Het muziekgenre van het Miserere was in de 16de en 17de eeuw bijzonder populair vooral tijdens de Goede Week. Het Miserere van Gregorio Allegri haalt vandaag nog de top maar ook tijdgenoten als Pallestrina en Benevolo doen het nog steeds.

Ook hedendaagse componisten voelden zich aangetrokken tot het ‘miserere’, vocaal en instrumentaal. Het is een geslaagd initiatief van de Brussels Philharmonic om met het Vlaams Radiokoor en de vermaarde Nederlandse cellist Pieter Wispelwey. De belangstelling voor het concert in Studio 4 van Flagey was groot. Het koor startte met het ontroerende “Nunc dimittis” uit 2001 van Avro Pärt. In die sfeer vertolkte Pieter Wispelwey het ontroerende Lamento uit de Suite nr 1 voor cello van Benjamin Britten. Met veel respect voor de versie van Allegri schreef de Vlaamse componist Rudi Tas een mooie bewerking van het barokgenre. Het koor, onder de leiding van Hervé Niquet, kan zich uitleven onder de verfijnde steun van de cello. Wispelwey blijft permanent zitten bij het koor om in te vallen met de derde suite van Britten. Het was zijn laatste suite met hulde aan virtuoos Rostropovich door vier Russische volksmelodieën in korte fragmenten in te schakelen. Dan wordt terug gegrepen naar het Miserere van Orazio Benevolo (1605-1672) in de sfeer van Allegri. Niet alleen de Goede Week van de katholieke kerk boeide de componisten, ook de Russisch-orthodoxe kerk bleef een grote inspiratiebron.”Svyati” of heilig noemt het werk voor koor en cello van John Tavener (1995). Het gebed wordt in de Byzantijnse rite steeds gebruikt tijdens een rouwplechtigheid. Deze liturgische muziek is bijzonder aangrijpend. Het concert zonder applaus of pauze werd besloten met het meest recente ‘miserere’ uit 2009 van de Schotse componist James MacMillan, het meest gekend voor zijn liturgische muziek. Het was het orgelpunt van een zeer mooie concertavond in Flagey. “Miserere alternativo” is een aanrader en heeft nog plaats in Flagey op maandag 10 april.

FDC