Een aantal dagen voor de eerste ronde van de presidentsverkiezingen lijkt de stembusslag toch nog spannend te worden. En geen klein beetje. De kandidaten die nog echt kans maken op de tweede ronde – Marine Le Pen, Emmanuel Macron, François Fillon en Jean-Luc Mélenchon – zitten met vier op een zakdoek. Ieder haalt volgens de peilingen tussen 20 en 22 procent van de stemmen.

“We houden er ernstig rekening mee dat de campagne een week te lang zal duren.” In het kamp van de links-liberale kandidaat Emmanuel Macron neemt de ongerustheid toe. De voormalige minister van Economie van François Hollande, die van zichzelf zegt dat hij ‘noch links, noch rechts’ is, was lange tijd de gedoodverfde favoriet om president van de Franse Republiek te worden. In de peilingen voor de eerste ronde, die nu zondag 23 april plaatsvindt, heeft hij met 25 procent zelfs Marine Le Pen van het Front National ingehaald. In de tweede ronde zou hij winnen met de vingers in de neus.

Dat lijkt nu allemaal niet zo zeker meer. Ook al wordt er enorm veel voorbehoud gemaakt bij de publicatie van peilingen, volgens een laatste rondvraag van Le Monde heeft Macron een probleem. Uit die peiling blijkt dat vier kandidaten evenveel kans maken om de tweede ronde te halen. Nog altijd in eerste instantie Emmanuel Macron (22 procent) en Marine Le Pen (22 procent) maar al evenzeer de radicaal-linkse Jean-Luc Mélenchon (20 procent) en de klassiek-rechtse François Fillon (19 procent). Gezien de foutenmarge van drie procent in de peilingen kan het dus alle richtingen uit. Al geven politieke analisten een tweestrijd tussen Macron en Le Pen nog altijd de meeste kans. Maar het kan evenzeer een duel tussen Macron en Fillon worden. Of zelfs tussen Le Pen en Mélenchon. Dat laatste scenario verontrust de financiële markten. Het renteverschil op overheidsobligaties tussen Duitsland en Frankrijk bedroeg lange tijd 0,10 procent. Nu is het al gestegen tot 0,75 procent. Het anti-EU-beleid dat Le Pen en Mélenchon voorstaan zet de zenuwen op scherp.

Het momentum van Mélenchon

In Europa wordt met verbazing gekeken naar het succes van oud-trotskist Mélenchon. De man combineert een radicaal-links programma met een nationalistisch en soevereinistisch discours.  Op zijn meetings ziet men meer Franse driekleuren dan rode vlaggen. Dat zijn economisch programma van hogere belastingen en hogere uitgaven uiteindelijk 270 miljard euro of 12 procent van het bbp zal kosten, lijkt niemand te deren. Ook zijn geflirt met linkse Zuid-Amerikaanse dictators wordt hem blijkbaar vergeven. De linkse intellectueel Michel Onfray kreeg veel kritiek toen hij schamper deed over Mélenchon die de overleden Fidel Castro ging herdenken aan het standbeeld van Simon Bolivar in Parijs.

Het succes van Mélenchon in de peilingen is enkel te begrijpen als we rekening houden met het politieke momentum en als men de Franse geschiedenis een beetje kent. Ten eerste trekt Mélenchon steeds meer kiezers van de Parti Socialiste aan. De PS ligt op apegapen sinds een deel van de partij voor Emmanuel Macron heeft gekozen en de officiële kandidaat Benoît Hamon niet kan overtuigen. Mélenchon komt voor veel linkse kiezers authentieker over. Ten tweede is hij de incarnatie van een links nationalisme dat in Frankrijk altijd sterk heeft gestaan. Mélenchon, dat is de bewonderaar van de grote linkse Franse revoluties, en veel Fransen denken met heimwee terug aan die momenten uit hun geschiedenis. De revolutie van 1848, de linkse Commune-opstand van 1871 en vooral de jakobijnse machtsgreep tijdens de Franse Revolutie. Mélenchon beroept zich graag op Maximilien de Robespierre, de man van de Terreur en de guillotine. Voor links blijft ‘de onkreukbare’ een held. Dat Frankrijk na de afkondiging van de mensenrechten 40.000 mensen onthoofdde, blijkt geen probleem te zijn. Het linkse jakobijnse nationalisme van Mélenchon is verankerd bij een deel van het electoraat.

Een nuttige stem

De kans dat Mélenchon de tweede ronde haalt, is daarom zeer reëel. Tenzij de kiezers op het laatste moment denken aan de nuttige stem. Normaal gezien kiezen de Fransen in de eerste ronde zonder veel nadenken voor hun favoriete kandidaat. In de tweede ronde werkt men per eliminatie: wie wil men niet in het Élysée? Maar in deze gekke campagne wordt wellicht anders geredeneerd. De kiezer zou wel al van in de eerste ronde aan de finale winnaar willen denken. Een voorbeeld: een rechtse kiezer met een voorkeur voor Le Pen weet dat ze in de tweede ronde weinig kans maakt tegen Emmanuel Macron. Waarom dan niet voor François Fillon stemmen in de eerste ronde? Als hij genoeg stemmen haalt, kan hij misschien Macron in de eerste ronde uitschakelen.

De ‘nuttige stem’, ‘le vote utile’, zal dus sneller doorwegen dan gedacht. Het is ook waar François FIllon op hoopt, ondanks de schaduw van de schandalen. Tijdens de voorverkiezingen van Les Républicains in november realiseerde hij een knappe eindsprint. Hij hoopt dit nu te herhalen. Het blijven de spannendste presidentsverkiezingen van de Vijfde Republiek.

Salan