2017-17_11_Nick-Egypte2 (Medium)Midden-Oostenkenner Lieven van Mele trok van zaterdag 1 tot 8 april naar het immer woelige Egypte. Een dag na zijn thuiskomst, op zondag 9 april, volgden de aanslagen op koptische christenen in Egypte, waarbij 44 doden vielen te betreuren. De zoveelste aanslag tegen christenen sedert de jaren zeventig, toen alle miserie is begonnen en er van Islamitische Staat absoluut nog geen sprake was. IS heeft onmiddellijk de aanslag opgeëist. (deel 3)

Woensdag (al youm al arba, de vierde dag)

Vandaag trek ik naar het islamitisch museum. Het islamitisch museum van Doha (in Qatar) mag zich dan al verkopen als het grootste islamitische museum ter wereld, het stelt niet zo veel voor in vergelijking met de pracht en praal die je vindt in dat Egyptische museum. Het probleem is dat Egyptenaren heel slecht zijn in marketing en pr, terwijl de Qatari’s daar heel sterk in zijn. De laatste keer dat ik het islamitisch museum wou bezoeken, was het gesloten. De straat ervoor was autovrij gemaakt en er waren veel politieagenten en militairen in de buurt. De reden: een bomaanslag tegen een gebouw van het ministerie van Binnenlandse Zaken rechtover het museum zorgde er niet alleen voor dat de ruiten van het museum aan diggelen gingen, vrij veel kunstobjecten van onschatbare waarde werden vernield. De explosie moet heel krachtig zijn geweest, want de straat is nog breder dan de Meir (een bekende winkelstraat in die andere metropool). Het opnieuw gerestaureerde museum ziet er opnieuw heel mooi uit.

Op zoek naar cultuur

Woensdag wordt boekendag, beslis ik. Nu het Egyptische pond zo laag staat, is dat het ideale moment om mijn valies te vullen met boeken. Ik stap eerst binnen bij boekhandel Madboeli op Midan Talaat Harb, populair bij Egyptische intellectuelen. Op een tafel ligt een stapel van 20 exemplaren van de Protocollen van de Wijzen van Zion, een “fake” boek, ooit geproduceerd door de Russische geheime dienst, waarin beweerd wordt dat Joden een complot zouden hebben gesmeed om de totale macht over de wereld te bekomen. Dergelijke brolboeken, net als Hitlers Mein Kampf en publicaties over Joden en Israël met op de voorpagina karikaturen die in Europa sedert het einde van de Tweede Wereldoorlog niet meer worden getolereerd maar hier dus wel, vind je overal in de stad. De islamitische pezewevers van de islamitische universiteit/moskee Al Azhar, die regelmatig banvloeken uitspreken over boeken die op de markt komen die niet conform zouden kunnen zijn met de islam, reageren merkwaardig genoeg niet. De leuke boekhandel Lehnert & Landrock blijft failliet te zijn. Gelukkig is er nog de jaarlijkse boekenmarkt op de campus van de American University in Cairo (AUC), en de Diwan in Zamalek. En last but not least, de dagelijkse tweedehandsboekenmarkt in Ezbekiya. Voor een stad met meer dan 20 miljoen inwoners heeft Cairo belachelijk weinig boekhandels, bioscopen, theaters, kunstgalerijen en dergelijke. Egypte mag dan al een heel rijk recent, oud en heel oud cultureel verleden hebben, vandaag de dag is het huilen met de pet op.

