Wie diep wil duiken in de linkse Vlaamse cultuurscène heeft voortaan een dikke gids ter beschikking. Lees op de avonden dat u niet indommelt voor uw televisiescherm de fijne bladzijden van “Radeloos Geluk”. Het boek heeft zelfs een namenregister over vijftien bladzijden, puur goud voor de zoeker.

Geniet van de meeslepende, eerlijke memoires van een zeventiger die vanaf zijn tienerjaren dacht, leefde, debatteerde, dronk, danste, vrijde en complotteerde in de bubbel waarin ook Hugo Claus, Stefan Hertmans, Ivo Michiels, Cees Nooteboom, Jan Fabre en Herman de Coninck thuis horen. Jan Vanriet is een uitstekende figuratieve schilder die lacht met het kliederen en klodderen van zijn avant-gardistische kunstbroeders. Hij kent de kracht van het mozaïek, en deze kanjer van een boek is een schikking van kleine en grote schetsjes, ruw geschat 1.200 in aantal, die een schitterend eindresultaat opleveren. Die opbouw leidt naar het ideale boek voor op de nachttafel. Je peuzelt enkele bladzijden als laatste gerecht van de dag voor je wegglijdt. De volgende avond moet je niet je hersenen uitpersen om je de intrige te herinneren. Die is er niet.

Rode heilsleer

Jan Vanriet is het enige kind van communistische ouders uit Antwerpen die mekaar leerden kennen als politieke gevangenen in de Duitse concentratiekampen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ravensbrück, Mauthausen, Amstetten zijn ankers van de familiegeschiedenis. De jonge Jan leert aan de hand van zijn ouders de communistische bazen van de satellietlanden kennen na de raid van de USSR op de zwakke democratieën van Midden-Europa. Er waren kampgenoten bij van zijn vader. Vanriet jr. ziet met eigen ogen de decadentie, de leugens, het zwijgen, de schijnheiligheid van dat hyperlinkse milieu en acteert eerlijk zijn geloofsafval van de rode heilsleer. Het socialisme, met een grote scheut werkelijkheidszin, blijft wel zijn kerk.

Jan Vanriet is bekend omwille van zijn zeer persoonlijke figuratieve schilder- en tekenstijl. Minder loopt hij in de kijker met zijn letterkundig talent. De man kan echter dichten en schrijven als de beste. Hij doet dat met eerlijkheid en een grote dosis zelfspot. Fijngevoelig is hij eveneens. Een van de bladzijden brengt het verhaal over het grote afscheidsfeest voor Paul Goossens, ex-mei ‘68, ex van zowat elke gazet van Vlaanderen, georganiseerd met belastinggeld door de op dat ogenblik liberale vrienden, en blauwe broodheren, van de knorrige kontdraaier. Vanriet noemt de naam Goossens niet. Handenvol schelmse anekdotes, zonder haat of wrok, vind je op veel pagina’s.

Linkse artiest

Jan Vanriet beantwoordt deels aan de robotfoto van de succesvolle en linkse arties: allemaal kunnen zij zuipen als soldeniers (de woorden Chablis, whisky en Sancerre plakken op menige bladzijde), hebben zij een buitenverblijf bij de Mont Ventoux, wandelen en wankelen zij van de ene vernissage en progressieve koffiekrans naar de andere borrelavond, loeren zij op de vrouwen en noteren zij mentaal mekaars veroveringsscore. Het woord ‘deels’ hoort absoluut bij de vorige zin. Warm is hoe Vanriet zijn blijvende verliefdheid en gehechtheid aan zijn vrouw en kameraad, Simone, op vele plekken in het boek aanhaalt.

Jan Vanriet is van de jaargang 1948. Hij heeft in Europa succes met zijn picturale kunde. De hedendaagse kunst leeft in een bunker en heeft de werkelijke wereld in quarantaine geplaatst, is zijn oordeel. De kunst blijft in veel toepassingen vandaag een muurbloempje, een afgewezen aanbidster. Weg dus, aldus Vanriet, met die modieuze en zielloze potpourri. Hef een glas Chablis ter ere van zijn jonge woordenschilderij.

Frans Crols

Jan Vanriet, “Radeloos Geluk”, uitgeverij Hollands Diep, 2018, 569 bladzijden, 24,99 euro.

ISBN 978 9048 8440 36