Praten met Cor Engelen en Mieke Marx

2017-16_11_Praten met Cor Engelen (Medium)Het Lam Gods krioelt van de nonsens

Cor Engelen is strijdvaardig, stellig en hij weet waarover hij spreekt. In het wereldberoemde veelluik van Jan van Eyck zitten minstens 46 eigenaardigheden die aantonen dat de panelen bewerkt zijn tot een ratjetoe van ware en valse figuren. Voor die stelling krijgt Engelen geen lof, wel dichtgeknepen monden, boycot en achterklap. ‘t Pallieterke zocht hem op in Leuven in een huis dat een privémuseum is.

Cor Engelen is antiquair in de Dirk Boutslaan bij de Sint-Pieterskerk in Leuven. De straatnaam sluit uitstekend aan bij zijn vak. Het bovenhuis van de winkel is een verbluffend nest met duizenden boeken en eeuwenoude kunst. In een opslagplaats in de nabije Vaartstraat staan 6.000 antiquarische beelden. Cor Engelen en Mieke Marx hebben oog voor schoonheid die de tijd trotseert.

‘t Pallieterke: de waarachtigheid van het Lam Gods aanvallen is een culturele en toeristische doodzonde?

Cor Engelen: “Ik krijg geen podium voor mijn thesis over het Lam Gods. Professoren kunstgeschiedenis van de KU Leuven willen mij monddood maken. Ik heb na een afwijzing aan de KU Leuven een voordracht kunnen houden in 2014 in het auditorium van het heiligdom in Scherpenheuvel met een kleine brochure over het Lam Gods. Het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium vroeg om discreet een exemplaar te krijgen. Twee maanden later heeft men dan opeens ontdekt dat het Lam Gods overschilderd is, terwijl men al twee jaar bezig was met het restauratiewerk. De kranten blokletterden dat men nu het echte Lam Gods zou te zien krijgen. Na eeuwen kwam men oog in oog met de originele penseelvoering van Van Eyck. Wat heeft men dan jarenlang bewierookt? Zonder te weten wat er onder de overschilderingen vandaan komt, stelt men dat het de echte Van Eyck is. Star blijft men vasthouden aan het dogma: het Lam Gods is van Van Eyck uit 1432. In het Lam Gods zoals het in Gent aan veel bezoekers getoond wordt, zitten echter 46 anomalieën en dat zijn er 45 te veel. Van elk van die details heb ik een aparte studie gemaakt met verwijzingen naar wat er overeenstemt met de periode dat het Lam Gods werd geschilderd en wat niet. Het vergelijkend materiaal heb ik niet gehaald uit het Lam Gods zelf, want anders draai je rond in een cirkel. In de schildering van Sint-Michiel alleen al zitten vijf bizarrerieën. Einde 2016 heb ik een persconferentie georganiseerd met lijvige werkboeken en een speciaal cahier over het Lam Gods. Daar is geen journalist op af gekomen, wat ik onbegrijpelijk vind. Ik vrees een omerta om dat cultuur-politieke icoon met rust te laten. Wel is er elk jaar een oprisping van media-aandacht als er weer een detail opduikt over het gestolen paneel – De Rechtvaardige Rechters – van dat veelluik. Ik wil het debat aangaan, maar dat lukt niet. Ik ben een zoeker naar waarheid en geen advocaat van vaak aanvechtbare tradities.”

‘t Pallieterke: hoe vindt u de anomalieën?

