Relatief lage Belgische groei is niet Vlaanderens schuld

Relatief lage Belgische groei is niet Vlaanderens schuld

De economische groei in België zal dit jaar richting 2 procent koersen. Dat is goed nieuws, maar de groei blijft daarmee wel onder het eurozone-gemiddelde van 2,2 procent. De reden: het ondermaats presteren van Wallonië en Brussel. De Vlaamse economische groei bedraagt al een halve eeuw meer dan het Europees gemiddelde of loopt parallel met de Europese groei.

Het is hoogconjunctuur en het ziet ernaar uit dat die nog een tijdje zal aanhouden. Zelfs al vertonen de beurzen een opvallende volatiliteit, wat volgens sommigen vaak het bewijs is van naderend financieel-economisch onheil. Opvallend is dat ook de eurozone goed scoort, lange tijd het kneusje in de wereld van de economische grootmachten. De economie groeit in de muntunie gemiddeld met 2,2 procent. 2 procent is de grens waarop de jobcreatie een hoge vlucht neemt. Dat merken we ook in België. Na een groei van 1,7 à 1,8 procent vorig jaar wordt voor 2018 een groei van 2 procent vooropgesteld.

Onder gemiddelde eurozone

Opvallend is dat de Belgische economische groei onder dat eurozone-gemiddelde blijft en zelfs tot de laagste van de eurolanden behoort. Voor de oppositiepartijen reden om met scherp te schieten op de federale regering. De jobcreatie mag dan toenemen, het kan veel beter, want de economische motor draait niet op volle toeren, zegt de oppositie.

Er moeten wel een paar zaken in perspectief worden geplaatst. Groeicijfers moet men op lange termijn bekijken. Een reden waarom de Belgische economie minder sterk groeit dan in andere landen, heeft te maken met het feit dat de financiële crisis van 2008-2009 hier ook minder hard heeft toegeslagen. De Belgische economie is minder gekrompen, wat betekent dat ook een minder sterke inhaalbeweging nodig is wanneer het economisch beter gaat. Andere landen, zoals Spanje en Italië, moeten een grotere economische achterstand inhalen en scoren daarom beter qua groeicijfers.

Een ander element dat de groei drukt, is de sanering van de Belgische overheidsfinanciën. Dat hebben de vorige regeringen nagelaten en dat weegt op de welvaartscreatie. Nederland heeft zijn begroting wel tijdig op orde gekregen en dat loont nu met sterke cijfers en zelfs een begroting in evenwicht of een overschot.

In de discussie rond de Belgische groeicijfers worden bovendien zelden of nooit regionale opsplitsingen gemaakt. De Nationale Bank komt als federale instelling niet graag met die cijfers naar buiten. Het Instituut voor de Nationale Rekeningen doet dat wel. En wat blijkt? De voorbije decennia – eigenlijk sinds de jaren zestig – ligt de Vlaamse economische groei boven het Europees gemiddelde of loopt parallel met de eurozone. De Waalse en de Brusselse liggen bijna altijd lager, of houden in het beste geval gelijke tred met het Europees gemiddelde.

Wallonië en Brussel drukken cijfers

In 2017 lag de economische groei in Vlaanderen een stuk hoger dan in Wallonië en Brussel. Idem voor 2015. Vlaanderen zit steevast boven 2 procent. Wallonië en Brussel moeten zich reppen om boven 1 procent uit te komen. In 2016 groeide de Waalse economie met 1,7 procent en de Vlaamse met 1,2 procent. Brussel bleef hangen op 0,9 procent. Wanneer de Waalse economische groei hoger ligt dan de Vlaamse, dan wordt dat breed uitgesmeerd in de media, maar het is meer uitzondering dan regel. Wallonië heeft af en toe een sterke groeistoot (vooral dankzij chemie-, farma- en luchtvaartbedrijven in de regio), maar dat is onvoldoende om door te wegen binnen heel België. Overigens, de welvaartskloof tussen Vlaanderen en Wallonië blijft nog altijd zeer groot en wordt niet kleiner. Als Wallonië economisch steevast steeds beter zou presteren, zou die kloof stilaan wel moeten worden gedicht.

Regionale verschillen zijn eigen aan alle landen. Maar in weinig landen zijn die verschillen zo groot. Het is ook zo dat economische onevenwichten automatisch worden bijgesteld door arbeidsmobiliteit. Dat zien we in goed werkende federale staten als de VS en Duitsland. Daar verhuizen mensen naar regio’s of deelstaten waar wel veel banen zijn. Hier gebeurt dat niet of zeer weinig. Wat België betreft, is het zo dat er groeiverschillen zijn tussen de deelstaten, maar amper verschillen tussen de provincies binnen elke deelstaat apart. Het is dus wel degelijk een Vlaams-Waals-Brussels probleem.

De oorzaken zijn niet ver te zoeken. Groei wordt gegenereerd door productiviteitsgroei en het aantal werkende inwoners. Zowel op het eerste als het tweede domein blijven Wallonië en Brussel ondermaats. De werkzaamheidsgraad bedraagt 62,6 procent in Wallonië, 60 procent in Brussel en 72 procent in Vlaanderen. Zolang die verschillen niet verkleinen, zullen de economieën van Wallonië en Brussel minder snel groeien dan die van Vlaanderen.

Angélique Vanderstraeten


Tags assigned to this article:
2018-07Beurs

Related Articles

Pleidooi voor stemrecht voor illegalen op Think Global Day

Vorige week vond in Schaarbeek de ‘Think Global Day’ plaats van 11.11.11. Die bekende organisatie zet zich officieel in voor

Prof. Urbain Vermeulen overleden: zijn laatste interview aan ‘t Pallieterke

Willen de Europese moslims wel integreren? Op 13 februari overleed professor emeritus Urbain Vermeulen van de KU Leuven en de

Vlaamse solidariteit is een kwestie van moeten

In de aanloop naar de verkiezingsjaren 2018 en 2019 zullen de geldstromen van Vlaanderen naar Brussel en Wallonië dan toch