Mispak u niet aan de titel: radicalisering gaat in dit boek niet uitsluitend over islamitisch radicalisme, maar radicalisme in het algemeen, dus ook extreemlinks, extreemrechts en nationalistisch extremisme.

De Nederlander Teun van Dongen, docent Integrale Veiligheid aan de Hogeschool Inholland en ex The Hague Center for Strategic Studies, gaat uit van een aantal stellingen:

het is moeilijk om een definitie te geven van terrorisme, het enige waar we het over eens zijn is dat terroristen politieke doelstellingen nastreven (over religieuze doelstellingen heeft Van Dongen het niet);

bij terrorisme moet men onderscheid maken tussen langetermijndoelstellingen (in het geval van de IRA bijvoorbeeld de hereniging van Noord-Ierland met Ierland) en kortetermijndoelstellingen (bv. het stoppen van de discriminatie van katholieken in Noord-Ierland). Terroristen sluiten vaak aan bij groeperingen omwille van kortetermijndoelstellingen zonder dat ze geïnteresseerd zijn in de doelstellingen op lange termijn;

zowel de “linkse” analyse die stelt dat mensen radicaliseren en terrorist worden omdat ze bijvoorbeeld gediscrimineerd worden, als de “rechtse” analyse die stelt dat een aantal moslims radicaliseren omdat ze beïnvloed worden door extremistische teksten of discours hebben het verkeerd voor, de realiteit zit complexer in elkaar. Er bestaan 10 verschillende redenen waarom iemand kan radicaliseren, en dat is dan ook meteen de hoofdbrok van dit boek.

Heilstaat

Bij de 10 redenen zitten volgens Teun van Dongen 4 politieke redenen en 6 persoonlijke redenen. Verschillende van die motivaties kunnen overigens tegelijkertijd aanwezig zijn bij één en dezelfde persoon. Bij de politieke redenen heb je mensen die willen strijden tegen echte of vermeende repressie (bv. de anarchisten uit vroegere tijden), er zijn zij die strijden tegen het echte of vermeende onrecht dat anderen wordt aangedaan (wat verklaart dat bijvoorbeeld ook goed opgeleide of geïntegreerde mensen kunnen radicaliseren), zij die strijden tegen een echte of vermeende grote samenzwering (bv. de rechtse extremist Anders Breivik) en zij die ijveren voor een heilstaat onder welk etiket dan ook (bv. de Rote Armee Fraktion). Bij de persoonlijke redenen zijn er zij die streven naar erkenning (bv. Chérif en Saïd Kouachi van de aanslag op Charlie Hebdo), naar zekerheid (omdat ze niet kunnen gedijen in een complexe en steeds veranderende wereld), naar bescherming (volgens Van Dongen is dit de enige van de tien redenen die níét zou gelden voor moslims), zij die zich geroepen voelen om zich op te offeren (vanuit bv. een religieus schuldcomplex), zij die streven naar zelfverheffing (bv. de losers) en ten slotte de radicalen die gedreven worden door sensatiezucht (bv. Mohammed Bouyeri, de moordenaar van filmmaker Theo van Gogh). Wil je efficiënt aan deradicalisering doen dan moet je rekening houden met dit ganse palet aan mogelijke beweegredenen om te radicaliseren (“Tien redenen om een terroristische aanslag te plegen” is dan ook de ondertitel van het boek), en kom je er niet met alleen maar de “linkse” of “rechtse” analyse. Meer nog, uit deradicaliseringservaringen met niet-islamitische terroristen zouden we lessen kunnen trekken voor het deradicaliseren van islamitische terroristen. Aldus Van Dongen.

Extremistische ideeën verkondigen

In de epiloog geeft de auteur nog wat tips hoe de deradicalisering van extremistische moslims aan te pakken. Wat vooral opvalt, is de vaagheid van Van Dongens ideeën. Ook neemt hij stellingen in die bekritiseerbaar zijn, of wat moeten we anders denken van uitspraken zoals “de staat moet zich beperken tot het vervolgen van daders van aanslagen en andere strafbare feiten. De staat mag niet in het kader van terrorismebestrijding ook ideeën als zodanig gaan bestrijden”, “Een bredere opvatting van radicalisering die zich richt op ideeën zonder dat die gepaard gaan met een terroristische intentie, leidt tot de verwerkelijking van het schrikbeeld van de gedachtepolitie die mensen bestraft omdat ze ideeën hebben die buiten de mainstream vallen” en “de bestrijding van terrorisme mag geen dekmantel worden voor het uitbannen van onwelgevallige politieke en religieuze overtuigingen”. Anders uitgedrukt : als moslim mag je om het even welke extremistische ideeën verkondigen, zolang je niet tot geweld overgaat is het al goed. Hoe komt het nota bene dat dergelijke houding enkel wordt ingenomen als het gaat over islamitische extremisten en niet met betrekking tot extremisten van andere obediënties?

Coolsaet

Meteen zijn we aanbeland bij de zwakke kanten van Van Dongens analyse: hij houdt geen enkele rekening met de rol van extremische websites, preken in moskeeën, de inhoud van de schoolboeken godsdienst in islamitische landen, reactionaire islamitische lectuur in de islamitische boekhandels wereldwijd, de tribale mentaliteit in een aantal moslimgezinnen, het eenzijdige en ongenuanceerde discours met betrekking to Israël, het verspreiden van de mythe als zou het Westen islamofoob zijn, et cetera, in de radicalisering van bepaalde moslims. Nee, want blijkbaar is het te “rechts” om daar rekening mee te houden. Het is alsof je Mein Kampf massaal zou verspreiden en dan verbaasd zijn dat een aantal rechtse extremisten tot geweld overgaan. Met het ideeëngoed van Teun van Dongen zitten we dicht bij de analyses van een Rik Coolsaet. En dat is niet noodzakelijk een reden voor een denderend applaus.

LVM

Teun van Dongen, “Radicalisering ontrafeld”, Uitgeverij AUP (Amsterdam University Press), 2017, 156 blz., prijs: 17,95 euro

ISBN: 978 9462 9820 48