“Ik ga dezelfde weg op als Stevaert. Er is geen andere optie meer.”

Ooit was hij ‘the great red hope’ van het Vlaamse socialisme. John ‘Kennedy’ Crombez. De Rocky Balboa van links, de Nelson Mandela van Oostende, de Fidel van Leffinge… Vandaag staat hij beter bekend als de ‘grasparkiet van de Grasmarkt’. Politiek kan een ongenadig harde stiel zijn. “Meent u het echt dat u mij wilt interviewen?”, vraagt hij hoopvol. “Beloofd is beloofd, hé?”

John heeft nog steeds zijn kantoortje aan de Grasmarkt, maar het meeste meubilair is er al uitgehaald. Zelfs de voedingskabel van zijn computer werd door een medewerker ingepikt, terwijl hij erbij zat. Zomaar. Om een potje Tetris te spelen. “Het is niet alsof jij die nog gebruikt, hé, John”, zei hij. En weg was hij.

Het is inderdaad wat triest om vast te stellen dat Crombez bijna angstvallig uit het publieke debat weggehouden wordt. En het weegt op de man. “Als het over links gaat, vragen ze die lelijke Calvo of godbetert de Waal Hedebouw. En als ik iets over links zeg, beginnen ze allemaal te lachen. Ik zie het niet meer zitten, man. Dit komt niet goed. Ik ga doen wat mijn voorganger deed. Echt waar. Het hoeft voor mij niet meer.” Het gebeurt zelden dat een interviewer zijn rol als journalist vergeet, maar hier staan duidelijk levens op het spel. Een verwijzing naar de wanhoopsdaad van Steve Stevaert mag je niet zomaar negeren.”

Pallieter: komaan, John, die keuze van Steve is niet de oplossing. Zo erg kan het niet zijn.

“Ik zie echt geen uitweg meer. Wat maakt het ook allemaal uit. Een paar maanden geleden beperkte ik de lonen van alle topfunctionarissen van sp.a tot een armzalige 6.500 euro netto per maand. Een eerlijk werkmansloon, zeg maar. Dat moest een grote triomf zijn voor mij, hé. En wat zeggen die smeerlappen van de PVDA? Wij doen het voor 1.800 euro. Dat is toch niet serieus hé, mijnheer Pallieter. Hoe krijgen die mensen ooit hun villa met zicht op zee daarmee afbetaald? Dat kan niet. Niemand verdient zo weinig. Sindsdien is iedereen hier kwaad op mij en blijven de journalisten weg, omdat ik er niet meer mee ga eten. Nee, het lot van Steve Stevaert zal ook mijn lot zijn.”

Pallieter: zeg zoiets toch niet.

“Jawel, mijnheer Pallieter. Mij rest geen andere optie meer. Steve had gelijk. Ik ga mezelf een reeks duurbetaalde zitjes cadeau doen en een topjobje zonder veel inhoud. Weet u trouwens hoe het gesteld is met de gezondheid van de gouverneur van West-Vlaanderen?”

Pallieter: Op die manier… Maar u haalde gisteren nog uitgebreid de pers door Charles Michel en Geert Bourgeois sukkels te noemen. Dat was toch heel flink van u? Heeft u daar dan geen reacties op gehad?

“Jawel, één sms’je. Van Zuhal Demir. Kijkt u zelf maar.”

Crombez diept zijn gsm uit zijn broekzak en inderdaad. De staatssecretaris stuurde volgend bericht: “Beste John, ge zijt zelf een sukkelaar.”

“Dat was nu niet bepaald de reactie waar ik op gehoopt had. En zo gaat het dus voortdurend, hé. Ik roep. Ik rol mijn mouwen op om op foto’s te gaan. Ik spreek de ‘g’ niet uit zoals Stevaert de ‘t’ niet uitsprak. Niks helpt. Ik begrijp echt niet wat ik verkeerd doe. Weet je wat ik denk? De recepten van vroeger, zijn de recepten van vandaag niet meer.”

Pallieter: hoe zit het met uw bondgenoten over de taalgrens? Di Rupo staat vast nog aan uw kant.

“Niet meer sinds we onze mandatarissen aan het minimumloon laten werken. Hij noemt me een stielbederver en een smerige socialist. Ik lieg, één keer heeft hij me nog gebeld. Voor een vergadering. Ik ben niet geweest.”

Pallieter: jammer, het was misschien het begin van een hernieuwde vriendschap?

“Nee, hij zocht iemand die met de hapjes wilde rondgaan. Bij de PS doet niemand dat voor een hongerloontje.”