Ongezond

Zien de mensen op oude faraonische afbeeldingen er mooi en slank uit, dan laat het straatbeeld vandaag iets heel anders zien. Het aantal Egyptenaren dat overmatig dik is, is zeer hoog. En dat komt door slechte voedingsgewoonten en gebrek aan beweging. Het aantal mensen dat aan suikerziekte lijdt, is waanzinnig hoog en je ziet ze lijden. Egyptenaren roken ook heel veel, zowel sigaretten als de nog veel ongezondere waterpijp, in Egypte de chicha genoemd. Je ziet vaak kinderen in de Nijl zwemmen, terwijl dat omwille van de viezigheid in die rivier totaal onverantwoord is. De Egyptische moslims eten natuurlijk geen varkensvlees. Niet alleen mag dat niet van hun godsdienst, het zou ook slecht zijn voor de gezondheid, en werken aan een betere gezondheid schijnt hier heel belangrijk te zijn…

De prijzen stijgen…

Het nadeel van de flinke devaluatie van het Egyptische pond is dat de Egyptenaren veel meer moeten betalen voor de goederen die ze importeren, en helaas is Egypte voor een pak essentiële goederen afhankelijk van het buitenland. Het gevolg is dat de prijzen van heel veel goederen de hoogte zijn ingegaan, terwijl de lage lonen dezelfde zijn gebleven. En dat naast vele andere prijsverhogingen: zo verdubbelde deze maand de prijs van de metrotickets. Vlees is voor de meeste Egyptenaren een onbetaalbare luxe geworden. Dan maar meer kip eten. Vis? Ook de visprijzen zijn helaas sterk gestegen. Steeds meer Egyptenaren kunnen de eindjes niet meer aan elkaar knopen en worden arm. De toestand is onhoudbaar. Je moet geen profeet zijn om te zien dat de kans groot is dat het de komende maanden in Egypte tot rellen zal komen. ‘Read our lips.’ Een mooi voorbeeld zijn geneesmiddelen. 60 procent van de geneesmiddelenproductie is in handen van Egyptische bedrijven, en de overige 40 procent van de bekende grote internationale spelers. Voor een aantal essentiële ingrediënten zijn de Egyptische farmaproducenten afhankelijk van import. Gezien men voor de geïmporteerde ingrediënten meer geld op tafel moet leggen, zijn de prijzen voor geneesmiddelen vaak verdubbeld. Honderdduizenden suikerzieken kunnen zich de dure geneesmiddelen niet meer veroorloven. Creperen dan maar.

Donderdag (al yoem al khamis, de vijfde dag)

En wat doen we vandaag? Nee, de piramiden van Guizeh, één van de grote toeristische klassiekers, bezoek ik bewust niet, omdat ik geen zin heb gedurende twee uren lastiggevallen te worden door een eindeloze meute souvenirverkopers, kamelenverhuurders, snoep- en drankverkopers, gidsen, bedelaars, enz. Ook het grote Egyptische museum aan Midan Tahrir (Plein van de Bevrijding) hoef ik niet meer te zien. Dat Tahrirplein, bekend geworden omdat dat plein het epicentrum was van de Arabische Lente in Egypte, is aartslelijk. Overigens, het museum gaat binnenkort (een zeer rekbaar begrip in Egypte) verhuizen naar de buurt van de piramiden. Ook van de grote Soek Al Khalil, de derde grote toeristenklassieker, hou ik niet. Niet alleen verkopen ze daar alleen maar brol, rustig naar iets kijken is onmogelijk omdat de verkopers onmiddellijk met een eindeloze reeks vragen en opmerkingen afkomen.

Knettergek

Ik ga dan maar naar de moskee van Al Hakim (985-1021), een gewezen Fatimidische heerser van Egypte. De moskee van Al Hakim is één van de tientallen heel mooie moskeeën die Cairo rijk is en heeft een minaret die uniek is. De Fatimiden waren een sjiietische dynastie die ooit over Egypte hebben geregeerd. Jawel, Egypte was ooit sjiitisch, terwijl het nu heel soennitisch is, met een voorkeur voor de shafeïstische rechtsschool. Iedere ernstige historicus is het erover eens dat Al Hakim knettergek was. Toch is hij het grote idool van de druzen, een “heterodoxe” sjiitische groep vooral aanwezig in Libanon, Israël en Syrië. Bij het verlaten van de moskee rond de middag word ik bijna omvergelopen door een troep schoolkinderen.

