Ik ben benieuwd of CD&V een groet zal brengen aan Konrad Adenauer. Hij werd voor vijftig jaar met veel tralala begraven als de grote staatsman, de halfgod, de goede Rijnlander die de nazi’s moest doen vergeten.

Op 19 april 1967 werd hij ten grave gedragen te midden van een onoverzichtelijke mensenzee en begeleid door staatshoofden, ministers en christendemocratische leiders. De politieke vriendin van Wouter Beke, kanselier Merkel, heeft een portret van Adenauer hangen achter haar werktafel in het Kanzleramt. Af en toe wordt de faam van dat plaatijzeren monument lichtjes bekrast, echter, Adenauer is en blijft de essentie van wat een christendemocraat zou zijn: onkreukbaar, trouw, rechtlijnig en genereus. Adenauers Vlaamse evenknieën beantwoorden heden niet aan het geschetste ideaal, dus wat volgt zal u, lezer van dit spotblad, niet verbazen.

Spionnen

Het magazine Der Spiegel gooit met een kloek omslagverhaal de ruiten in van de tempel die rond de Grote Konrad is gebouwd. Op basis van documenten van de geheime dienst en eigen speurwerk wordt bewezen dat Adenauer onder meer partijvrienden uitvoerig liet bespioneren, met medeweten en hulp van de Bundesnachrichtendienst, de geheime dienst van de Bondsrepubliek. En dat begon onder de voorloper van die BND bij de latere chef van de speurneuzen: Reinhard Gehlen. Der Spiegel hangt de vuile was buiten, een halve eeuw nadat Adenauer plichtmatig opnieuw bewierookt is als de grote rechtvaardige, de boetedoener voor het leed dat de NSDAP het vaderland en de wereld had berokkend, en dat mag niet verbazen. Voor en met de volle goesting van Adenauer plantte de geheime dienst drie spionnen in de redactie van het linkse weekblad. Tussen de Spiegel’ianen en de BND woedt reeds jaren een juridisch gevecht om de namen van die informanten te bekomen. De kern van de verwijten die Der Spiegel aan Adenauer maakt, is dat hij de spelregels van de democratie niet heeft gevolgd. De man was van de oude stempel. In zijn gezin een heerser en een keikop, maar in de politiek een onkreukbare, aldus zijn imago. De bronnen van Der Spiegel zijn verslagen van gesprekken van Gehlen in het kantoor van Der Alte (de koosnaam voor Konrad), notities van de Bundesverteidigungsrat, brieven aan en van Adenauer, en optekeningen van zijn woorden onder vrienden. Uit die optekeningen blijkt dat de kanselier een vernietigend lage dunk had van zijn landgenoten die hij graag bestempelde als dom, achterlijk en ongeschikt voor de democratie. Geopenbaard wordt dat de regeringsleider de partijpolitieke concurrenten – de liberalen van de FDP en de socialisten van de SPD – liet bespioneren, dat hij overal het Rode Gevaar zag (niet verbazingwekkend, want Adenauer regeerde in volle Koude Oorlog), dat hij de grondwet meermaals schond, noodscenario’s schreef voor het geval het parlement niet naar zijn pijpen zou dansen, en dat hij de persvrijheid beknotte. Tegen de wet in misbruikte de kanselier de BND als zijn “Privatgeheimdienst” en Gehlen als zijn persoonlijke opperspion. Konrad Adenauer heeft zich zaken gepermitteerd die geen enkele kanselier zich nadien nog heeft kunnen veroorloven. In zijn tijd beschouwden de christendemocraten de Bondsrepubliek als een staat die hen toebehoorde, waarover zij in feite en in rechte de baas mochten spelen.

Brandt

Een van Adenauers obsessies was burgemeester Brandt van Berlijn, de latere eerste rode kanselier van West-Duitsland. De documenten die Der Spiegel vond over de affaire-Brandt horen helemaal thuis in een politiestaat. In het privéleven van de SPD’er diende gesnuffeld te worden. Gehlen noteerde na een gesprek op 5 september 1960 in het Kanzleramt als opgave: “Wie was de eerste echtgenote van Brandt?” Tegen Brandt speelde dat hij als journalist, uitgeweken naar Scandinavië, actief geweest was in de weerstand tegen Hitler, wat veel Duitsers hem in de onmiddellijke naoorlogse jaren kwalijk namen, want er waren nog honderdduizenden die achter heg en steg hun heimwee naar de Führer beleden. Adenauer wilde die “emigrantenfeindliche Stimmung” gebruiken en Gehlen wordt meermaals aangespoord om belastende feiten uit Brandts “Exilzeit” boven te spitten. Voor Adenauer, blijkt uit genotuleerde gesprekken, heeft “Brandt gevochten tegen de Duitsers en hebben landgenoten hem bevrijd”. Een staaltje van nepnieuws en roddel.

Konrad Adenauer was reeds een oude man toen hij in 1949 de eerste Bondskanselier werd; hij blies kort voordien 73 kaarsjes uit. Zoals veel generatiegenoten was Adenauer opgegroeid onder de monarchie van de Hohenzollern en de grondregels van de democratie vond hij zwaar. Duitsland moest, ook na 1945, een Grossmacht zijn. In 1931 werd hij vicevoorzitter van het nationalistische Deutsche Kolonialgesellschaft en racistische woorden rolden uit zijn mond.

Kurt Ruegen