Het tijdperk Tom Boonen is voorbij. We nemen afscheid van een groot kampioen. Volgens mij een jaartje te vroeg, maar wie ben ik? Tom is intelligent genoeg om zelf te beslissen wat goed voor hem is. Veel mensen hadden stiekem gehoopt op een droomafscheid, in Roubaix. Men weet hoe dat afgelopen is, maar dat is bijzaak!

Tom Boonen was een godsgeschenk voor onze wielrennerij. Er was natuurlijk ook de cocaïne- en de drankperiode. Uit het niets een grote vedette worden, is voor jonge schouders zwaar om dragen. De meerderheid van de Vlamingen heeft Tom toen niet laten vallen, dat kan ik getuigen. Na een jeugdkoers in Ninove was ik met een paar vrienden een pintje gaan drinken. De dorpsidioot en enkele soortgenoten vonden het nodig om Tom Boonen nogal luidruchtig belachelijk te maken. Gans het café keerde zich tegen die pipo’s! Of ze nu buitengesmeten zijn of buitengeschopt, dat weet ik niet meer. Het zag er in alle geval zeer pijnlijk uit. Aan onze monumenten mag men zo maar niet aankomen. Bedankt, Tom, voor alles!

Laatste overwinning

Afscheid nemen is vaak niet gemakkelijk. Na mijn carrière als voetballer speelde ik sporadisch een wedstrijdje voor één of ander goed doel. Door mijn rotte linkerknie werd dat steeds moeilijker en pijnlijker. Mijn besluit stond vast, ik ging er volledig mee stoppen. Mijn laatste match was een België-Nederland voor veteranen, ten voordele van de hartpatiënten van Aalst. Er werd gepeeld op het veld van ‘den Eendracht’. De Nederlanders speelden bijna wekelijks, wij werden op het laatste moment bijeengeraapt. Gelukkig waren Willy Wellens en René Verheyen, die nog in de Belgische eerste klasse speelden, komen opdagen.

Mijn rechtstreekse tegenstrever was René van de Kerkhof, ex-PSV. Ik dacht dat het maar een partijtje was om te lachen, maar er waren 8.000 toeschouwers komen opdagen, dus wilde iedereen zijn beste beentje voorzetten. Dat vond René denkelijk ook, want die bleef maar langs zijn lijntje rennen. Stilletjes aan begon ik dat kotsbeu te worden en ik riep de Nederlander toe: “Als je zo blijft voortdoen, dan schop ik je op je naam!” Hij begreep mij niet meteen en keek mij vragend aan. Nooit van de slimsten geweest, die broertjes Van de Kerkhof. Ik heb dan nog maar eens herhaald wat ik hem had toegeroepen, maar in een andere versie: “Ik trap je op het kerkhof, als je blijft rennen als een gek!”

Uiteindelijk won ik mijn laatste wedstrijd, met 3-2. Na de match trof ik aan de bar Kees Kist, de gewezen midvoor van AZ. Ik kon mijn lach niet inhouden. Na een kerkhof, een kist… Had ik mijn laatste wedstrijd gespeeld tegen een begrafenisonderneming?

Gille van Binst