelingen

Het OHCHR-rapport spreekt ook van verregaande intimidatie van hulpverleners en medisch personeel, die geen verklaringen mogen afleggen over de weigering van medische hulpverlening, het afsluiten van nutsvoorzieningen, de foltering van gevangenen en verkrachtingen door ondervragers. In de nasleep van de poging tot staatsgreep van juli 2016 is de toestand er niet echt op verbeterd. Duizenden Turken bevinden zich nog steeds in voorarrest zonder enige concrete aanklacht. Iedere maand vernemen ze gewoon dat hun arrest opnieuw met een maand wordt verlengd, zegt een getuige. Een Koerdische journalist verklaarde aan OHCHR dat hij, na het incident in Cizre, met zijn cameraploeg en met witte vlag, beelden ging schieten van het bergen van de lijken. Bij het oversteken van een straat werd zijn cameraman gedood door één enkel schot van een sluipschutter.

Hoe dit allemaal valt te interpreteren, is zeer de vraag. Noch de VN, noch Europese diplomaten en ngo’s krijgen toegang tot het gebied. Het OHCHR zegt dat het binnen de grenzen van het controleerbare zo objectief mogelijk heeft gerapporteerd. Afsluitend kreeg de Turkse regering 33 aanbevelingen inzake het handhaven van de mensenrechten. Of Erdogan die aanbevelingen ter harte zal nemen, is ons niet bekend. Op het OHCHR-rapport heeft Turkije alsnog niet gereageerd.

RIRO