In België bepaalt niet een verkozen parlement wie welke belastingen betaalt. De echte macht ligt bij meerdere belangengroepen die door het hardst te roepen allerlei fiscale uitzonderingsmaatregelen kunnen afdwingen. De hoge belastingdruk is voor hen niet van toepassing. In België heerst de lobbyfiscaliteit.

We zijn het gewoon van minister van Werk Kris Peeters (CD&V). Er gaat bijna geen dag voorbij of hij komt in het nieuws met een of ander voorstel. De laatste keer was het een pleidooi om de lasten op arbeid te verlagen voor de specifieke sector van de e-commerce (de internethandel) en de bouwsector. Kwestie van bedrijven in die branche gemakkelijker te kunnen doen concurreren met het buitenland. Op zich een goed idee, maar zo’n maatregel maakt het al ingewikkelde Belgische fiscale stelsel nog ondoorzichtiger. En vooral: het zou het zoveelste bewijs zijn dat de hardste roepers en de sterkste belangengroepen op fiscaal vlak hun slag thuishalen. En dus minder belastingen betalen dan anderen.

Het is bekend: de belastingdruk in België behoort tot de hoogste van Europa, ondanks een aantal verlagingen die de federale regering de voorbije jaren heeft doorgevoerd. België zit in het koppeloton naast Finland, Zweden en Frankrijk. Die hoge belastingdruk ergert vele burgers en bedrijven. Het is echter eigen aan dit land dat er zelden of nooit een algemene belastingverlaging wordt doorgevoerd om de fiscale druk te verminderen. Het verloopt wel via allerlei zogenaamde fiscale niches. Gerichte belastingverlagingen voor bepaalde doelgroepen. Sommigen zien daardoor de fiscale druk afnemen, anderen betalen nog altijd de volle pot. België is het paradijs voor de lobbyfiscaliteit.

Kortingen toekennen aan de e-commerce en de bouw horen in dat rijtje thuis. Recent nam de federale regering nog een paar maatregelen die het effect hebben van een belastingverlaging voor specifieke groepen. Zoals de fiscale aftrekbaarheid voor motorpakken. Men kan het eigenlijk niet gekker bedenken.

Fiscale koterij

Sommige aspecten van die lobbyfiscaliteit zijn trouwens contraproductief. Peter de Keyser, hoofdeconoom van Growth Inc, gaf in een column in De Tijd een mooi overzicht. De btw in de horeca werd verlaagd van 21 naar 12 procent. Dat kwam vooral die horecazaken goed uit die het moeilijk hebben door een gebrek aan innovatie. De slechte leerlingen van de klas worden beloond. Hun levensduur wordt onnodig gerekt. Een ander voorbeeld: een papieren krant kent geen btw, een digitaal abonnement heeft het maximumtarief van 21 procent. In een casino gokken is vrijgesteld van btw, online gokken niet. Een mikmak van maatregelen, die het gevolg is van efficiënt lobbywerk. Al die uitzonderingsregimes in de btw zouden 8 miljard euro opleveren. Daarmee is het begrotingstekort meteen weggewerkt.

De fiscale koterij die De Keyser in de Tijd aanhaalt, gaat nog veel verder dan de gunstregimes in de btw. Niet alle, maar veel lobby’s krijgen fiscale snoepjes. De roerende voorheffing op financiële activa is een rommeltje. Het spaarboekje is vrijgesteld, meer bepaald de intrest tot 1.880 euro. Ook tak21-verzekeringsproducten zijn vrijgesteld van roerende voorheffing voor wie zijn geld langer dan acht jaar laat staan. Tak23-producten worden dan weer niet belast als bij de ondertekening van het contract geen gewaarborgd rendement wordt beloofd. Maar de roerende voorheffing op dividenden en staatsbons bedraagt 30 procent. Al creëerde de regering ook hier haar eigen lobbyfiscaliteit. Eind 2011 werden de zogenaamde Leterme-staatsbons uitgegeven. Beleggers werden gelokt met een roerende voorheffing van 15 procent. Dat tarief werd achteraf niet aangepast.

Veel kmo’s klagen terecht over de hoge vennootschapsbelasting van meer dan 33 procent. Bij de multinationals van de chemiesector en de biotech hoor je dat geklaag minder. Zij hebben hun lobbywerk goed gedaan. Hun innovatie-inkomsten worden omgezet in belastingverlagingen. Via de octrooiaftrek wordt 80 procent van de bruto-inkomsten uit octrooien fiscaal vrijgesteld. Ivan van de Cloot, hoofdeconoom van denktank Itinera, zei het twee jaar geleden als volgt: “Het Belgische belastingstelsel is uitgevonden door een sadistisch genie.”

Angélique Vanderstraeten