Onderwijs

Omdat de scholen de demografische explosie niet meer aankunnen, wordt er lessen gegeven in twee shiften. De eerste shift krijgt les van 9 tot 12 uur en gaat dan naar huis, zodat een tweede groep kinderen les kan krijgen van 14 tot 17 uur. Klassen zitten overvol, er heerst een vrij strenge discipline. De leraar durft nogal gauw een mep uitdelen, terwijl het in een geciviliseerde stad als Brussel de leerlingen zijn die de meppen uitdelen. Alle vormen van creatief denken of individuele ontplooiing worden in de kiem gesmoord. Er wordt van de kinderen enkel verwacht dat ze als papegaaien alles aframmelen wat hen werd voorgeschoteld. Lessen Arabisch mogen enkel gegeven worden door moslims, niet door christenen. De geschiedenislessen beginnen merkwaardig genoeg met de verovering van Egypte door de Arabische generaal Amr Ibn al As in 640. Aan de pre-islamitische faraonische (en christelijke) geschiedenis wordt uitgerekend in Egypte géén aandacht besteed in het onderwijs, terwijl die rijke en fascinerende faraonische geschiedenis wel wordt onderwezen in ongeveer alle Europese middelbare scholen.

Egyptologen

Dit ligt in lijn met de islamitische visie op geschiedenis, die de pre-islamitische periode omschrijft als de tijd van de jahiliya, de onwetendheid. Het is ook geen toeval dat bijna alle Egyptologen niet-Egyptenaren zijn, vroeger en nu. Figuren als de mediagenieke Zahi Hawass zijn grote uitzonderingen. De meeste Egyptische moslims vinden de piramiden en faraonische gebouwen leuk omdat dit hen toelaat geld uit de zakken van (buitenlandse) toeristen te kloppen, voor de rest interesseert het hen eigenlijk geen bal. Een diploma behaald aan een Egyptische universiteit is niks waard. De absolute top is de Amerikaanse universiteit in Cairo, de AUC. Die is echter peperduur. Om je zoon of dochter naar de AUC te kunnen sturen, moet je op z’n minst tot de allerhoogste regionen van de middenklasse behoren. Het vuur aan de lont van de Arabische Lente werd aangestoken door studenten uit AUC-milieus. Na exact drie dagen verloren ze echter de controle over de regie van de “Lente”, omdat ze niet konden opboksen tegen de veel grotere en representatievere Moslimbroeders en andere salafisten. Toch zijn ze er met succes in geslaagd buitenlandse correspondenten à la Rudi Vranckx wijs te maken dat zij de revolutie zouden belichamen en er de spreekbuis van zouden zijn.

Vrijdag (al yoem al goemaa, de dag van de vergadering)

Met de dag van de vergadering of de dag van de ontmoeting wordt bedoeld de wekelijkse dag dat moslims samenkomen in de moskee. Vrijdag in Egypte is wat zondag in Europa is, met dat nuanceverschil dat de vrijdag niet noodzakelijk een rustdag is. Elke dag gaan er natuurlijk mensen bidden in de moskee, maar op vrijdag in groten getale. In mijn buurt betekent dat dat de straat wordt afgezet voor het autoverkeer en matten en tapijten op straat worden uitgerold. Ondanks het waanzinnige aantal moskeeën in Cairo vinden veel moslims het toch leuker om in open lucht te bidden. Dat doen ze om hun aanwezigheid te bevestigen en een signaal te geven aan de vele passanten die niet bidden om zich toch bij hen te scharen. Er zijn luidsprekers bevestigd aan de muren van de moskee zodat de ganse buurt de khoetba (preek) kan volgen. En let op, een preek is hier geen slaapverwekkende toespraak zoals in een willekeurige katholieke kerk in Vlaanderen, nee, hier wordt geroepen, getierd en geschreeuwd. Over solidariteit met de Palestijnen, over het duivelse Israël, over Amerika, “Amrika” in het Arabisch (de grote satan), de islamitische goede zeden die in Egypte niet zouden worden gerespecteerd, etc. Over waarden die min of meer in de lijn liggen van pakweg de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens hoor je nooit iets. Daarover begint men te zwammen als er westerse journalisten of politici over de vloer komen, anders niet. Zoals steeds hoor je vanuit de vlakbij gelegen Mohammad al Farid-straat een andere en al even luide khoetba, afkomstig uit de moskee in het gebouw waar ook het Griekse consulaat gevestigd is. De twee preken interfereren. Het lijkt wel of de twee imams moeite doen om elkaar in decibels te overtreffen.

