Het is klaarblijkelijk mode dat Vlaamse musea wegens renovatie- en uitbreidingswerken de deuren sluiten. Het volgende museum in de rij is het Rockoxmuseum, het herenhuis van Antwerps burgemeester Nicolaas Rockox (1560-1640) met zijn kunstcollectie. Tot 2 juli kan men er terecht voor de laatste episode uit de reeks “Het Gulden Kabinet.” De afsluitende focustentoonstelling staat geheel in het teken van de landschapschilderkunst uit de 16de en 17de eeuw.

Het landschapsgenre is één van de grote verwezenlijkingen van de renaissanceschilderkunst. Die was de vader van de humanistische wedergeboorte zelf, die reeds twee eeuwen eerder de richting aangaf.

We schrijven 26 april 1336. De Italiaanse dichter Francesco Petrarca beklimt die dag de Mont Ventoux. De moeizame tocht had niets te zien met boetedoening of gelijk welk spiritueel doel, wat destijds het meest aannemelijk was. Het waren de belangstelling voor de natuur an sich en de hunkering naar weidsheid die de geleerde naar de top dreven van de berg die nog steeds ontzag inboezemt. Petrarca toonde met die krachttoer aan dat men Gods schepping ook los van de kerkelijke dogma’s kon bestuderen en waarderen.

Pionier Patinir

Het duurde nog geruime tijd vooraleer de geest van de “toerist” Petrarca zich in de Europese samenleving doorzette. Wetenschappers en denkers opereerden nog lang onder toezicht van de Kerk, terwijl de kunst op geen enkel moment loskwam van de Bijbel en de canon der heiligen. Men merkt, anderzijds, dat vanaf de 15de eeuw schilders hun religieuze taferelen steeds vaker in bekoorlijke landschappen plaatsten. De vergezichten dienden uitsluitend als achtergrond verstaan te worden, hoewel het weelderige groen bij veel toeschouwers onbewust de drang naar natuurschoon en de daarmee geassocieerde vrijheid moet hebben aangescherpt.

De eerste kunstenaar die resoluut de rollen durfde omdraaien, was de Zuid-Nederlandse schilder Joachim Patinir (ca. 1480-1524). Hij was lid van het prestigieuze Antwerpse Sint-Lucasgilde op het moment dat Erasmus de mensheid wat meer ratio probeerde bij te brengen. Met zijn keuze voor prominente natuurtaferelen en een beknopt religieus verhaal, wordt Patinir algemeen beschouwd als de grondlegger van de landschapschilderkunst als apart genre. Hoewel Albrecht Dürer hem als “der gut landschaft maler” betitelde, hanteerde Patinir duidelijk dezelfde maatstaven voor proportie en realisme als de Vlaamse primitieven. Zijn “Landschap met de vlucht naar Egypte”, dat op de affiche van de expo prijkt, combineert Vlaamse boerderijen met een bergachtige kuststrook en bombastische rotspartijen.

Perfectionist Bruegel   

Als vervolg op Patinirs baanbrekend doch artistiek niet erg uitmuntend werk, stappen we over naar het oeuvre van Pieter Bruegel I (ca. 1525-1569). Terwijl in menig atelier het werk van Patinir gekloond werd, tilde Bruegel, misschien onbewust, het landschapsgenre naar een tot dan ongezien niveau. In zijn tekening “Landschap met pelgrims” zien we een natuurdecor oprijzen waarin rotsen, bossen en water zich op een organische manier verhouden.

Men ziet ook hoe het perfectionisme van Pieter Bruegel I latere landschapschilders beïnvloedde. Naargelang de vraag op de markt werd het genre gevarieerder. Hans Bol (1534-1593) verdiepte zich in stadszichten, terwijl Joos de Momper (1564-1635) en Jan Breugel I (1568-1625) bij natuurgetrouwe wouden en gebergten zwoeren. De zestiende- en zeventiende-eeuwse burgerij had keuze te over om de wanden van hun saletten met fraaie panorama’s te tooien. Het genoegen dat Petrarca ooit op de Ventoux overviel, konden de gegoede burgers voortaan naar hartenlust in eigen huis beleven.

“The Sky is the Limit. Het landschap in de Nederlanden” is te bezoeken tot 2 juli in het Rockoxhuis, Keizerstraat 12 Antwerpen.

Tom