Wie haalt de tweede ronde van de Franse presidentsverkiezingen aanstaande zondag? Het is de hamvraag, met volgens de peilingen Marine Le Pen en Emmanuel Macron in de rol van de favorieten, en François Fillon en Jean-Luc Mélenchon als underdogs. Maar wie durft nog peilingen te vertrouwen, na het fiasco van het Brexit-referendum en de vorige Amerikaanse presidentsverkiezingen?

Marine Le Pen en Emmanuel Macron liggen allebei gemiddeld zo’n twee of meer procentpunten voorop op de twee anderen, maar de systeemfouten in de peilingen zijn niet te onderschatten. Bureaus die durven publiceren hoeveel mensen weigeren mee te werken aan een peiling, geven een aandeel aan van twintig tot dertig procent. Genoeg marge dus om één van de kandidaten zondag een flinke duw in de rug te geven, en onverwacht toch naar de tweede ronde te stuwen.

PS-kandidaat kansloos

O ja, er is nog de kandidaat van de PS, Benoît Hamon. De man peilt rond acht à tien procent, maar een enkele keer zakt hij al eens door naar zeven procent. Met een vijfde plaats en een achterstand van meer dan tien procentpunten op de vier anderen maakt hij geen schijn van kans. Onlangs liet hij zich zelfs ontvallen in de tweede ronde Jean-Luc Mélenchon te zullen steunen. Een flater van formaat, want een duidelijker teken dat hij er zelf niet meer in gelooft, kan men zich amper inbeelden. Niet moeilijk dat zijn kiezers wegvluchten, deels richting Jean-Luc Mélenchon, deels naar Emmanuel Macron.

Waarom Benoît Hamon dan toch in de race blijft? Eenvoudig: voor het geld. Kandidaten die in de eerste ronde meer dan vijf procent van de uitgebrachte stemmen halen, krijgen 47,5 procent van hun campagnekosten door de Franse staat terugbetaald. Wie onder de vijf procent blijft steken, krijgt maar 4,75 procent terug. En dat scheelt wel wat. Het zou een affront buiten categorie zijn én een fikse financiële aderlating, als de officiële kandidaat van de PS niet eens die drempel van de vijf procent weet te halen!