Ik vind het echter leuker om naar het Manial Palace en dito grote tuin te trekken, omdat ik in een magazine heb gelezen dat die gerestaureerd is. In het complex kan je een mooi paleis bezoeken, een klokketoren in Marokkaanse stijl, een eregalerij en een jachtmuseum. Het geheel is inderdaad mooi gerestaureerd en een bezoek meer dan waard. De tuin is bovendien een oase van rust in een stad waar het zo moeilijk is om aan het lawaai te ontsnappen. De rest van de dag trek ik nog naar de Sultan Hassan-moskee, de mooiste moskee in heel Cairo, en de daar recht tegenover gelegen Rifaimoskee, waar de laatste sjah van Iran begraven ligt.

Ik wandel nog even naar het Italiaanse consulaat, omdat daar na mijn vorige bezoek aan Cairo een bomaanslag werd gepleegd. De bewaking aan het consulaat is nu aanzienlijk, terwijl dat in het verleden een lachertje was. Het was omdat de bewaking niks voorstelde dat het Italiaanse consulaat als doelwit werd uitgekozen door de terroristen. Alle militairen aan het consulaat zijn zoals steeds jong en hebben een heel donkere huidskleur. Voor het Egyptische proletariaat is een carrière in het leger één van de weinige manieren om aan de ellende van het dagelijkse bestaan te ontsnappen. Het leger is in Egypte een zeer belangrijke instelling, met een grote rol in de economie, omdat het zich bezighoudt met dingen die niet tot de corebusiness van een leger behoren, zoals het maken van brood, het produceren van kleerkasten, moto’s, ijskasten en veel andere producten. Trouwens, het was omdat de oude Hosni Moebarak zinnens was zijn zoon Gamal (die niet uit het leger komt) tot zijn opvolger te benoemen dat het leger besloot om president Moebarak te dwingen tot aftreden. De Arabische Lente bood daartoe de ideale gelegenheid. Want dat toekomstig president Gamal ook nog eens de economie wou liberaliseren (uiteraard nadelig voor de economische belangen van het leger), kon niet door de beugel. De politieagenten zijn de slechteriken, maar het leger staat aan de kant van het volk, rapporteerde Vranckx in 2011 vanuit Cairo. Het had er niks mee te maken.

Zaterdag (al yoem as sabt, de zevende dag)

Tijd om een taxi te nemen richting luchthaven, voor een vlucht naar Zaventem via Wenen. Terug naar huis dus, want het valt niet uit te sluiten dat mijn werkgever mij maandag terug op kantoor wil zien. Uiteraard vraagt iedereen in het hotel of ik snel terugkom, bijvoorbeeld in de zomer. Omdat iedere uitspraak over de toekomst in Egypte eindigt met insjallah, indien God het wil, zeg ik maar dat ik zo snel als mogelijk terugkom naar Cairo insjallah. Insjallah is de ideale ‘escape’ indien men niet graag met een duidelijk ja of nee antwoordt. Ik durf hen niet te zeggen dat ik in juli naar de Jordaanse hoofdstad Amman trek, want hoe leg je aan een Egyptenaar uit dat je naar die “bedoeïenen” in Amman gaat terwijl er zoiets bestaat als Cairo (Al Qahira), een wereldstad van minstens 20 miljoen inwoners, centrum van het Midden-Oosten, zetel van de Arabische Liga, oem al doenia, en nog zo veel meer? Moeilijk, natuurlijk, heel moeilijk. (slot)

Lieven van Mele