Zou de Vlaamse overheid vandaag nog regimezender VRT oprichten als die niet zou bestaan? Neen, want de overheid heeft ook geen circussen of bioscopen, en ze publiceert geen tijdschriften of boeken.

Waarom heeft Vlaanderen dan een belastingzender? En de meeste Europese staten ook? Omdat historisch gezien de overheden de bevolking wantrouwden, informatie onthielden of censureerden. Tijdens het ancien régime was er geen menings- of persvrijheid. Kranten werden in kleine oplages gedrukt, waren duur, en zuchtten onder een zware zegelbelasting. De Franse Revolutie maakte het nog erger, want de doodstraf was het verdict voor een mening die de machthebbers onaangenaam was. De massamoordenaar Bonaparte installeerde een ongemeen scherpe censuur en publiceerde zijn bulletins in een voorloper van de VRT: de “Gazette Nationale, ou Le Moniteur universel” die de enige echte officiële waarheid verkondigde.

Aan de overkant van de oceaan gebeurde het tegenovergestelde. De Britse overheid werd buitengekegeld en vervangen door verkozen politici. Vrij vlug werd overal het enkelvoudig stemrecht voor mannen ingevoerd, zodat een arme boer als Davy Crockett volksvertegenwoordiger kon worden. De overheid vertrouwde wel haar burgers en de post bezorgde al in 1792 voor een schijntje van de kostprijs alle mogelijke kranten. In eigen land nam koning Willem na de Franse bezetting maar al te graag de strenge Franse maatregelen over. Onder de vele terechte verwijten aan zijn adres (transfer van 70 procent van de Zuidelijke belastingen naar het Noorden) hoorde ook de censuur, en hij aarzelde niet kritische journalisten in de gevangenis te stoppen.

Persvrijheid was een essentieel onderdeel van de Belgische grondwet van 1831. Denk niet dat “les pères fondateurs de la Belgique” naïeve democraten waren. Ze plaatsten een stok achter de deur: de bestaande zegelbelasting die kranten zeer duur maakte en oplages klein hield. In 1848 waaide weer een revolutionaire wind door Europa die grotendeels halt hield aan de Belgische grens. De koffers van Leopold I en zijn familie stonden al klaar in Laken, maar de regering-Charles Rogier hield het hoofd koel. Die zegelbelasting werd afgeschaft en het aantal (cijns)kiezers werd verdubbeld.

Werkelijke vrijheidsuiting

De pers kon er dus tegenaan gaan, met als enige uitzondering een nieuwe wet die de belediging van vreemde staatshoofden verbood wegens de angst voor Napoleon III. Hij koesterde lang de droom van alle Franse koningen en van zijn oom die in 1814 een geallieerd vredesvoorstel verwierp omdat hij de Zuidelijke Nederlanden niet wou opgeven: annexatie. Met de verbeterde technologie, de voortschrijdende alfabetisering en de stijging van de levensstandaard (voor het eerst sinds Filips de Goede in 1450) ontstond rond 1870 de massapers. Vrijheid van meningsuiting was zelden zo vrij als toen. Er werd beledigd, gescholden en geschimpt dat het een lieve lust was. Het haatproza in De Standaard of Knack over luitjes die niet geloven in de multiculturele afgodsdienst is lauw geleuter vergeleken met het liberale en katholieke discours tijdens de eerste schoolstrijd. De socialisten deden er nog een schepje bij en de huidige “pensée unique” was onbestaand. Af en toe greep het gerecht eens in wanneer de monarchie werd aangevallen, maar veel stelde het niet voor. Dat veranderde tijdens de Eerste Wereldoorlog. Onmiddellijk sloegen censuur en patriottisme gelijktijdig toe. De Antwerpenaars geloofden dat het Belgische leger de Duitsers over de Rijn had gejaagd, tot ze verbaasd Duitse soldaten voor hun muren zagen verschijnen. De Duitsers kenden alles van censuur, en na de bevrijding duurde het een tijdje vooraleer de klassieke vrijheden weer hersteld waren.

