Tussen de Amerikanen en de Duitsers was er tijdens de Tweede Wereldoorlog een verschroeiende wedijver om de hand te leggen op de rijke uraniumlagen van Shinkolobwe in de toenmalige Belgische kolonie, Congo. Dat uraniumerts kon snel tot een atoombom leiden, want van zeer hoge kwaliteit. De bazen van de Generale Maatschappij, eigenaars van de Union Minière du Haut Katanga, speelden dubbelspel.

Zolang zij niet zeker waren wie de overwinnaar van de Tweede Wereldoorlog ging zijn, en dat was gedurende de eerste twee jaar een open kwestie, keken zij zowel de Amerikanen als de Duitsers naar de ogen. Dat is geschiedenis, geschiedenis waarover vorig jaar een opperbest boek is verschenen, “Spies in the Congo, America’s Atomic Mission in World War II”, van Susan Williams. Dit is Belgische internationale politiek bestudeerd met een slimme Britse bril op. Williams is van de Londense universiteit en ze publiceerde eveneens over de nog steeds raadselachtige dood van de Zweedse VN-chef Dag Hammerskjöld in Katanga.

Eigen atoombom

Duitsland en de atoombom is een verhaal met een diepe penwortel. Kort na de verkiezing van Donald Trump tot Amerikaans president – een isolationist, die Amerika meer op zichzelf wil laten terugplooien – publiceerde het conservatieve dagblad Frankfurter Allgemeine Zeitung een redactioneel standpunt over de vraag of Duitsland opnieuw moet overwegen een nucleair wapen te maken, en dat om de verzwakkende Amerikaanse waarborgen voor vrede in Europa te compenseren. Een voornaam lid van de CDU liet meteen horen dat er geen taboes mogen zijn bij het denken over de Duitse defensie. De discussie viel stil omdat, wordt vermoed, kanselier Merkel geen gedoe wilde over dit delicate punt in een verkiezingsjaar (de Duitsers gaan in september naar de stembus).

Vanaf 1945 schuilde West-Duitsland onder de Amerikaanse atoomparaplu. In 1960 ondertekende West-Duitsland het niet-verspreidingspact voor atoomwapens en het verenigde Duitsland herhaalde die belofte bij de Wiedervereinigung. Zonder Trump was er niets veranderd, maar met een president in het Witte Huis die de NAVO voorbijgestreefd vindt en de steun aan zijn bondgenoten afhankelijk maakt van de sommen die zij willen besteden aan hun verdediging, is het nadenken over andere verdedigingsmiddelen prompt gestart. Een uitweg voor Duitsland zou kunnen zijn zich aan te sluiten bij de twee Europese atoommachten, Groot-Brittannië en Frankrijk, maar Parijs wil geen zeggenschap van derden over zijn arsenaal, en Theresa May heeft al gezinspeeld op haar atoombommen als onderdeel van de onderhandelingen over de Brexit. Dat zou inhouden dat noch Duitsland, noch Polen, noch de Baltische republieken volledig beroep kunnen doen op de Franse en Britse atoomwapens om zich te verweren tegen een aanval vanuit Rusland. Op dit ogenblik is er bij de denkers en doeners van de Duitse defensie eensgezindheid: er moet minstens over een nucleaire afschrikking gepraat worden, al was het maar om Trump en Poetin tot betere gedachten te brengen.

Nieuwe kernwapenwedloop

Hannes Adomeit, een Duitse politicoloog, publiceert zijn opinie in de Nederlandse media over de kernwapenkwestie. Hij bevestigt dat het kernwapenarsenaal een belangrijk symbool is van Ruslands status als machtige natie. Gecombineerd met het permanente lidmaatschap van de Verenigde Naties geeft dat het land een steun onder de bewering een grootmacht te zijn die op gelijke voet staat met de VSA.

Hannes Adomeit: “Op één punt heeft Trump gelijk: Poetins Rusland heeft veel meer aandacht geschonken aan kernwapens dan de VSA. Het heeft zich bijzonder ingespannen om zijn strategische lanceerinstallaties ter land en ter zee te moderniseren om honderden kernkoppen te kunnen inzetten tegen de VSA. Het belangrijkste afschrikkingsmiddel blijven de intercontinentale ballistische raketten.”

In 2016 testte Rusland een nieuwe raket, de RS-28 Sarmat, een reus van honderd ton met minimaal tien kernkoppen, die van Amerika’s Minuteman III (39 ton) een dwerg maakt. De Sarmat kan een kernkop in een vrijwel volledige baan rond de aarde brengen en zodoende elke plek op de globe raken. De strategische luchtmacht van Rusland is een schim van wat zij was in de Sovjettijd, maar een moderne toevoeging zijn de kruisraketten met groot bereik, waarvan één type in 2015 met een conventionele lading in Syrië werd ingezet. Rusland koestert zijn grote voorraad tactische kernbommen, inzetbaar op slagvelden.

Een nieuwe kernwapenwedloop ligt op de loer, is de overtuiging van de Duitse expert: “Poetins Rusland wil weer een grootmacht worden, en daarbij denkt men vooral in militaire termen. De machtselite in Moskou blijft gericht op de Verenigde Staten. Het land streeft naar integratie van conventionele en nucleaire wapens. Het draagt daarmee het idee uit dat kernwapens aan twee kanten niet langer de ultieme garantie zijn tegen een allesverwoestende oorlog, maar gewoon een uitbreiding van een conventionele oorlog.”

Kurt Ruegen