Cor Engelen: “Mijn methode is de iconografie, ik tracht nauwgezet de schilderijen die toegeschreven worden aan de Primitieven te dateren aan de hand van kledij, wijze van het schilderen van de plooien, hoofddeksels, harnassen, schoeisel, alaam, meubilair, instrumenten en kom zo tot verrassende resultaten die veel kunsthistorische eensgezindheid ondersteboven haalt. In het Lam Gods zoals het vandaag in Gent hangt, heeft het orgelklavier zwarte toetsen en dat is onmogelijk in de jaren van de schildering, 1432 of later. Die methode heb ik rigoureus toegepast in twee dikke boekdelen die ik publiceerde en presenteerde in 2016 over respectievelijk de Vlaamse en de Franse Primitieven. Ik geraakte geïntrigeerd door eigenaardigheden en zogenaamde unieke creaties in het werk van Rogier van der Weyden. Zo kwam ik terecht bij andere grote Vlaamse Primitieven en de Franse Primitieven. Ik vond er voorstellingswijzen die karakteristiek zijn voor andere regio’s in Europa of voor andere periodes, en voorwerpen die men afgebeeld heeft, en die men, buiten de Primitieven, enkel terugvindt in veel latere tijden. Ik leg me niet neer bij uitvluchten als “dit is eigen aan een uitzonderlijk artistiek brein”. Ik zoek verklaringen die een wetenschappelijke toets doorstaan.”

‘t Pallieterke: hoe verklaart u de zwijgzaamheid over uw visie?

Cor Engelen: “Dat heeft alles te maken met eerzucht en nationale roem. Voor de Duitsers is hun nationale mythe en eer de romaanse periode, voor de Fransen is dat de gotiek en de Vlamingen hebben hun Vlaamse Primitieven. Raak aan die gevoeligheden en de wetenschap wordt aan de kant geschoven voor het in stand houden van de mythes.”

‘t Pallieterke: academici staan open, beweren zij, voor debat, repliek, weerlegging en nieuwe syntheses…

Cor Engelen: “In de wereld van de kunsthistorici, bij ons en in het buitenland, is er veel inteelt. Professoren en docenten domineren hun studenten, en er heerst een subtiel spel om mekaar monddood te maken. Ik ben zeer ontgoocheld over de microkosmos van een groot aantal academici. Zij consulteren boeken, zitten in bibliotheken, apen mekaar na en het veldwerk vinden zij te min. Typisch vind ik het wedervaren met een beeldje uit Zoutleeuw dat zogenaamd zou behoren tot de Maaslandse School. Ik lichtte het plaatje van de voet van de Sint-Anna-ten-Drieën en daaronder stond klaar en duidelijk het waarmerk van een Antwerpse maker, een handje, en zo kan je voorbeelden aan mekaar rijgen. In Zoutleeuw mocht men dat niet rechtzetten op gevaar af de subsidie voor de kerk te verliezen!”

‘t Pallieterke: niet alleen het Lam Gods stelt u ter discussie. U ziet ook gekke dingen in een andere pijler van de kunstgeschiedenis, “Les Très Riches Heures du Duc de Berry”, een wereldberoemd getijdenboek.

Cor Engelen: “In 1999 publiceerde ik “De mythe van de Middeleeuwen-Spiegel van de Middeleeuwen” en de tentoonstelling Van der Weyden in Leuven van 2009 was de aanleiding om die studie terug op te nemen. Daardoor kwam ik onder meer tot een nieuwe visie op het Lam Gods, de Moeder van alle Vlaamse Primitieven, en uiteindelijk eveneens tot het in vraag stellen van het bekendste getijdenboek waarin ook geknoeid is. Op de vraag van Hans Geybels om een voordracht te geven in het Maria Theresiacollege in Leuven was er protest van enkele kunsthistorici en onder meer van Jan Klinckaert en professor dr. Barbara Baert, hoofd van de vakgroep middeleeuwse kunst, die naar Geybels mailden: “Al is het vaak dat wetenschap kan groeien door verfrissende theorieën en uitdagende hypothesen, heb ik toch enig voorbehoud bij het voorstel om dhr. Engelen een academisch platform te geven voor de verkondiging van zijn ideeën (die soms ook zeer waardevol zijn). Hij heeft vaak de neiging om als een Don Quichote verbeten maar niet altijd even gegrond ten strijde te trekken tegen het ‘gevestigd’ kunsthistorisch establishment.” Zij en de overige critici kennen mij niet, noch mijn werk, en dan maar praten over het groeien van de wetenschap door verfrissende theorieën en uitdagende hypothesen.”

