Op 18 april overleed Paul Malherbe, pastoor van de parochie van Saint-Jean-Saint-Loup in Namen. De priester was vooral bekend voor zijn misviering in het Waals, de maandag na de Waalse Feesten.

De kerk van Saint-Jean-Saint-Loup in Namen zat altijd stampvol op de derde maandag van september. Reden: Paul Malherbe ging tot vorig jaar voor in de kerkdienst. En die mis verliep die dag – altijd net na de Waalse Feesten – volledig in het Waals. Malherbe had de gewoonte om tijdens zijn preek in het Waals zowel de nationale als internationale actualiteit te becommentariëren. Met de nodige kwinkslagen, zonder rechtstreeks politici te bekritiseren. Op één uitzondering na: in 2014 liet hij zijn ergernis blijken over de antibedelaarswetgeving in Namen. Niemand nam het hem kwalijk. Malherbe kon als folkloristisch figuur weinig verkeerd doen. Zijn Waalse misviering was een unicum in Wallonië. Of bijna een unicum. Op 15 augustus – Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaart – vinden ook in het Luikse Waalse preken plaats. Dit jaar zullen die Luikse Waalse missen opnieuw plaatsvinden. In Namen is het gedaan met de traditie, want op 18 april overleed de 81-jarige Malherbe in een rusthuis. Hij sukkelde al enige tijd met zijn gezondheid.

Los van zijn affectie voor het Waals was Malherbe geen bijzonder figuur. Geboren in de Naamse stadswijk Salzinnes groeide hij op in een klassiek katholiek gezin. Het enige wat opvalt in zijn cv was dat hij in 1969 episcopaal vicaris werd om de conclusies van het Tweede Vaticaans Concilie in het hele bisdom Namen ten uitvoer te brengen. Maar Malherbe was eigenlijk nergens gelukkiger dan in zijn parochie van Saint-Jean-Saint-Loup, waar hij sinds 1979 pastoor was.

Malherbe maakte er in Namen een erezaak van om geen fouten te begaan tegen de Waalse taal. Want hij zag het Waals niet als een dialect maar als een echte taal. De Naamse priester beschouwde de taal ook als een deel van de regionale identiteit. Dat zijn misvieringen zo populair waren, heeft wellicht ook te maken met de heimwee van veel Walen naar hun bijna verdwenen taal. Twee, drie generaties geleden was de huistaal zeker in de landelijke gebieden van Wallonië wel degelijk het Waals. Maar wat in Vlaanderen niet gelukt is, is wel gebeurd in Wallonië: het Frans heeft het Waals verdrongen.

Eén van de oorzaken is wellicht dat er verschillende versies van het Waals de ronde deden. Bovendien werden en worden er in Wallonië tal van regionale talen gesproken. In het westen van Henegouwen is dat het Picardisch, een taal die ook in het noorden van Frankrijk ingeburgerd is, tot aan de Noord-Franse kust. Het Picardisch telt tal van Angelsaksische woorden zoals ‘kè’ of ‘carry’ voor dragen. In Luxemburg wordt dan weer Letzeburgs gesproken en in het uiterste zuiden van Wallonië het ‘Gaumais’. Een Waalse eenheidstaal was er nooit.

Het is de verdienste van eerwaarde Paul Malherbe dat hij de Waalse taal (tenminste, de Naamse variant) zo lang in leven heeft gehouden.

De figuur Paul Malherbe steekt schril af tegen een aantal andere geestelijken in de Waalse Beweging. Die vonden het Waals maar niets. Enkel het Frans telde, want dat was de taal van Frankrijk, het grote vaderland. Neem nu l’abbé Jules Mahieu (1897-1968), één van de iconen van de Waalse Beweging. Maar voor Mahieu had die beweging vooral als taak zoveel mogelijk toenadering te zoeken tot Frankrijk, met op termijn een mogelijke aanhechting bij ‘La Mère Patrie’. Mahieu was één van de drijvende krachten achter de rattachistische bedevaarten aan L’Aigle Blessé in Waterloo. Hij kreeg daardoor felle kritiek van het bisdom Doornik. Tijdens de Tweede Wereldoorlog stuurde Mahieu aan het Franse collaborerende Vichy-regime een aantal rapporten  over de aanhechting van Wallonië bij Frankrijk. Op vraag van een andere rattachist, George Thone, stelde hij zelfs een nota op over het Verdinaso. Later kwam Mahieu in het verzet terecht en hij verbleef een tijdlang in Lissabon. Naar Wallonië keerde hij nooit meer terug. Mahieu woonde na de oorlog in Nice in zijn geliefde Frankrijk, en overleed er ook.

Picard