De Lierenaar Chris Dercon is een steen des aanstoots in de Duitse hoofdstad. Na de zomer volgt hij bij de Volksbühne de legendarische intendant Frank Castorf op, die sedert 1992 de plak zwaait.

De 59-jarige Chris Dercon leidde tot vorig jaar het museum Tate Modern in Londen; onder zijn bewind ontving het museum een recordaantal bezoekers. Zijn digitale strategie maakte dat prachtige museum langs de Theems laagdrempeliger. De nieuwe baas van de Volksbühne studeerde in Amsterdam en Leiden kunstgeschiedenis, theaterwetenschappen en filmtheorie. Reeds voor hij bij Tate Modern aan de slag ging, doorliep Dercon een parcours in het internationale kunstencircuit.

De Volksbühne is een icoon van het linkse, progressieve theater in Duitsland en om die reden populair tot ver buiten Berlijn. Het stadstheater ontstond in 1890 en huist op de Rosa-Luxemburg-Platz, een zeer toepasselijke locatie. Rosa Luxemburg was een vitale, strijdende, communistische vrouw die van opstandigheid haar beroep maakte. Voor de Tweede Wereldoorlog was de Volksbühne het platform voor uitgesproken politiek theater met aan het hoofd chefs als Max Reinhardt en later Erwin Piscator. Deze laatste organiseerde satirische avonden en bracht in opdracht van de Kommunistische Partij spreekkoren en politieke revues op de planken. Na de val van de Muur – de Volksbühne lag in Oost-Berlijn -, werd Frank Castorf in 1992 de intendant, het manusje-van-alles.

25 jaar

Na 25 jaar komt er vers bloed bij de Volksbühne. Dat werd in 2015 aangekondigd en sedertdien blijft het stormen rond de man die aangezocht is als vervanger van Castorf. De zuiveren willen de Volksbühne niet uitleveren aan de commercie en het kosmopolitisme door er een trekpleister van de stadsmarketing van Berlijn van te maken. Met afschuw kijken die critici naar Tate Modern waar al lang niet meer enkel kunstliefhebbers naartoe trekken. Tijdens een dagje Londen strijkt Jan met de pet neer om naar de schilderijen en beelden te kijken, maar evenzeer stomverbaasd te kijken naar de gigantische turbinehal van de voormalige energiecentrale. Jeroen Coppens, docent theaterwetenschappen aan de UGent, analyseert de botsing in het cultuurblad Etcetera. Hij stelt dat de discussie in wezen gaat over de staat van het stadstheater als (log?) instituut én over de onzekere toekomst van Berlijn.

De zwaarste aanval op Dercon kwam er een jaar geleden, met een open brief van meer dan 180 vaste medewerkers en freelancers van de Volksbühne, waarin zij getuigden dat zij een toekomst onder de Vlaming niet zien zitten. Claus Peymann van het concurrerende Berliner Ensemble, gesticht door Bertolt Brecht in Oost-Berlijn in 1949 en een speeltuin van rode culturo’s, bleef niet achter en waarschuwde de Berlijnse burgemeester dat Dercon de geschiedenis zou ingaan als de moordenaar van de Volksbühne.

Antwerpen, Gent en Brussel hebben stadstheaters, maar die spelen in het culturele leven een veel geringere rol dan de stadstheaters in Duitsland. De stadstheaters worden grotendeels lokaal gefinancierd en de intendant, die – in tegenstelling tot onze traditie – de kunstzinnige en de zakelijke taken op zich neemt, is een machtige figuur. Vaak is hij ook de regisseur van een vast ensemble dat het stadstheater bespeelt. De Volksbühne sprong wat uit de band door de 25 jaar dat Frank Castorf aan het hoofd stond. Meestal wisselen de chefs van de toneelhuizen sneller door een zogenaamde “intendantencarrousel” waarbij de intendant, meestal een man, verhuist, vaak met zijn ensemble, naar een andere stad. Castorf zat niet op die draaimolen en kon een kwarteeuw een eigenzinnige, linkse en antikapitalistische toon zetten bij de Volksbühne. De man werd niet ontslagen maar kreeg te horen dat zijn contract na het seizoen 2016-2017 niet verlengd zou worden.

Uit het getto

Tim Renner, de ex-cultuursenator van Berlijn, betoogde in 2015 dat het post-Castorftijdperk moest aanbreken en de Volksbühne uit zijn culturo-getto diende te breken. Een bredere toegankelijkheid van de progressieve theatertempel werd noodzakelijk in de toekomst. Hij koos voor Chris Dercon als vervanger, een buitenstaander, want het ligt niet voor de hand dat de baas van een museum, hoe prestigieus ook, het hoofd wordt van een vooraanstaand, befaamd theater. De culturele bagage die Dercon heeft, bouwde hij op buiten de toneelwereld. Naast Tate Modern staan documenta X en het Haus der Kunst in München op zijn curriculum vitae. Coppens: “Bovendien is de keuze van Dercon van symbolisch belang omdat ze niet alleen breekt met de traditie van de “intendantencarrousel, maar ook met de ongeschreven wet dat nieuwe intendanten uit de eigen rangen van de stadstheaters komen, en doorgroeien naar de top nadat zij binnen dat systeem hun strepen verdiend hebben… De kritiek op Dercon luidt dat hij trouwens als museumman staat voor het “altijd nieuwe”: de curator die oog heeft voor de nieuwste wereldtrends, eerder dan een doortastend inzicht in tradities”.

Kurt Ruegen