Ik heb mij serieus vergist! Nog tijdens de reguliere competitie eiste ik – samen met vele anderen – in allerlei kranten de kop van René Weiler. De Zwitser moest er zo vlug mogelijk uitgeflikkerd worden, voor het te laat was.

Weiler vroeg om geduld, want hij was volop aan het bouwen. Ik geloofde geen bal van wat hij verkondigde. Als ik de ploeg van het begin van het seizoen vergelijk met de ploeg die op het veld stond tegen Manchester United en Club Brugge, dan is er inderdaad een grote vooruitgang zichtbaar, en dat is het werk van René Weiler en van niemand anders. Ik heb geen moeite om dat toe te geven, integendeel. Er staat opnieuw een ploeg op het veld, en dat is zijn verdienste.

Groot contrast

Wat een contrast met Club Brugge, dat er niet in slaagde een vuist te maken in het Constant vanden Stockstadion. Het leek wel of het blauw-zwart was dat een midweekmatch in de benen had. José Izquierdo liep er voor spek en bonen bij, voor hij werd vervangen! Het leek wel of hij met zijn gedachten reeds ergens anders vertoefde.

Om nog te zwijgen over Hans Vanaken, totaal onherkenbaar. Ruud Vormer, nochtans een sterkhouder van de landskampioen, liet zijn ploeg juist voor de rust in de steek. Hij kon er reeds vroeger afgevlogen zijn, waarschijnlijk gefrustreerd door het matige spel van Club en de 2-0 op het scorebord. Zelfs Michel Preud’homme zag er gelaten uit na de match. Hij verklaarde dat hij de volgende wedstrijden nog alleen wil spelen met mannen die er voor 100 procent willen voor gaan. Dat zegt genoeg. Club Brugge heeft geluk gehad dat Anderlecht na de rust slordig omsprong met de kansen. Het had een bloedbad kunnen zijn!

Onbewogen Leekens

Tijdens mijn periode bij Anderlecht heb ik dikwijls de degens gekruist met Club Brugge. Er is een duel dat mij bijgebleven is, een thuiswedstrijd in het seizoen 1975-‘76. Eindstand: 1-0. Ernst Happel was de trainer van Club. Een fantastisch elftal, dat driemaal na elkaar kampioen zou worden. We werden voortdurend overspeeld en we konden alleen iets terugdoen op stilstaande fases.

Een paar minuten na de rust kregen we een vrijschop. Ik werd vaar voren gestuurd. Vanaf de rechterkant werd de bal voor doel gebracht. Ik riep: “Laat maar!” Georges Leekens dacht dat het Birger Jensen was die geroepen had en bewoog niet. Jensen stond nog op zijn lijn en ik kopte de bal binnen. 1-0 en dat bleef zo!

Leekens kreeg de schuld van Ernst Happel en moest de volgende wedstrijd op de bank zitten. Ter informatie: na de match hebben Leekens en Jensen mij gezocht. Gelukkig hebben ze mij niet gevonden, maar nu zijn we weer vrienden…

Gille van Binst