Waar Hendrik Vuye en Veerle Wouters tegenover Gerolf Annemans staan, moet het wel gaan over het Vlaamse zelfbestuur en de hindernissen daartoe. Pieter Bauwens modereerde op 29 maart een debat tussen hen over de grendelgrondwet n.a.v. de publicatie van het boek ‘Sleutels tot Ontgrendeling’ van Vuye en Wouters.

De meeste Vlaamse Bewegers denken dat de Franstaligen de Vlaamse onderhandelaars stevige waarborgen voor het Belgische status-quo in de maag gesplitst hebben. Het VB besluit daaruit dat er binnen België niets meer te hopen is en wij dus eenzijdig en tegen de grondwet in de onafhankelijkheid moeten uitroepen. De N-VA besluit uit diezelfde aanname dat we machteloos staan en ons maar best voor lang met andere zaken bezighouden. Maar nu blijkt een nadere rechtskundige ontleding enige hoop te geven: “Wij kunnen één voor één elk van de grendels ontgrendelen”, zei Veerle Wouters tot verbazing van de meeste aanwezigen.

Uit de aard der zaak (of uit de aard van de Belgische constructie) is dat een ingewikkelde materie, waar zelfs juristen als Hugo Schiltz niet klaar in zagen, en we moeten echt naar het boek verwijzen voor de uitleg hoe bijvoorbeeld de BHV-blokkering had kunnen verschalkt worden. Ingewikkeld, maar voor wie de relevante wetteksten goed leest, toch onmiskenbaar. De tweemansfractie vroeg zich dan ook af wat de talrijk bemande en goed gefinancierde N-VA-studiedienst al die tijd heeft zitten doen, en waarom het deze veelbelovende piste nooit verder verkend heeft.

Anderzijds, zo eenvoudig is het ook niet. Als de Vlamingen aan één zeel zouden trekken, zouden we die knopen kunnen ontwarren, maar dan zal Pasen toch op een vrijdag moeten vallen. Als je dan de verantwoordelijkheid van Vlaamse onderhandelaars voor die grendels ziet, is er weinig kans dat zulke klassedwazen nu opeens de oplossing zou bieden.

Zo kwam grondwetsartikel 35 (dat de niet-toegewezen bevoegdheden automatisch aan de deelstaten toekent, dus het federale niveau uitkleedt) tot stand om Schiltz in 1994 ook wat te gunnen dat hij fier aan zijn achterban kon tonen, maar het is in feite de sterkste grendel: het gunt de Franstaligen meerdere veto’s. Het is dan ook, wegens Waalse tegenkanting, nooit uitgevoerd. Kortom, de Vlamingen hebben voor die “trofee” een werkelijke prijs betaald, maar in ruil een lege doos gekregen.

Brussel

Eén plaats waar de grendels daadwerkelijk afgebouwd worden, is het hoofdstedelijk gewest. Maar de minderheid die daar hun bescherming zou moeten genieten, is Vlaams. Anderzijds, dat de belgicistische Vlamingen van dienst als Guy Van Hengel of Sven Gatz minder te zeggen hebben dan bedoeld, is niet echt een verlies voor Vlaanderen.

Waalse onderhandelaars zoals wijlen François Périn hanteren een uitgekookte strategie, en zetten voor de duur van de confrontatie met de Vlamingen hun geschillen tussen haakjes. Daarentegen gaan Vlaamse politici al slaapwandelend naar de onderhandelingstafel, of met een andere dan pro-Vlaamse agenda. Zoals Annemans zei: “De grootste grendel voor de Vlamingen zit in hun hoofd.”

Draagvlak

Vanuit de zaal vroeg Steven Utsi, ooit met Annemans de mede-auteur van De Ordelijke Opdeling, of een duidelijk plan hebben niet belangrijker is dan een draagvlak af te wachten. Over die vraag was het panel het eens: als je leiding geeft en het volk een perspectief voorhoudt, dan zal dat draagvlak wel volgen. In een parlementaire democratie hoeft men ook geen referendum te vrezen: ten eerste kan de daaraan voorafgaande discussie door bewustwording tot een onverwachte meerderheid leiden, ten tweede hoeft het niet zo ver te komen, aangezien de Vlaamse soevereiniteit in het Vlaams parlement belichaamd is.

Men moet gewoon elke crisis als kans aangrijpen. Elke nieuwe ontwikkeling kan een hefboom worden. De democratische meerderheid komt dan wel. Ze is in het verleden steeds weer verkwanseld geworden door de verslaving van onze politci aan schouderklopjes wegens “gematigdheid”.

Een verschilpunt was het stappenplan van de twee fracties. Voor het VB is er geen tijd te verliezen: meteen de onafhankelijkheid uitroepen. Vuye en Wouters willen er meer vaart achter zetten dan de N-VA, en zijn ook bereid om de grondwet te omzeilen, zoals in de Belgische geschiedenis al sedert 1831 meermaals gebeurd is. Zij willen echter wel tijdelijk nog een confederaal niveau behouden, namelijk als de entiteit die de staatsschuld moet afbetalen. Annemans vond dat overbodig: de banken geven er niets om van welke instantie ze hun geld krijgen, mits ze het maar krijgen.

Dit werd door alle aanwezigen als een goed debat beschouwd. Zowel de debaters als het publiek hielden het beschaafd, mede doordat de afstand tussen de standpunten echt op maat was. Beide partijen streefden ruwweg hetzelfde na, maar waren net verschillend genoeg om er animo in te houden. We hadden hier, naast misschien Bart Maddens, de beste specialisten van de communautaire agenda aan één tafeltje bijeen. Minder goed kwam hun gemeenschappelijke tegenstander er uit: de N-VA, die het argument dat ze door de grendels tot passiviteit veroordeeld was, uit handen geslagen werd.

D.K.