De islam in Europa: het voortschrijdend inzicht der politici

Het integratiegeloof, zoals al decennia expliciet of impliciet beleden wordt door bijna alle beleidsmensen en opiniemakers in Europa, berust op een simpele, maar verleidelijke redenering: hoe langer de vreemdelingen in ons land verblijven, hoe meer ze in contact zullen komen met onze cultuur en onze waarden. En hoe langer deze blootstelling duurt, hoe meer ze van onze cultuur en waarden zullen overnemen. Tenminste, dat is de theorie.

Er is maar één probleem: alles wat we vandaag vaststellen, wijst erop dat de werkelijkheid de theorie niet volgt. Het tegendeel blijkt zelfs het geval bij migranten met een moslimachtergrond: tijdsverloop en blootstelling aan de westerse levenswijze maken elke nieuwe generatie van deze groep telkens moeilijker te verteren voor de samenleving. Jonge moslims in het Westen ontdekken en ontwerpen hun identiteit precies in een afwijzing van de waarden van onze samenleving, niet in het overnemen ervan. Hun geloof speelt daarin een belangrijke rol, want niet-islamitische allochtonen vinden gemakkelijker de weg naar integratie.

Het besef van mislukking

De mislukking van de integratietheorie blijkt uit een hele reeks verschijnselen, die zelfs de meest gelukzalige multiculturalisten vandaag nog moeilijk uitgelegd krijgen. Er doet zich geen enkele secularisering van de moslims in Europa voor. Meer islamitische vrouwen lopen gesluierd rond in het Westen dan in de landen van herkomst. Mensen met een dubbele nationaliteit stemmen meer voor radicale partijen dan hun landgenoten in het thuisland. Islamitisch extremisme tiert welig bij jongeren die nochtans permanent in de westerse cultuur zijn ondergedompeld, veel meer dan bij hun leeftijdsgenoten in achtergebleven dorpjes in de bergen van Anatolië of in de Nijlvlakte.

Zelfs bij politici van de traditionele partijen, die een historische verantwoordelijkheid dragen voor het ontwerpen en uitvoeren van dit beleid, begint het doembesef van de mislukking door te dringen. De laatste weken werden trouwens heel wat uitspraken gedaan die twintig jaar geleden onmogelijk zouden zijn geweest.

Hilde Crevits had eerder al de toon gezet (en kritiek geoogst) met de vaststelling dat nieuwe generaties allochtone leerlingen niet beter geïntegreerd zijn dan de vorige en dat allochtone ouders meer hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Hendrik Bogaert lanceerde het plan om een einde te maken aan de dubbele nationaliteit. Pieter de Crem toonde zich in een interview openlijk sceptisch over de mogelijkheid om de islam te verzoenen met de westerse samenleving. Gwendolyn Rutten stelde zonder terughoudendheid: “Onze manier van leven is superieur aan alle andere.”

De heilige graal van de Europese islam

De uitspraken van Rutten en De Crem hadden in 2001 het strafdossier ten laste van het Vlaams Blok kunnen stofferen. Vergeet niet dat de veroordeling van die partij in 2004 gebeurde op grond van teksten die soms niet meer inhielden dan bijvoorbeeld een aanklacht van de vrouwenbesnijdenis in islamitische landen. Een publieke afkondiging van de superioriteit van de Europese levenswijze, zoals Rutten deed, zou toen in hoofde van het Vlaams Blok op gerechtelijke gevolgen hebben kunnen rekenen.

Eigenlijk beweegt er heel wat. Vooral de uitspraak van De Crem in een interview met De Standaard van vorige week gaat, bij nadere beschouwing, heel ver: “Wat men ook mag zeggen, het lijkt me nog altijd enorm moeilijk om de islam te laten sporen met de westerse waarden zoals de gelijkheid van mannen en vrouwen, de vrijheid van godsdienst, enzovoort. Ik geloof niet in een Europese islam.” De uitspraak is sterk omdat De Crem het heeft over “de islam” en niet alleen over de radicale exponenten die brave politici ook al eens durven aanklagen.

