Televisie van toen en Willy Courteaux

Televisie van toen en Willy Courteaux

Op het ogenblik dat ik op de operatietafel lag ten gevolge van mijn fietsongeval, overleed journalist Willy Courteaux (1924-2017). Daarom met vertraging de volgende herinneringen. Courteaux blijft voor mij verbonden met de jonge Vlaamse televisie en zijn prijzende woorden, en één keer een woedende uitval, over mijn tv-programma’s in de tijd toen zijn Humo nog het staatsblad van de omroep was.

Menigte voor de vitrine

In 1955 kocht mijn vader met zijn gespaarde hele en halve franken een tv-toestel. Prijs: viermaal het maandsalaris van een geschoolde arbeider voor een schermpje van 43 cm met afgeronde hoeken. “Televisietaks” arriveerde eerst in 1958 (“achthonderdveertig tiste, is da ni goeiekoop”, zongen De Strangers in hun succesnummer “Tv-truut”). Er waren in 1955 niet veel toestellen, maar wel honderdduizenden kijkers. In de winkelstraten van de steden en dorpjes zag je ’s avonds op honderd meter afstand waar een tv-winkel was. Mensen gingen ook ’s avonds veel en te voet op pad. Altijd stonden soms meer dan tien mensen voor de vitrine naar dat wonder te kijken. Toen in 1954 de wedstrijd van de Rode Duivels tegen Engeland (4-4) op het WK Zwitserland werd uitgezonden, stonden hele menigtes voor de ramen. De jonge televisie was een sociaal medium. Buren en familieleden liepen voortdurend aan bij de bezitter. Bejaarde mensen waren er dolgelukkig mee. Mijn grootmoeder (1896) en groottante (1900) waren zeven jaar toen ze begonnen te werken, als dienstmeisje. Ze waren analfabeet maar ze amuseerden zich kostelijk op bals en in cafés. Minstens tweemaal per week gingen ze naar de bioscoop. Geen probleem, met de beeldtaal van de stomme film. Toen kwam het drama van de sprekende film, die in Vlaanderen niet nagesynchroniseerd werd in het Nederlands maar ondertitels had. Eindelijk arriveerde dat mirakel dat iedere avond beeld en eigen taal bracht.

Vlaanderen wordt een natie

De jonge Vlaamse televisie werd geleid door mensen met een onderwijzerscomplex. Geen slechte zaak, want het Vlaamse volk – volgens pater Verschueren in zijn bekende woordenboek, editie 1956 – was geen cultuurvolk. Mensen keken gefascineerd naar alles, en die goede Ludo Bekkers (ook al 93) wordt nog sentimenteel als hij aan het succes van zijn programma’s over kunst denkt. De televisie had respect voor een correcte taal en onderwees de Vlamingen Nederlands. Op een paar jaar tijd verdwenen (soms getalenteerde) dialectkomieken als Willy Lustenhouwer, Kees Brug en Charel Janssens en Co Flower. Vlaanderen leerde bij zijn televisie dat de mensen tussen Lommel en Oostende in hetzelfde schuitje zaten; dat ze opgescheept zaten met een meerderheid aan ministers in de regering-Van Acker-Lilar die op hen en hun taal spuwden. Wekelijks gruwden lezersbrieven over de RTB. De Vlaamse televisie zond nog films in bioscoopversie uit, d.w.z. met Franstalige titels bovenaan. De Walen kochten bij voorkeur Franstalig gedubde versies, en als er eens een film in de originele versie werd uitgezonden, lieten de technici het beeld wat zakken zodat er geen Nederlandse titels te zien waren. Vlaanderen werd (ongewild) een natie. Zoals Thierry Debels in zijn boekje “Circus Media” (gratis voor iedere Pallieterke-lezer) betoogt, is er weinig meer natievormend dan met zijn allen naar dezelfde tv-programma’s kijken.

