Google, het ministerie van Waarheid

Google, het ministerie van Waarheid

Bij Google is al een tijdje een discussie aan de gang over de  oververtegenwoordiging (70 procent) van mannen in het bedrijf.  Die  is nochtans makkelijk te verklaren: Google is een informaticabedrijf en 80 procent van de afstuderende informatici in de VS zijn mannen. In andere studierichtingen kunnen de verhoudingen omgekeerd zijn: 75 procent van de diploma’s psychologie gaan naar vrouwen. In een normale wereld zouden die eenvoudige statistische gegevens het einde van het debat betekenen. Maar Google maakt geen deel uit van de normale wereld.

De informatica-industrie van Silicon Valley is een apart universum. Deze biotoop van trendy bedrijven, gespecialiseerd in technologische vernieuwing en digitale mode, heeft ongeremd kapitalistische opvattingen weten te combineren met een beklemmend politiek correcte subcultuur, onder andere gekenmerkt door klimaatfanatisme en een rituele aanbidding van “diversiteit”. De verkiezing van Trump werd in dat universum van linkse liberalen als een bijzonder traumatische gebeurtenis ervaren.

“De ideologische echokamer”

Gewoon een aanhanger zijn van de democratisch verkozen president van het land kan je in Silicon Valley tot een paria maken. Palmer Luckey, die een succesvol project had gestart rond virtuele realiteit, moest zijn bedrijf verlaten nadat bleek dat hij financiële steun had gegeven aan de campagne van Trump. Peter Thiel, een investeerder en lid van de beheerraad van Facebook, kwam onder vuur omdat hij het woord had gevoerd op een meeting van Trump.

In de bijna religieuze cultus rond diversiteit, die ook Google in zijn greep houdt, is de vrouwelijke ondervertegenwoordiging een bron van voortdurende verlegenheid en debat geworden. James Damore, een jonge softwarespecialist van het bedrijf, mengde zich argeloos in de interne discussie. In een uitgebreide memo (“De ideologische echokamer van Google”) wees hij in genuanceerde bewoordingen op de biologische verschillen tussen mannen en vrouwen, die minstens ten dele verklaren waarom de geslachten een andere aanleg en andere interesses hebben. Hij stelde helemaal niets tegen diversiteit te hebben, maar meende dat Googles aanpak om de gelijkheid te forceren een slecht idee was. Hij voegde eraan toe, profetischer dan hij besefte, dat het bedrijf “een politiek correcte monocultuur heeft gecreëerd die zichzelf in stand houdt door tegenstemmen monddood te maken”.

Binnen het bedrijf kreeg Damore stiekem heel wat felicitaties voor zijn nota. Maar vooral de boze reacties van verontwaardiging en politiek correct deugdvertoon van andere collega’s drongen door tot in de gespecialiseerde pers. Damore werd een “vrouwenhater” en “nazi” genoemd die “extreem aanstootgevende ideeën” verspreidt.

Blunder

Sunder Pichai, de CEO van Google, kwam vervroegd terug uit verlof, ontsloeg Damore en dacht daarmee de kwestie in de kiem te kunnen smoren. Door “stereotype beeldvorming over vrouwen in stand te houden”, zou Damore zijn ingegaan tegen de gedragscode van het bedrijf, stelde Pichai. “Het is aanstootgevend om te suggereren dat een groep van onze collega’s biologisch minder aanleg heeft voor bepaald werk.” Waarmee hij eigenlijk zei: “Het is aanstootgevend om te zeggen wat al door vele wetenschappelijke studies is aangetoond.” Verschillende gespecialiseerde psychologen als Steven Pinker, Debra Soh en Geoffrey Miller bevestigden al dat Damore geen onjuistheden had verteld.

“Het is erger dan een misdaad. Het is een fout”, zei Fouché tegen Napoleon over de moord op de Duc d’Enghien. De beslissing van Google was niet alleen verwerpelijk, het was ook een tactische blunder. Een incident dat tot dat ogenblik slechts opgepikt was door cultuurstrijders op het net en media gespecialiseerd in informatica, kwam in alle kranten terecht, ook buiten de VS. Het kaltstellen van Damore kon daar op weinig begrip rekenen. Zelfs de politiek correcte media konden geen afdoende verantwoording vinden voor het broodroven van een jongeman die uiteindelijk niets had geschreven dat manifest onjuist of extremistisch was.