‘t Pallieterke: uw branche is de antiek, nochtans, de antiquairs in Vlaanderen verdwijnen zienderogen.

Cor Engelen (bedrukt): “In Leuven ben ik vandaag de enige antiquair. Tot voor enkele jaren waren er verschillende collega’s. In 2007 telde Brussel 100 antiquairs, vandaag hoop en al 20 antiquairs en 30 brocanteurs. Oorspronkelijk zat de Zavel vol met antiekwinkels, dat is voorbij. ‘t Zijn andere tijden, de elektronische markt eBay is een grote concurrent. En de hedendaagse interieurmode keert zich tegen het antiek. Blader door de binnenhuistijdschriften en aangeprezen wordt wit, van witte muren tot maagdelijk witte keukens. Evenzeer concurrenten zijn de gesubsidieerde kringloopwinkels, die halen gratis oude spullen op waarbij de beste voorwerpen aan de kant gaan voor de medewerkers of de brocanteurs. Ik noem dat valse concurrentie. Vroeger deden de brocanteurs de selectie en zij schoven interessante stukken door naar de antiquairs. Maar dat is niet de enige reden van de teloorgang: de wereld is veranderd en het is een verloren strijd, wat ook geldt voor boeken- en platenwinkels. De kleding- en schoenenwinkels lijden ook onder deze ontwikkeling, en het bannen van de auto uit de stad zal dat niet verhelpen.”

‘t Pallieterke: er blijven topnamen in Vlaanderen met een internationaal cliënteel.

Cor Engelen (cynisch): “Je bedoelt toch niet de man die gebakken Zen-lucht verkoopt aan filmsterren en hun muren vol hangt met gescheurde doeken? Dat is een kunst op zich. De klassieke antiquair is praktisch verdwenen. De klasse TEFAF zal wel blijven bestaan.”

‘t Pallieterke: hoe houdt u het hoofd boven water?

Cor Engelen: “We hebben goede tijden gehad. In de jaren tachtig begonnen Mieke Marx en ik met het organiseren van tentoonstellingen voor de Generale Bank en het Rijksarchief. Maar ook daar is het soms hard. Ik heb bijvoorbeeld twee jaar gewerkt op een tentoonstelling over retabels in de kathedraal van Antwerpen in 1993. Mij werd voorgesteld commissaris te worden van die tentoonstelling, wat ik niet aanvaard heb, en prompt werd ik geloosd door de organisatoren die wegliepen met mijn kennis, research en contacten. Daarna hebben we ons meer beziggehouden met research, hetgeen resulteerde in een zevendelig woordenboek over de Belgische beeldhouwkunst. Een verdeler voor mijn boeken heb ik nooit gevonden, de klassieke uitgevers willen koffietafelboeken aanbieden en mijn teksten vormen werkboeken, wetenschappelijke analyses. Recentelijk publiceerden we een boek over de Leuvense kunstenaar Frans Nackaerts en de Leuvense School en er zijn nog vijf monografieën in voorbereiding.

De Galerij Engelen-Marx laat regelmatig bevriende kunstenaars gratis tentoonstellen. We blijven bezig met wat we graag doen, als een van de laatste der Mohikanen.”

‘t Pallieterke: over vervalsingen in de kunst en het antiek doen steeds meer verhalen de ronde.

Cor Engelen: “Het zijn meestal sensatieverhalen. Niemand weet dat er in het Louvre een grote zaal is met 19de-eeuwse ivoren diptieken en spiegelhoudertjes die verondersteld worden te komen uit de 14de eeuw. De ivoren koffertjes uit de Italiaanse renaissance van de Florentijn Embriachi zijn een groot succes; ze staan op alle beurzen en musea. Het zijn toeristische snuisterijen uit de 19de eeuw. Geen enkele expert zal die vervalsingen uit Dieppe en enkele Parijse ateliers afkeuren, omdat ze zelf altijd die stukken verhandeld hebben, om maar te zwijgen over de blamage voor de Louvre-experten.”