“Den baard van den teevee”

En dat deden de Vlamingen. Iedereen sprak over de quizprogramma’s: “Wat een stiel?” en vooral “Hebt ge ze alle vijf?”. In vijf schuifjes werd gezocht naar een naam, een gebeurtenis of een begrip; voorgesteld door een kandidaat die de vragen van het tv-panel alleen met ja of neen mocht beantwoorden. Quizmaster was de immens populaire Antwerpse schooldirecteur Sus van den Eynde. Na een nooit helemaal opgehelderd schandaaltje verdween hij van het scherm, waardoor de eerste tv-rel ontketend werd. Betogers onderbraken een rechtstreekse uitzending van “Het tv-circus” met “Sus! Sus! Sus!”. Dankzij Ludo Bekkers kwam Van den Eynde meer dan dertig jaar later terug bij het derdeleeftijdprogramma “Op het terras”. Emiel Goelen, die het produceerde, zei me dat hij zijn eerste grijze haren dankte aan de betweterigheid van de vroegere quizmaster. Op het Kiel bestaat een Sus van den Eyndestraat en ik reken erop dat een of andere lezer mij wil vertellen of die Sus dezelfde is als “Sus! Sus! Sus!”. Van den Eynde werd vervangen door panellid Paul van de Velde, die zo tragisch stierf in een verkeersongeval in 1972. In dat panel zaten voortaan Hilde Pee (dochter van een bekende BSP-prof), Bert Goetghebeur, Vlaanderens bekendste journalist Louis de Lentdecker en levende encyclopedie Willy Courteaux. Het land keek met open mond naar die bebaarde fontein van alle wijsheid die prinsheerlijk Nederlands sprak. We leerden bij hem het woord “recapituleren”. Veel jaren later vertelde Courteaux me over de gênante gevolgen. Louis genoot van de roem, maar de eerder schuwe Courteaux prees zich gelukkig dat hij in Brussel woonde. Zodra hij een stap in Vlaanderen zette, leek het alsof er een zwerm insecten rond hem zoemde: “Hij is het! Dien baard van den teevee!”

Charme en humor

Veel later verzorgde Courteaux de stukgelezen brievenrubriek Open Venster en de tv-kritiek Dwarskijker in Humo, waar linkselend Vlaanderen ieder week op kikte. Hij verloor wel zijn uitstekende column over klassieke muziek (Gerard Mortier leerde zo het repertoire kennen), want Humo ging 100 procent op de lawaaitoer. Courteaux schreef mooie recensies over mijn “Geschiedenis van de kleine man” en “Als een wereld zo groot waar uw vlag staat geplant”. Maar hij viel in 1986 bijna uit zijn stoel van verontwaardiging toen ik in een korte reeks over Zuid-Afrika zei dat de Afrikaanders geen nazi’s waren. Ik was inmiddels de politieke correctheid meer dan beu. Niemand bij de omroep repte over de racistische moordenaar Mugabe, die met zijn Shona’s 20.000 Ndebeles liet vermoorden. Annemie Coppieters (dochter van) draaide zelfs een ode aan hem hoewel ze zijn misdaden kende. Om te provoceren vermeldde ik op de aftiteling “Met de medewerking van de ambassade van Zuid-Afrika”. De beenharde linkse recensent was in het dagelijks leven echter iemand anders dan de klassieke apparatsjik. Courteaux had charme en humor. Tijdens een lang gesprek kon hij wel lachen met mijn provocatie. Ik vergeet nooit dat hij zei dat een land als Zuid-Afrika niet kon bestuurd worden volgens het principe van één persoon/één stem. Men zou dan in dezelfde discriminatie-ellende vallen waar de Afrikaanders van beschuldigd werden.

Ik kende Courteaux natuurlijk ook als de vertaler van de Shakespearedrama’s in de KVS, toen dat nog een schouwburg was in plaats van de Propagandastaffel van het verachtelijke Unia. Toen ik een nieuw radioprogramma startte (“De cultuurschok”) deponeerde ik een stapel vulgaire sensatieweekbladen bij hem thuis: “Blik”, “Kwik” en … Humo. Met zichtbaar genoegen fileerde hij het zootje en hij spaarde zeker zijn kritiek niet (hij was inmiddels gepensioneerd) op het eigen blad. Hij hekelde toen al de nog altijd woekerende idiote interviews met de vrouw, de tante, de hond van een B(anale)V(laming). Het was goed praten met Courteaux; temeer omdat hij een van de weinige Vlaamsgezinde linksen was.

Jan Neckers


Tags assigned to this article:
2017-17Jan Neckers

Related Articles

Si la France m’était contée

De laatste kans voor Hollande De politieke “rentree” wordt door de toppers van de Parti Socialiste beschouwd als die van

De gespleten tong van Groen

Op de voorbije gemeenteraad van Grimbergen gebeurde dan toch waar Ghelamco zo had op gehoopt: de fameuze beslissing van januari

Het kasteel van Noisy

Veel Walen zijn verontwaardigd over de afbraak van het kasteel van Noisy in de provincie Namen. Het neogotische bouwwerk was