Frustraties alom

Lady Macbeth

Schrijven dat ik met “Lady Macbeth” een aangename filmavond heb beleefd, zou de waarheid geweld aandoen. Daarvoor is dit debuut van William Oldroyd iets te koel en afstandelijk. En het onderwerp is niet bepaald om vrolijk van te worden.

De tijdsituering is het midden van de 19de eeuw, de plaats is een ruwe streek in Engeland, het hoofdpersonage is een jonge vrouw Katherine (Florence Pugh). Ze wordt uitgehuwelijkt aan een rijke mijneigenaar. Die maakt weinig aanstalten om het huwelijk te consumeren, maar hij is altijd bereid om haar te vernederen. Bovendien krijgt ze ook nog te maken met een kwaadaardige schoonvader. Haar frustraties werkt ze dan maar uit op het personeel, terwijl ze een affaire begint met een stalknecht. Dat dit alles niet goed gaat aflopen, staat in de sterren geschreven.

Op het eerste gezicht lijkt “Lady Macbeth” een zoveelste Engels kostuumdrama waar de BBC haast een patent op heeft, maar je wordt spoedig geconfronteerd met een totaal andere aanpak. In plaats van een weelderige mise-en-scène hanteert Oldroyd een strak decorum en een sobere doch stijlvolle inbeeldzetting. Het is een manier om de warmteloze omgeving en de toenemende frustraties van Katherine over te brengen. Tegelijk geeft Oldroyd een historische context – klassenverschillen, vrouwenonderdrukking, rassendiscriminatie – een hedendaags tintje. Ik bedoel, je kan niet ontkennen dat hij goed bezig is en dat hij zijn vak beheerst.

Bovendien is er het uiterlijk en de vertolking van Florence Pugh, perfect passend in dit melodramatische geheel van seksuele frustratie, onderdrukking, wraak en dubbelzinnige moraal. En als je dan leest dat het budget rond de 600.000 euro draaide – een bedrag waarvoor je bij wijze van spreken zelfs geen Vlaamse film meer van de grond krijgt – dan kun je alleen maar bewondering hebben voor het resultaat. Maar zoals ik reeds schreef, een aangename filmavond hou je er niet aan over.

K.T.


The Last Face

Sean Penn is naar verluidt geen gemakkelijke jongen, maar hij is in ieder geval een geëngageerd acteur en regisseur, die zijn mening over mistoestanden in de Verenigde Staten en de wereld niet onder stoelen of banken steekt. Met zijn vijfde film als regisseur moet hij ondervinden dat een speelfilm maken over hulporganisaties die proberen iets te doen aan het leed van velen over de ganse wereld – maar dan vooral in Afrika – niet noodzakelijk tot een goed resultaat leidt. Het zijn dikwijls de te goede bedoelingen die in de weg staan voor een boeiende en zinvolle film.

In “The Last Face” maken we kennis met Miguel en Wren (respectievelijk Javier Bardem en Charlize Theron), twee dokter-hulpverleners die ergens in Afrika, ondanks de ellende rondom hen, een relatie beginnen. Via hen probeert Penn een beeld op te hangen van de noden, het lijden, de chaos, de gruwel en tegelijk ook van de dualiteit in het werk van die hulpverleners. Voor Miguel is elk leven dat hij redt een overwinning. Wren ziet het grootser, en klaagt de onverschilligheid van de westerse politici en machthebbers aan.

Helaas verzandt dat alles vrij vlug in nietszeggende en geen oplossing biedende uitspraken en gesprekken. Toegegeven, het is allemaal niet simpel, maar Penn hanteert bij zijn betoog een beetje te veel een zelfingenomen toon van wereldverbeteraar, en dat komt beslist niet goed over.

Ik heb een grenzeloze bewondering voor diegenen die werken binnen organisaties als “Artsen zonder Grenzen” en aanverwanten. Reden waarom ik maandelijks een klein bedrag van mijn karig inkomen op hun rekeningen stort (alleen moeten ze mij niet bestoken met hun kleurenfolders en dat geld besteden aan hun doel). Toch zijn dat maar druppels op een hete plaat en het lost weinig of niets op; het verandert niets aan de essentie van het probleem.

Bijvoorbeeld, de mateloze hypocrisie en schaamteloosheid van de rest van de wereld als weer ergens een conflict losbarst. Waar komen al die wapens vandaan en wie betaalt die? Een tipje van die sluier werd opgelicht met de recente commotie rond FN (maar ook Vlaanderen is niet zonder schuld).

Bijvoorbeeld, het feit dat een werelddeel als Afrika potentieel rijk aan grondstoffen is, maar waarvan de bevolking voortdurend in de steek wordt gelaten door haar leiders. Bodemschatten worden er geroofd met oogluikende goedkeuring en medewerking van alles wat macht heeft in de rest van de wereld.

Nog een voorbeeld, als ik weer eens beelden zie van opvangcentra in noodgebieden, dan zie ik alleen maar vrouwen met (kleine) kinderen. Waar zijn de mannen, de echtgenoten, de vaders? Kinderen op de wereld zetten, is klaarblijkelijk gemakkelijk. Er verantwoordelijkheid voor dragen, is iets anders. Cultuurverschillen noemt men dat dan (vrouwen zien hun enige reden van bestaan in het krijgen van kinderen). Het levert alleszins schrijnende toestanden op. Zeker als dat gepaard gaat met (godsdienst)oorlogen of natuurrampen.

Ik geef toe, dit is niet meteen filmkritiek. Eerder losse gedachten rond thema’s die in “The Last Face” niet goed uit de verf komen. Maar als die film discussies op gang kan brengen, dan is die toch niet helemaal zonder zin.

K.T.