Ik moet eerlijk zijn, play-off-2 interesseerde mij geen fluit, maar daar is nu verandering in gekomen.

Ik leef voor honderd procent mee met ‘den Union’, een club die in mijn carrière toch een rolletje heeft gespeeld. Ik speelde nog met Anderlecht in eerste klasse tegen de geel-blauwen. Dat was pure folklore. Het Dudenpark was gevuld met 15.000 toeschouwers, die uit volle borst hun clublied zongen: ‘C’est l’Union qui sourit!’

Voor het ogenblik doen de geel-blauwen het uitstekend in play-off 2A, met 7 punten op 9 zijn zij coleider. Ze hebben de pech dat ze hun thuiswedstrijden moeten spelen in het sfeerloze Koning Boudewijnstadion en niet in het gezellige Dudenpark. Ik wacht in spanning af wat er nog te gebeuren staat!

Mijn eerste match voor Anderlecht speelde ik op het veld van Union. Ik werd uitgenodigd om een test af te leggen bij paars-wit. Het was een wedstrijd tegen de kadetten van Union, naar aanleiding van hun jaarlijks tornooi. Toen ik de kleedkamer van Anderlecht binnenkwam, werd ik argwanend bekeken door mijn zogezegde ploegmaats. Ik hoorde ze denken: “Wat komt dat boerke hier doen?”

Ghislain Bayet

Sommige van die ‘schijtlaarzen’ gedroegen zich als echte vedetten, maar geen enkele heb ik later nog teruggezien. Anderlecht won de match met 0-7. Ik scoorde 4 doelpunten, maar mijn besluit stond vast: hier ging ik mijn latijn niet verder insteken, dat sfeertje kon mij gestolen worden. Terug thuis zei ik vastberaden tegen mijn ouders: “Steek mij maar in een pensionaat, doe wat jullie willen, maar ik ga niet naar Anderlecht!” Mijn moeder heeft mij toen op een rustige manier kunnen overtuigen toch maar naar Brussel te gaan. Mijn vader stond ondertussen in de gang te springen van koleire!

Toen Georges Kessler naar Anderlecht kwam als trainer, ik speelde toen rechtsbuiten, maakte hij van mij een aanvallende verdediger. Mijn eerste match als libero was thuis tegen Union. Ze kregen een rammeling en dat was voor mij het begin van een meer dan tien jaar durende loopbaan in het eerste elftal van paars-wit!

Vanaf dan ging het steeds maar bergaf met Union. In 1973 was de prestigieuze Brusselse club op sterven na dood. Ze modderden maar wat aan in derde klasse. Toen kwam de Messias, Ghislain Bayet. Hij was zot van voetbal, maar ook een zakenman. Hij zou Union in drie jaar terugbrengen naar eerste klasse. Het eerste jaar ging alles perfect, het tweede jaar was het geld op en de geel-blauwen gingen in faling. Gelukkig werd het stamnummer gered. Misschien is de klim naar boven eindelijk begonnen. Vooral oppassen voor een nieuwe Bayet of één of andere Chinees….

Gille van Binst