Freddy Michiels vierde zondag zijn 75ste verjaardag. Aan de Schelde, in het restaurant van de Vlaamse Vereniging voor Watersport (VVW), dat nu Captain’s Lounge heet. Hij had vele vrienden uitgenodigd. Onder meer “De Strangers” waren erbij.

De groep die hem veel Antwerpse dialectwoorden leerde, zodat hij dikke boeken kon schrijven over de wereldtaal die het Aantwaarps is. Freddy vertelde in zijn kort maar humoristisch dankwoord anekdoten uit zijn welgevuld leven. Zoals die van zijn eerste baas bij een gekende krant: hoe hij als opdracht een stukje moest maken over een Duits stadje waarvan hij  nog nooit gehoord had. Maar voor hij eraan kon beginnen, moest hij koffie zetten. “Niet gemakkelijk voor iemand die altijd thee drinkt”, zei hij. “Eerst met een handmolentje de bonen malen en in de beurs doen.” Zet hij een kopje voor de neus van zijn baas. Doet die zijn polshorloge uit en gooit die in de koffie. “Michiels, hoe laat is het?” “Ja, mijnheer, ik denk dat het tien voor tien is.” “Hawel manneke, denk er in de toekomst aan dat ik nooit koffie wil waarin ge op mijn horloge het uur kunt aflezen.”
Anekdotes genoeg. Ook bij de voorstelling van het nieuwste boek van Freddy Michiels, enkele dagen geleden in een van de nieuwe lounges op de Antwerpse luchthaven: “Antwerp Airport Revival”. Hoe hij daar op aanstichten van zijn vader (die boekhouder was op de “plaain”) auto leerde rijden op het tarmac. “Waar toch niks of  niemand kwam”, zei z’n vader.
En inderdaad, in die tijd lag de luchthaven op apegapen. “Minister Bertrand had haar ondergang gezworen onder druk van Sabena”, vertelt Michiels. “Maar burgemeester Craeybeckx wilde haar redding”, zei hij. De Antwerpse burgemeester hield overal spreekbeurten om zijn stelling te verdedigen. Op een gegeven moment had hij in een volkshuis weer zo’n vurig pleidooi voor “Deurne” gehouden, toen iemand hem deed opmerken dat hij over een ander onderwerp zou handelen. Craeybeckx keek op een spiekbriefje en merkte dat hij inderdaad enkele uren later bij de Kamer van Koophandel over het economisch belang van de “vliegplein” zou spreken. Hij viel op zijn voeten en zei: “Dat is hetgeen ik binnen enkele uren ga zeggen voor een ander publiek, maar ik geef het jullie in primeur.”
Tussendoor stelde Michiels vast dat er in de verre omgeving van de luchthaven op dit ogenblik niemand woont die ouder is dan het vliegplein. Als redacteur van een van de bladen waaraan hij meewerkte, kreeg hij van de baas ooit een simpele opmerking die hij kon gebruiken ter verdediging van “Deurne”: “Als ge bij de statie komt wonen, moet ge niet verschieten dat zo nu en dan een trein komt aanrijden.” En: “Als ge het verstand van al die politieke tegenstanders in een vogeltje steekt, dan vliegt dat achteruit. En nog een goeie: “De partij van de arbeid is radicaal tegen. Zij moet dringend van naam veranderen.”
Freddy kondigde aan, in eenklank met commandant Wim Verbist, dat er wel een veiligheidsstrook bij de startbaan ligt, maar dat er van een verlenging nooit sprake zal zijn. Er moet niet gevreesd worden voor een invasie van Ryan Air, want die heeft (met Boeings voor 225 passagiers) een startbaan van 2,5 km nodig; de onze is slechts 1,5 km en enkel bruikbaar voor toestellen (zoals die van Tui) met 110 zitplaatsen. “Tui (vroeger Jetair) zal wél haar aantal bestemmingen volgend jaar verder uitbreiden”, voegde Marcel Buelens (CEO van de Franse groep Egis, die de luchthaven uitbaat) eraan toe. Bij gelegenheid van de boekvoorstelling werd dezelfde dag de nieuwe vertrekhal van de Internationale Luchthaven geopend. Van VLM is er nog altijd geen nieuws, maar Antwerpen draait goed. Het beste bewijs: het aantal passagiers groeide van 121.357 in 2014 naar 276.311 vorig jaar.

Pagadder