Oliver Paasch, minister-president van de Duitstalige Gemeenschap, heeft zijn regio omgedoopt tot ‘Ostbelgien’. Niet zozeer omdat de mensen in de Oostkantons zich de laatste Belgen voelen, wel om via een sterke merknaam meer bedrijven en werknemers naar de Duitstalige Gemeenschap te lokken. Of gewoon meer inwoners, want de vergrijzing speelt de Oostkantons parten.

Het was geen toeval dat de Duitstalige minister-president Oliver Paasch (ProDG) met plezier aanwezig was op het staatsbezoek van het Belgische koningspaar aan Denemarken. En het was evenmin toeval dat hij daarna doorreisde naar Berlijn. Paasch is volop bezig met de promotie van de Oostkantons of Duitstalig België. Hij wil meer bedrijven naar Eupen en Sankt Vith lokken. En ook meer inwoners. Want Duitstalig België – met 76.000 inwoners qua bevolking even groot als een Vlaamse provinciestad – kampt met vergrijzing. Concrete cijfers geeft Paasch niet, maar de bevolking wordt steeds ouder. Uit officiële statistieken blijkt dat 15.000 inwoners ouder zijn dan 65 jaar. Tegen 2025 zullen er evenveel actieven zijn tussen 20 en 59 jaar als kinderen en gepensioneerden.

De term ‘Deutschsprachige Gemeinschaft’ spreekt volgens Paasch niet aan, dus wordt de Duitstalige Gemeenschap omgedoopt in ‘Ostbelgien’. Dat is niet alleen omdat de inwoners van de Oostkantons zich de laatste Belgen noemen. Trouwens, er was heel wat discussie over een correct en aantrekkelijk alternatief. Sommigen dachten aan Vennland, als verwijzing naar de Hoge Venen. Volgens Paasch doet Ostbelgien sneller een belletje rinkelen, omdat hij in het buitenland dan de link kan leggen naar Brussel, dat tenslotte slechts zo’n 130 kilometer van de Oostkantons ligt. Voor investeerders uit Duitsland of verder weg, bijvoorbeeld Rusland, stelt die afstand niets voor. Voor alle duidelijkheid, het gaat hier niet om de officiële benaming van de Duitstalige Gemeenschap; die zit verankerd in de grondwet. Maar Ostbelgien wordt wel al courant gebruikt door kranten als GrenzEcho.

Paasch hoopt niet alleen bedrijven en werknemers naar de Duitstalige gebieden te lokken, de term is ook een signaal naar Wallonië. De Duitstalige Gemeenschap is onderdeel van het Waals Gewest. Al vroeger dan vandaag willen de Oostkantons een volwaardig apart gewest worden. Zo willen ze bepaalde regionale bevoegdheden zoals openbare werken, verkeer en stedenbouw van het Waals Gewest overnemen. Dat ligt in Namen natuurlijk zeer gevoelig. Meer nog, in het verleden werd al eens geopperd de twee geografisch gescheiden gebieden van de Oostkantons – enerzijds Eupen/Raeren en anderzijds Sankt Vith/Bütgenbach (vlakbij de Eifel) – met elkaar te verbinden, bijvoorbeeld door een corridor via de gemeente Weismes. Soms werd het als grap voorgesteld, anderen namen het ernstig.

In elk geval kan men de vraag stellen: is dit het begin van een verwijdering tussen de Walen en de Duitstaligen? In de geesten is die zich al aan het voltrekken. Veel jonge inwoners van Eupen werken in Duitsland, rond Aken of zelfs verder. Maar nog belangrijker: de Duitstaligen volgen de Duitse media intensiever dan de Waalse. Ze kijken eerder naar de ARD en ZDF dan naar RTBF en RTLTVI.

Bijna honderd jaar na de annexatie van de Oostkantons en bij tachtig jaar na de periode onder nazi-Duitsland toen de gebieden opnieuw Duits grondgebied werden (Eupen had toen zelfs een Adolf Hitler-platz) zijn de Duitstaligen zelfbewuster geworden. Ze hebben het traumatische verleden achter zich gelaten. Ze beschouwen zich al een atypische regio in Europa. Al moet wel gezegd: wanneer in 2019 de 100ste verjaardag van het Verdrag van Versailles zal worden herdacht, zullen ze tussen Kelmis in het noorden en Sankt Vith in het zuiden niet veel vieren.

Picard

1 REACTIE

Comments are closed.