Deze zomer ondernam ik voor de tweede keer een lange reis doorheen Oost-Europa. Met intellectuele bagage die wat zwaarder woog dan bij de eerste trip die ik jaren geleden ondernam, trachtte ik de gelijkenissen en verschillen tussen Oost en West te distilleren uit elke ervaring die ik opdeed. Het besluit is simpel, we verschillen meer dan op het eerste zicht zou lijken, en wij West-Europeanen zouden vaker op leerbezoek moeten gaan naar het weerbare Oosten.

In Roemenië is er een gigantische populatie Romazigeuners, maar toch lijken de Roemenen en de Hongaren er weinig last van te hebben. Daar waar Roma zich in België maar al te vaak bezighouden met het stelen en kraken van andermans eigendom, proberen hun Roemeense tegenhangers vaak op een eerlijke manier de kost te verdienen. Oost-Europeanen zijn dan ook vele malen weerbaarder dan West-Europeanen. Toen ik twee maanden geleden in Gent zag hoe drie Romakinderen een studente aanvielen, riep ik streng en kordaat naar de Roma dat ze het weerloze meisje met rust moesten laten. In plaats van me te bedanken of haar belagers een les te leren, werd de studente in kwestie kwaad op mij. “Dat zijn wel maar kinderen, hé”, zei ze boos tegen me. De Roma trokken het zich niet aan, en gingen meteen op zoek naar hun volgende slachtoffer.

Op het Tusvanyos-festival, waar ik werd uitgenodigd door de Hongaarse premier, Viktor Orbán, werden we als West-Europeanen vaak aangeklampt. Op een rustig terrasje, vlakbij de rivier Olt, werden we getrakteerd door een groep nieuwsgierige Hongaren. Na enkele pinten brak er in de drankgelegenheid een wedstrijd optrekken uit. Één na één probeerden S&V’ers en Hongaren zich zoveel mogelijk op te trekken aan een van de balken van het houten dak. Doe je dit in het Westen, dan krijg je boze blikken en zure feministes die columns schrijven in De Morgen over “toxic masculinity”, maar in Oost-Europa kregen we applaus. Het aanmoedigen van dergelijk mannelijk en fysiek vertoon is in ons land bijna ondenkbaar geworden. Vlamingen die werken aan hun fysieke kracht of een gevechtssport beoefenen worden door de makke meute meteen weggezet als “marginalen”. In Oost-Europa reserveert men dergelijke stigma’s voor mensen die hun fysiek verwaarlozen, en het resultaat van die weerbare “mindset” is overal zichtbaar in het straatbeeld.

Niet alles is rozengeur en maneschijn in het oostelijke deel van ons prachtige continent. Hoewel de moeilijke tijden onder het communisme van Nicolae Ceausescu daar gezorgd hebben voor sterke generaties, zijn ook de negatieve gevolgen van dat systeem nog lang niet weggewerkt. Of je nu aan de toog een pintje bestelt of in het plaatselijke station aan het loket een treinticket probeert te bemachtigen, overal is duidelijk hoezeer het communisme de arbeidsvreugde en werklust tot vandaag blijft aantasten. Het verschil met de efficiëntie en de productiviteit van West-Europa is op dat vlak nog zeer groot.

Ik spreek voor de 10-koppige Schild&Vrienden-delegatie als ik zeg dat we desondanks meer dan eens hebben gedacht “Oost West, Oost best”. En toch is er hoop. Uit onderzoek blijkt dat 76 procent van de Europeanen een Oost-Europees migratiebeleid verkiezen. Nu Italië en Oostenrijk het succes tonen van het Oost-Europese recept in West-Europa, voelen andere politici de druk verhogen en kunnen we in de toekomst misschien wel weer zeggen “Oost West, Europa best”.