“Dader aanslag was een Fransman”

De media waren er snel bij om triomfantelijk te berichten dat de dader van de aanslag op de Champs-Élysées een “Fransman” was. Marine Le Pen had immers laten weten dat met haar aan het hoofd van het land, de recente aanslagen in Frankrijk gewoonweg niet mogelijk zouden geweest zijn. Zij zou de daders namelijk niet eens het land binnenlaten, laat staan dat ze er een aanslag zouden kunnen beramen en plegen. Klopt niet, redeneerden onze media gezwind, want als de dader een Fransman is, dan kan Marine Le Pen hem onmogelijk de toegang tot Frankrijk ontzeggen. En geef ze maar eens ongelijk!

Het kleinste kind voelt meteen aan dat die redenering van de media langs geen kanten klopt. Door te stellen dat de dader een “Fransman” was, brengen zij immers slechts een miniem deeltje van het verhaal, en bevestigden ze dat ze het verwijt “leugenpers” voor de volle pot verdienen. Deze aanslag werd immers niet gepleegd door één of andere Louis Dubois, een verre afstammeling van dappere Galliërs, maar wel door Karim Cheurfi, van Algerijnse afkomst.

Als de media dus toeteren dat de dader een Fransman is, bevestigen ze in feite de kritiek van Marine Le Pen dat er veel te veel migranten toegelaten werden tot Frankrijk, en de Franse nationaliteit hen veel te gemakkelijk toegekend werd. Om niet te zeggen cadeau gedaan. Het is precies daarom dat niet alleen de leugenpers, maar ook leugenachtige tsjeven (een pleonasme) zoals Koen Geens, ons vandaag kunnen wijsmaken dat al die terroristen “van bij ons” zijn.

A propos, hadden wij een pers die naam waardig, zou zij verleden week Koen Geens volledig gefileerd hebben omwille van zijn onzin over de onmogelijkheid om de dubbele nationaliteit af te schaffen. In plaats van hun lezers degelijk in te lichten, kozen ze ervoor hen in het ongewisse te laten, en namen ze een politiek standpunt in. En zo worden we elke dag opnieuw voorgelogen waar we bijstaan.

Niet “extreemlinks”, maar “radicaal-links”

In de aanloop naar de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen viel alweer op hoe de media op een slinkse manier en door een subtiele woordkeuze de “juiste” keuze bij hun lezers erin wilden pompen. Zo wordt Marine Le Pen consequent weggezet als “extreemrechts”, terwijl Jean-Luc Mélenchon “radicaal-links” is.

Extreem is per definitie al slecht, extreemrechts is dat a fortiori. Maar waarom is Jean-Luc Mélenchon dan niet “extreemlinks”? Simpel: omdat Jean-Luc Mélenchon links is, en dus niet slecht kán zijn. Daarom is hij ook “radicaal-links”, iemand die vasthoudt aan de wortels van links. En zoals “extreemrechts” tweemaal slecht is, zo is “radicaal-links” tweemaal goed. Ook al waren nogal wat van de programmapunten van Jean-Luc Mélenchon totaal van de pot gerukt. Ook al dweept hij met “lichtende” voorbeelden als Fidel Castro en Hugo Chávez.

Over het programma van Mélenchon gesproken, dat is uitdrukkelijk niet links-populistisch, speelt nooit in op de (economische) angst van de mensen, of op het buikgevoel. Neen, in de media heet het dat Mélenchon “een verhaal brengt” (proef de uitdrukking) dat aanslaat bij mensen die het moeilijk hebben, en dat hij deze keer wat meer charisma heeft. De lezer mag raden waarom dat bij Marine Le Pen niet het geval is.

Ook de reportages over hun kiezers zijn telkens weer sprekend. De kiezers van Marine Le Pen zijn verzuurd of verbitterd, door en door racist, en vrijwel steeds gepensioneerd, of laaggeschoolde werklozen. De kiezers van Mélenchon zijn jong en hip, en als ze werkloos zijn, dan door de schuld van het brutale kapitalisme. Of ze zijn ook gepensioneerd, maar stemmen voor Jean-Luc Mélenchon omdat ze bezorgd zijn over de toekomst van hun kinderen en kleinkinderen. Dat laatste, dat zijn de kiezers van Marine Le Pen overigens nooit, want het zijn nu eenmaal egoïstische zakken over de hele lijn. Toch volgens de media die het kunnen weten, ook al gaan ze er prat op in hun persoonlijke vriendenkring niemand te kennen die zich zelfs nog maar zou kunnen inbeelden voor Front National of een gelijkgezinde partij te stemmen.

