De geschiedenis erkennen is tegenwoordig ook al een reden om bedreigd te worden, althans, als het gaat om de erkenning van de ‘Armeense genocide’. Je vraagt je af wat er zo moeilijk is aan het erkennen van genocide: die in Srebrenica mocht ook al geen genocide genoemd worden.

Stel je voor dat er genoegdoening geëist wordt in de vorm van een schadevergoeding, maar nee. Eerst moeten honderd jaren verstrijken, dan is de afstand tot onszelf zo groot geworden dat we de intense slechtheid van de mens durven te erkennen. Dus zijn we in Europa eindelijk zover dat we de genocide op de Armeniërs durven te benoemen. Nou ja, we? De Turken doen er in ieder geval niet aan mee, en de Nederlandse regering ook niet, maar de Nederlandse Tweede Kamer wél. Het klinkt tegenstrijdig, zeker als je bedenkt dat de Nederlandse regering half april een vertegenwoordiger stuurt naar de herdenking van de genocide, maar het zelf over ‘de kwestie’ blijft hebben. Ach ja, taal. Wat zouden we zijn zonder eufemismen en communicatiemanagers die het allemaal bedenken?

“Landverraders”

Die genocide blijft een dingetje in Turkije. De standaardzin die de Turken bezigen, is dat tijdens de onafhankelijkheidsstrijd aan beide kanten slachtoffers zijn gevallen. En dat de Armeniërs samenzwoeren met de Russen. Allemaal waar, maar het neemt niet weg dat dat ándere óók waar is: de genocide op Armeniërs is een feit. Over de hele wereld leven nazaten van hen die de genocide overleefd hebben. In Nederland maakten een Turkse journalist en een Armeense musicalster een documentaire waarin ze op zoek gingen naar de waarheid. En wat bleek uit alles: de genocide heeft inderdaad plaatsgevonden. En toch is het voor Turken, zelfs voor hen die in Europa wonen, lichtjaren te ver om toe te geven dat in een ver verleden, honderd jaar geleden, ten tijde van de Turkse onafhankelijkheidsstrijd, een genocide op Armeniërs heeft plaatsgevonden. Sterker nog, iedere Europese Turk die de genocide durft te erkennen, wordt bestempeld tot staatsvijand nummer één. Het overkwam een Duits-Turks politicus, en afgelopen week overkwam het vijf Nederlandse Tweede Kamerleden van Turkse komaf. Ze zijn door de Turkse media bestempeld tot landverraders omdat ze in de Tweede Kamer meestemden voor erkenning van de Armeense genocide en ze worden inmiddels langs alle kanten bedreigd.

De meest interessante woordkeuze in deze is wel ‘landverraders’. Het gaat immers om jonge mensen die in Nederland geboren zijn ofwel op jonge leeftijd naar Nederland zijn verhuisd. Het doorknippen van de navelstreng met Turkije wordt niet toegestaan door de Turken. Je bent en blijft van hen, hun staatsbezit, hun ‘teamplayer’. Er zijn er zat die dat maar wat fijn vinden, ook daar hebben we voorbeelden van in het Nederlandse parlement. Aan emoties doe je niets, maar waar en wanneer mogen migranten hun eigen keuzes maken van het ‘moederland’? Hoe kan dat ‘moederland’ verwachten dat ze een infiltrant zijn in de Nederlandse politiek? Hoe sterk moet je in je schoenen staan, om voor die ‘eer’ te bedanken? Waarom zou je überhaupt overwegen om #teamturkije te zijn als je in het Nederlandse parlement zit?

Gedrag van verwende ettertjes

Het zijn vragen waar niemand een fatsoenlijk antwoord op heeft, anders dan gezemel als “ik hou van mijn moeder- en mijn vaderland” of “waarom zou ik kiezen?”. Het antwoord is simpel: je kunt niet twee heren dienen. En waarom zou je niet voor het land kiezen dat jou alles heeft geboden, tot aan de functie van volksvertegenwoordiger toe? Het antwoord daarop is meestal een vals lachje en “because I can”. Het is kinderachtig, het is opportunistisch, het is sadistisch en vooral, het is islamitisch. Dit venijnige gedrag heerst vooral onder onderdrukte moslimmannen. Sadisme omdat het kan, sadisme omdat het moet, sadisme omdat ik het wil: daarom. Gedrag van verwende ettertjes, prinsjes die van alles mochten van hun moeders, maar in de echte wereld niet mee kunnen en bij alles “discriminatie!” roepen. Het is ‘payback time’ voor die lieden.

En dan negeer ik nog de essentie, waar ik inmiddels mijn schouders voor ophaal: de vijf Nederturkse parlementariërs worden uiteraard bedreigd nadat ze voor erkenning van de Armeense genocide hebben gestemd. “Wie niet?”, denk ik dan. “Nu pas?”, denk ik dan. Bedreigingen horen ondertussen bij het leven zoals stromend water en wifi. Het enige wat nog grappig is, is dat de afgezanten van Erdogan die zetelen in de Tweede Kamer óók claimen bedreigd te worden. Oogsten en zaaien, janken en draaien: welkom in de grotemensenwereld. Nu alleen nog braaf leren dat de geschiedenis uit feiten bestaat, en erkennen dat de Armeense genocide heeft plaatsgevonden.

Ebru Umar