‘t Pallieterke: in Frankrijk hebt u een ridderorde gekregen.

Cor Engelen: “Ja, in Frankrijk, niet in België, voor opzoekingen naar gestolen retabels. Ik heb in de voorbije tijd nog 100 gestolen stukken gezien, maar ik spreek er niet meer over, zozeer ben ik ontgoocheld over het gedrag van de politie als je dat meldt. De goederen worden in beslag genomen en de laatste ter goeder trouw handelende eigenaar ziet zijn geld nooit terug. Iets verzekeren in deze sector is onbegonnen werk. Ik heb mijn les geleerd toen ik een retabel van Hakendover op het spoor kwam bij een Nederlandse antiekhandelaar, dertig jaar nadat het gestolen was. Na ruggenspraak met Luc van Eeckhout, secretaris van de kerkfabriek, heb ik enkele stukken kunnen terugkopen en bezorgen aan Hakendover. Dat leidde tot een inval van de politie in mijn zaak, een nacht in het cachot onder het stadhuis van Leuven en de verdenking dat ik een heler geweest was van dat retabel… Een grove leugen die later is toegegeven, maar nooit in de media werd rechtgezet.”

Frans Crols


Wat klopt niet?

De dikke brochure “Het Lam Gods doorgelicht” is rijk voorzien van prenten en illustraties die Cor Engelen opzocht om de zonderlingheden van het bekendste schilderij van een Vlaamse Primitief aan te tonen. Op bladzijde 12 schrijft hij: “Een religieus werk werd gecontroleerd door theologen of hoogwaardigheidsbekleders van de kerk. Afgezien van de eigenaardige verdeling van de panelen, zijn er meer dan 40 punten waarop het Lam Gods niet overeenstemt met de iconografie en de gebruiken van vijftiende eeuw.” Daarop volgt een lijst van 46 opmerkingen en de bladzijden waarop deze gestaafd worden, bijvoorbeeld: “Lam met vier oren, Chinese hoed, Wierookvat, Jonkvrouwenkransje, Harp met inlegwerk, Zwarte toetsen, Engel met lelie, Hoofd van Johannes, Tulband…”


Student en antiquair

Cor Engelen, een Limburger van Bree, is geboren in 1943: “Ik werd zeer jong een vlijtige verzamelaar en kon neuzen op de zolder boven de winkel van mijn grootmoeder. Verzamelen is een passie gebleven. Met mijn eerste spaarcentjes kocht ik een reproductie van de Volkstelling van Pieter Brueghel. Ik was en ben een veellezer, in mijn jeugd tot één boek per dag. Vijfentwintig jaar geleden ben ik gestopt met het lezen van fictie, vandaag ligt uitsluitend non-fictie onder de leeslamp. Ik zwoer op mijn 21 nooit les te zullen geven, hoewel dat als beroep na mijn studie van de wijsbegeerte in Leuven, best had gekund. Ik werd door de priester-directeur van het Sint-Pieterscollege in Leuven, waar ik stage liep, zo getreiterd om een onnozelheid dat ik besloot bij dat soort autocraten nooit van mijn leven te zullen werken. Op mijn studentenkot verkocht ik antiek; mijn waren vond ik tijdens de weekeinden bij de boeren. Eigenlijk was ik toen al voltijds antiquair. Ik heb mij verder bekwaamd door zelfstudie.”


Tags assigned to this article:
2017-16Op de praatstoel

Related Articles

Provinciale musea: quo vadis?

In het Vlaamse regeerakkoord staat de afslanking van de provincies. Alles wat persoonsgebonden is (sport, ontspanning, cultuur en welzijn) moet

Sport

Het verschil tussen rugby en voetbal WK rugby Wie mag zich de beste rugbyploeg van de wereld noemen? Het Belgikske

Briefje aan Koen Geens

Koninklijk adviseur Mijnheer de partijdige minister, Delphine Boël schreeuwt al jaren van alle daken dat zij de biologische dochter is