Voorspelbaar werd De Crem dan ook in De Zevende Dag teruggefloten door zijn partijvoorzitter. Wouter Beke sprak nogmaals zijn geloof uit in “een Europese islam”. De Europese islam is de heilige graal van politici wiens ideologie niet toelaat de islamitische godsdienst als een probleem op zich te beschouwen. Niemand heeft ooit ergens een spoor van de Europese islam kunnen waarnemen, maar zolang men de mythe in stand kan houden, moet de vorige politieke generatie niet toegeven dat men een kolossale inschattingsfout heeft gemaakt over de integreerbaarheid van islamitische immigranten.

De Crem werd ook door andere partijgenoten op de korrel genomen, zoals Sammi Mahdi, de CD&V-jongerenvoorzitter. Hij vond dat De Crem nog “het bos door de bomen” moest blijven zien en voegde een aantal voorbeelden toe van goed geïntegreerde moslims. Helaas voor Sammi is het precies het grote plaatje dat De Crem wel heeft gezien, voorbij de etalagepoppen van geïntegreerde moslims die men veelvuldig aantreft in VRT-programma’s, maar die in feite een kleine minderheid vormen. Bijna 80 procent van de Turken in België sprak twee weken geleden electorale steun uit voor het moslimfundamentalisme van Erdogan. Wat wil je dan nog weten?

Het onvermijdelijke besluit

Zoals het kinderliedje gaat: “We zijn er bijna. Maar nog niet helemaal.” Rechtse politici als De Crem of De Wever zien het probleem wel, maar ze zijn nog niet bereid hun redenering af te maken. Wat zijn immers de politieke gevolgen van de vaststelling dat de islam onverenigbaar is met de westerse waarden? Ik mag aannemen dat men niet bereid is in te binden op die waarden. Wat betekent dit dan voor de wenselijkheid van de grote en steeds groeiende islamitische gemeenschappen in westerse landen? En hoe kan dit inzicht zich in een concreet beleid vertalen?

Om zelfs maar de huidige vaststelling te kunnen maken, heeft de Crem al heel wat ideologische remmingen moeten overwinnen. Om ze publiek te laten uitspreken door een lid van de regering zonder een golf van hysterie op te wekken, heeft onze samenleving ook een opvallende ideologische sprong moeten maken sinds pakweg twintig jaar geleden.

De laatste, logische en uiteindelijk onvermijdelijke stap van de redenering is de openlijke erkenning dat de islam een specifiek probleem is dat een specifiek beleid vraagt dat erop gericht is de islamitische aanwezigheid in onze samenleving te beperken. Ik vermoed dat dit inzicht reeds embryonaal in de hoofden van redelijk wat politici en opiniemakers bestaat. Maar om het uit te spreken en het in politieke voorstellen uit te werken, is niet alleen moed vereist. De betrokkenen beseffen dat heel veel ideologische, juridische en verdragsrechtelijke taboes in de weg staan van dergelijk beleid.

Je kan van onze politici zeggen wat Churchill ooit gezegd heeft van de Amerikanen: “Ze zullen de juiste beslissing nemen, maar pas nadat ze eerst alle andere mogelijkheden geprobeerd hebben.” De vraag is alleen: zal het probleem dan nog oplosbaar zijn? De race tussen de groei van het probleem en de bewustwording ervan gaat verder.

Jurgen Ceder


Tags assigned to this article:
2017-17Actueel

Related Articles

De toekomst is aan de kleine landen

Is het tijdperk van de kleine(re) staten aangebroken? Het Brexit-referendum gaf het streven naar meer autonomie een dubbele krachtinjectie. Of

Zuur & Zoet

De bruine Alpen Wat een gedoe weer met dat weer in dit eerste putje van de winter. Neem nu De

“Pittig detail”

De voorzitter van Standard, Bruno Venanzi, pompt vers geld in zijn club op drift.  Tien miljoen euro. In een moeite