INR-NIR

Inmiddels verscheen een nieuw medium dat aanvankelijk in Europa extreem duur was en alleen te beluisteren met zeldzame lampenradio’s of kristalontvangers. In de Verenigde Staten, die niet geteisterd waren door de oorlog, nam radio onmiddellijk een enorme vlucht. De Amerikanen lieten weer alles over aan de eigen burgers en de vrije markt. In eigen land werd het medium niet ernstig genomen door de politiek, zodat allerlei vrije en lange tijd uitsluitend Franstalige zenders in de ether kwamen. Maar toen de radio goedkoper en populairder werd, veranderde de houding van de overheid. In 1930 waren er al 80.000 ontvangers en heerste een janboel in de ether.

Ook het succes van de Vlaamse nationalisten (11 zetels op 187 in de Kamer) en de opkomst van de communisten was een teken aan de wand: weer tijd voor een officiële waarheid. Radio Belgique en aan Vlaamse zijde N.V. Radio (gefinancierd door Boerenbond en Christelijke Middenstand) werden gefusioneerd en kregen het statuut van openbare dienst als INR-NIR (Nationaal Instituut Radio-omroep) in 1930. Tezelfdertijd werden zestien vrije radio’s erkend. Uiteraard volgens een Belgische verdeelsleutel: 4 in Vlaanderen en 12 in Wallonië. Het beruchte ideologische en filosofisch personeelsevenwicht deed zijn intrede bij het NIR en bleef bestaan tot 1996. Rechtstreeks kwam het aan bod in uitzendingen, want politieke partijen plus de katholieke, protestantse en “vrijzinnige” kerk richtten radiodiensten op die de golflengte van het NIR gebruikten.

Aanvankelijk kregen die later beruchte “gastprogramma’s” ongeveer de helft van de zendtijd. Ieder jaar kwamen er bijna 100.000 radio-ontvangers bij (luisterbelasting van 60 frank) en de zendtijd van het NIR werd drastisch opgetrokken. Niet die van de gastprogramma’s. Vooral na de beruchte verkiezingen van 1936, met de doorbraak van het VNV, Rex en de communisten (in totaal 46 van 202 zetels), wilden de regeringen het nieuwe en populaire medium in de betrouwbare handen van de drie traditionele partijen houden. Het INR-NIR bleef een unitaire instelling en kreeg in 1938 een prachtig eigen gebouw aan het Flageyplein.

Het voorbeeld van Goebbels

De controle van de overheid op de radio werd almaar sterker. In Duitsland bewees propagandaminister Joseph Goebbels dat een openbare zender ideaal was om mensen te hersenspoelen. De lancering van een goedkope “Volksempfänger” vergemakkelijkte zijn werk. In september 1939 kwam er daarom in eigen land ook een ministerie van Nationale Voorlichting. De radio werd belangrijker dan ooit en de regering gaf het bevel dat alle vrije zenders in geval van een Duitse aanval onmiddellijk en integraal de programma’s en nieuwsberichten van het NIR moesten overnemen. Dat gebeurde dan ook toen in mei 1940 de Duitsers verschenen.

Die doekten aan het Flageyplein de openbare omroep op en richtten Zender Brüssel op die naast Nederlandstalige en Franstalige uitzendingen ook dagelijks nieuws in het Duits verzorgde. Het personeel kon kiezen: in dienst blijven (wat velen deden en waarvoor ze later een prijs betaalden) of naar een andere overheidsdienst vertrekken. De vrije zenders werden opgedoekt en meestal gebruikten de Duitsers dat materiaal om stoorzenders op te richten die de BBC saboteerden. Bij de bevrijding kwam het NIR terug, en die omarmde het Duitse bezettingsmodel – een monopolie voor de openbare omroep – graag.

Jan Neckers
(vervolg en slot toekomende week)