Uit een anonieme enquête bij de werknemers van Google bleek dat de meesten het ontslag onterecht vonden. Een spoedvergadering voor alle personeel werd door Google zelf weer afgeblazen toen bleek dat degenen die Damore hadden aangeklaagd niet meer bereid waren om hun beschuldiging te herhalen. De nochtans progressieve New York Times deed zelfs een oproep aan Sunder Pichai om op te stappen.

In Vlaanderen waren er weinigen die zin hadden de beslissing van de internetgigant te verdedigen. Maarten Boudry schreef een tribune in De Standaard onder de titel “Hoe dom van het alwetende Google”. Joël de Ceulaer, nog minder gekend als rechtse jongen, riep zowaar op tot een boycot van het bedrijf.

Quasi-monopolie

Een boycot van Google is echter niet zo simpel. Zijn zoekmachine heeft bijna een monopolie (81 procent) op informatievragen op het internet. Het dankt zijn sterke positie aan zijn grote databestand en dankt zijn grote databestand aan zijn sterke positie. Door merkverwatering (zoals vroeger met Bic en Kodak) is “googelen” zelfs synoniem geworden voor het gebruiken van zoekmachines op het internet. Bovendien wordt je Google-identiteit gekoppeld aan andere toepassingen zoals Gmail, YouTube, Google docs, Google kalender, enz. Ontsnappen aan de klauwen van Google kan wel, maar het is niet zo gemakkelijk, zeker niet voor computeramateurs.

Die sterke positie van Google is wat het Damore-incident zo verontrustend maakt. Zijn beschrijving van de verstikkende politieke bedrijfscultuur wordt door een paar anonieme collega’s bevestigd. Eén van hen vergeleek de sfeer met die van een sekte.

Ook buitenstaanders mochten al ondervinden wat het betekent om Google ideologisch tegen de haren te strijken. De Canadese professor Jordan Peterson, die de furie van links opwekte door zijn weigering om aan de universiteit “genderneutrale” persoonlijke voornaamwoorden te gebruiken (“zhij” in plaats van “hij” of “zij”), zag verschillende van zijn Googleapplicaties geblokkeerd. Pas na protest van hooggeplaatste vrienden, kreeg Peterson weer toegang. Google weigerde uitleg te geven bij het incident.

Sectaire poortwachters

Geert Noels, de nuchtere econoom, stelde op Twitter: “Als Google iemand ontslaat omdat hij een divergente opinie heeft, dan kan je je vragen stellen over wat de zoekmotor ons laat vinden.” Zijn zorg mag gerust ieders zorg zijn. Google is voor veel mensen de belangrijkste poort naar informatie. Of het nu gaat over het weerbericht, instructies hoe je de microgolfoven kan bedienen of een analyse van de politieke situatie in het Midden-Oosten: Google neemt je bij de hand en leidt je erheen.

Over de informatie over het weer en keukenapparatuur maak ik mij weinig zorgen. Maar wat met ideologische geladen zoekonderwerpen als klimaatverandering,  jihad of “diversiteit”? Begeleid zoeken op het internet is geen simpel automatisme: complexe logaritmen bepalen de selectie, weglating en volgorde van de zoekresultaten. Google geeft nu al openlijk toe dat het zijn zoekmachine manipuleert om resultaten die “fake news” of “hate speech” bevatten weg te filteren of minder toegankelijk te maken. Wat “vals nieuws” is of “groepshaat” bepaalt Google zelf, waardoor het zichzelf promoveert tot ministerie van Waarheid op wereldschaal.

In de affaire-Damore heeft Google laten merken dat het onder invloed staat van een radicale minderheidsideologie, die de waarheid eigenlijk als een probleem ervaart wanneer die in tegenspraak komt met de eigen sectaire opvattingen. Dat onze zoektocht naar correcte informatie door een poort moet die bewaakt wordt door deze geëngageerde cultuurstrijders, is best wel verontrustend.

Jurgen Ceder


Tags assigned to this article:
2017-33ActueelGoogleJames DamoreJurgen Ceder

Related Articles

Jordan Peterson: “Plus est en vous”

Ik dacht vorige week, na mijn verslag over zijn toespraak bij de Nederlandse Leeuw, het onderwerp Jordan Peterson even te

De US Secret Service

Wie? Wat? Waar? Op zaterdag 5 november gaf presidentskandidaat Donald Trump een toespraak in Nevada. Hij werd onderbroken door een

Weggevaagd door de wind

Al 34 jaar vertoont het Orpheum Theatre in Memphis (Tennessee) de filmklassieker “Gone with the wind”. Daar komt nu een