Peilingsresultaten doorgetelefoneerd?

Verleden week verschenen, zoals u weet, de resultaten van een nieuwe peiling. Maar zowel bij het lezen van de kleine lettertjes onderaan als de vette koppen bovenaan viel ons op hoe onzorgvuldig journalisten omgaan met de resultaten van zo’n peiling. Er zijn scholieren die al voor minder de bons gekregen hebben bij hun schoolkrantje dan wat sommige “professionele” journalisten ervan bakken bij onze “kwaliteitskranten”.

Zo lazen we bij de VRT dat er voor de peiling 1.013 Vlamingen ondervraagd werden. Volgens De Standaard waren het er echter 1.030. Veel verschil maakt het niet, maar een mens vraagt zich af hoe zo’n fout tot stand kan komen. Toeval of niet, 1.013 en 1.030, dat klinkt bijna hetzelfde. Zouden de resultaten van de peiling in deze moderne tijden van e-mail en internet soms nog altijd doorgetelefoneerd worden? En zo ja, in welke richting, vroeg iemand op onze redactie (met een bijzonder slecht karakter) zich luidop af.

Die vraag is niet helemaal onterecht, gezien het opvallend goede resultaat van Groen. En vooral de kop bij De Standaard, die bijzonder gretig titelde: “Groen wordt derde partij van Vlaanderen”. Is de wens de vader van de peilingsresultaten? We durven het niet uit te sluiten, want wiskundig gezien was die kop klinkklare nonsens. Het verschil tussen Groen en Open Vld bedroeg amper 0,3 procentpunten. Op een grafiek zie je amper het verschil, en bij een foutenmarge van maximaal drie procentpunten is het statistisch gezien een volkomen verwaarloosbaar verschil.

“Eerst moeten we een deel stalinisten buitenwerken”

Beroering in het journalistieke wereldje in Zweden. De Zweedse investeerder Mats Qviberg, niet verlegen om af en toe een rechtse uitspraak te plaatsen op Twitter, heeft onlangs de lokale editie van de gratis krant Metro opgekocht. Gevraagd op Twitter wanneer zijn gezonde meningen eindelijk in de krant zullen beginnen door te werken, antwoordde hij prompt: “Dat duurt nog eventjes. Eerst moeten we een deel stalinisten buitenwerken.”

De reacties op die uitspraak lieten uiteraard niet lang op zich wachten. Mats Qviberg had immers bij de overname van de krant beloofd dat hij zich niet zou bemoeien met de redactionele lijn. Hij zag zich dan ook snel genoodzaakt te verklaren dat het maar om een grapje ging.

Wij vinden het bijzonder merkwaardig dat nogal wat journalisten zich aangesproken voelden toen de kranteneigenaar schreef dat de stalinisten eruit moeten. “Stalinist” is bij ons weten toch niet bepaald een koosnaampje. Of ligt het nu echt aan ons?

Oproepen om op een vrouw te stemmen?

Het kan natuurlijk zijn dat ze er wel degelijk waren, maar dat we er telkens weer rats overgekeken hebben: de vele hoopvolle oproepen van vrouwenorganisaties om toch maar voor een vrouw te stemmen bij de Franse presidentsverkiezingen. Of toch minstens voor haar te supporteren. Ook de lange, beklijvende artikels over het glazen plafond in de Franse politiek, met vette titels als “Is Frankrijk wel klaar voor een vrouwelijke president?”, hebben wij totaal gemist. We hebben trouwens nergens een verdoken suggestie kunnen opmerken dat wie een andere kandidaat dan Marine Le Pen steunt, eigenlijk een omfloerste seksist is.

Hoe dat komt? We hebben er geen flauw idee van. Sommigen fluisteren dat het iets met de politieke voorkeur van Marine Le Pen te maken zou kunnen hebben: vrouwelijke kandidaten dienen alleen maar dringend verkozen te worden als ze links zijn. Is de kandidate rechts, dan hoeven de glazen plafonds plots toch niet zo dringend doorbroken te worden, beweren die slechte karakters.

Wij geloven er echter niets van dat de oproepen om voor Hillary Clinton te stemmen “omdat ze een vrouw is” in feite maar foefjes waren om de linkse kandidaat te steunen. We zijn er rotsvast van overtuigd dat de media voor ons nog een hele reeks “stem voor een vrouw”-artikels in petto hebben tegen 7 mei. Of niet soms?