“Het vreedzaam samenleven van de drie bevolkingsgroepen in die tijd toont aan dat de huidige fricties tussen moslims, christenen en joden niet vanzelfsprekend zijn en dat er op basis van vertrouwen en overeenkomstigheden tussen de drie godsdiensten een vruchtbare co-existentie mogelijk is.”

Dat is de doelstelling die auteur P. van Heijnsbergen (op de achterflap ‘volkenrechtskundige’ genoemd) zich stelt in dit boek. “Cordoba” is de zoveelste publicatie die de afgelopen decennia op de markt is gekomen waarin islamitisch Spanje, ook Andaloes genoemd (711-1492) wordt geïdealiseerd en waarin het vreedzaam samenleven tussen moslims, christenen en joden wordt bewierookt. De auteur schijnt echter op een andere planeet te leven, want hij beklaagt zich erover dat te weinig aandacht zou gaan naar de rol van Andaloes in de geschiedenis van Europa. Nou moe! Van Heijnsbergen komt tevens een beetje laat met z’n werk. Anno 2017 zijn er nog weinig serieuze historici die geloven in de mythe van het vreedzaam samenleven van de drie “grote” monotheïstische godsdiensten in islamitisch Spanje. In werkelijkheid ging het om een opeenvolging van islamitische regimes op het Iberisch schiereiland, waarin periodes van relatieve tolerantie (let overigens op voor het gevaar van anachronismen) gepaard gingen met periodes waarin niet-moslims werden gediscrimineerd, vervolgd, gedeporteerd, of op extra belastingen werden getrakteerd. De titel van het boek is “Cordoba”, omdat die stad volgens de auteur hét schoolvoorbeeld was van het tolerante Andaloes. Vreemd, want in Cordoba werd bijvoorbeeld de Sint-Vincetiusbasiliek door moslims afgebroken, om daar de grote moskee te kunnen bouwen.

Mythe

Veel mensen weten het niet, maar de mythe van het tolerante Andaloes werd gecreëerd door … joden. In het christelijke Europa van eeuwen geleden hadden joden het inderdaad harder te verduren dan in Andaloesië voor de periode dat de Almoraviden en nadien de Almohaden daar de scepter zwaaiden. Joden wilden hun christelijke machthebbers tonen dat het vreedzaam samenleven tussen christenen en joden wel degelijk mogelijk was en lanceerden daarom de mythe van het tolerante Andaloes.

Van Heijnsbergen gelooft blijkbaar nog steeds in die mythe en tracht dat in z’n werk aan te tonen. Hij slaagt daar nauwelijks in. Een voetnotenapparaat ontbreekt, wat het moeilijk maakt uit te vissen waar hij de mosterd heeft gehaald. De transcriptie van Arabische termen in het Nederlands is bijzonder slordig en een aantal beweringen zijn gewoon fout: zo zijn de Arabische cijfers niet Arabisch maar Indisch van oorsprong; de astrolab is geen Arabische uitvinding maar een niet-Arabische en pre-islamitische uitvinding; het woord diwan is van Perzische en niet van Arabische oorsprong; het Rotskoepel-gebouw in Jeruzalem mag dan een islamitisch gebouw zijn, het is geen moskee, enzovoort. Ook het veelvuldige gebruik van termen als Moren en mohammedanen om de moslims in Spanje aan te duiden is eerder onzorgvuldig.

Ibn Roeshd

Van Heijnsbergen heeft het in z’n boek uitgebreid over islamitische filosofen, wetenschappers, intellectuelen en hun werken. Merkwaardig genoeg vindt men die werken niet terug in de bibliografie achteraan het boek. Eén voorbeeld: de (onder meer) filosoof Averroes (= Ibn Roeshd) en zijn werken komen ruim aan bod in het boek en worden geïdealiseerd. Gezien geen enkel werk van Averroes in de bibliografie voorkomt, betekent dit dat de auteur zich niet baseert op het oeuvre van Averroes om zich een mening te vormen over deze filosoof, wel op wat andere hedendaagse auteurs over Averroes hebben geschreven. En laat dat nu één van de grote problemen zijn in het wereldje van politiek correcte islamologen, arabisten, Midden-Oostenkenners en islamofielen: zij lezen elkaars werken en citeren elkaar voortdurend, met als gevolg dat dezelfde clichés en misverstanden steeds herhaald worden en een eigen leven gaan leiden.

Superieur?

Was Andaloes een opmerkelijke samenleving op het vlak van architectuur, wetenschap, filosofie, et cetera, terwijl Europa voor een stuk achterbleef? Dat klopt grotendeels, maar men moet daar natuurlijk aan toevoegen dat veel van het wetenschappelijk werk in Andaloes het werk was van niet-moslims (christenen en joden) en dat sedert de val van Andaloes (1492) het niet-islamitische Westen op kop ligt inzake wetenschap, technologie, industrie en vooruitgang, en dat de islamitische wereld op deze terreinen de afgelopen vijfhonderd jaar niet bijster veel gerealiseerd heeft. Men kan bijvoorbeeld Marokko (het land waaruit in de 8e eeuw de islamitische veroveraars van Spanje voortkwamen) moeilijk superieur noemen ten opzichte van het Spanje van deze eeuw. Er is ook heel wat minder fraais gebeurd in Andaloes: de werken van Averroes (door Van Heijnsbergen ten onrechte vrijzinnig genoemd) werden op een bepaald moment verbrand en de joodse filosoof Maimonides moest islamitisch Spanje verlaten om te kunnen ontsnappen aan de vervolging van de joden.

LVM

van Heijnsbergen, “Cordoba, een samenleving van moslims, christenen en joden in Moors Spanje”, Uitgeverij Aspekt, 2017, 248 blz. Prijs: 19,95 euro.

ISBN 978 9463 3815 12