Ja, lieve mensen, Antwerpen is niet gevallen. Of toch zeker: nog niet. Of niet dat we weten. De N-VA heeft ondanks politiek, pers en pottenstampers, haar meerderheid gered. Het dompelde de redacties van Vlaanderen in een diepe rouw, maar de burger kon opgelucht ademhalen. Maar ook op links is flink gescoord. Groen heeft, ondanks zijn lijsttrekker, haar score verdubbeld. “Wat als we nu een echte kopman hadden gehad?”, vroeg Almaci een beetje plagerig, terwijl ze Van Besien lachend over zijn bolle buikje wreef. Wouter lachte zijn amandelen bloot.

Het overwinningsfeest van Groen was een groot succes. De muntthee vloeide rijkelijk, maar niemand liet zich verleiden tot een onverdoofd offer, en de delegatie ‘Grijze Wolven for Almaci’ had de kandidaat met joodse wortels niet tegen de voordeur gespijkerd. Ze hadden zelfs een erehaag gemaakt met wolvengroeten, waarlangs alle kandidaten moesten passeren. Kwestie dat niemand vergat waar de groei vandaan kwam. Het was dus vooral een feest vol verbinding en wederzijds respect.

De witte Groenen hebben niet gemord toen de muziek even af moest omdat er gebeden moest worden en iedereen uit sympathie werd gevraagd even gezellig mee een matje uit te rollen en de kont naar het westen te richten. Integendeel. Er was zelfs grote hilariteit toen Wouter van Besien met zijn kinnen schudde en zich luidop afvroeg of het nu dat was, wat rechts bedoelde met ‘linkse ratten, rolt uw matten’.

De bruine Groenen waren vol begrip en verbinding wanneer sommigen hun muntthee al eens aanlengden met een stevige scheut wodka om het toch gezellig te houden. Zolang de flessen uit het zicht bleven, was alles peis en vree in Groenland. Jinnih Beels en Tom Meeuws, die langskwamen omdat hun eigen feestje al na een kwartier was doodgebloed, kregen een heel vriendelijk onthaal. Met in hun kielzog de politieke redacteurs van de nationale media, die eer kwamen betuigen aan hun nieuwe linkse leider, wat Groen toch overduidelijk geworden was. Maar toen moest het ergste nog komen…

“Luister eens hier, speknek!”

De plaat werd midden alle gezelligheid afgezet. “Maar enfin, we hebben net gebeden”, foeterde Freya Piryns geprikkeld boven het geroezemoes, terwijl ze wat muntthee met haar wodka probeerde te vermengen. Het was de woordvoerder van de partij die het woord nam. Dat ze zonet een telefoontje hadden gekregen van de grote polariseerder. “Wouter! De Wever heeft gebeld. Of we niet eens willen komen klappen. Hij wil onze standpunten horen over mobiliteit. En misschien zelfs in de coalitie komen zitten, zegt hij.” De anders zo zweterige groene voorman werd zo’n beetje vloeibaar. “Maar die kan hij toch lezen in ons programma,” probeerde hij nog, “ik ken dat ook niet van buiten, hoor.”

Meteen sloeg de sfeer om. Het eerste gemeenteraadslid met hoofddoek nam prompt haar reservesjaal, spande die rond Wouters hals en trok er aan tot Wouter een beetje naar Open Vld begon te neigen. “Je kent de afspraak, hé, speknek”, grijnsde ze, “jij mag je stokpaardjes berijden, propere lucht, verkeersveiligheid, automobilisten pesten, fietsertjes opgeilen, zuilen poetsen… Maar je verzet geen poot, lieve vriend, voor wij onze hoofddoeken, boerkini’s en erkenningen van moskeeën als zwaar gesubsidieerde vredescentra binnen hebben.” Wouter kon nog net knikken voor hij even het bewustzijn verloor. Er werd meteen spoedoverleg georganiseerd.

“Het aanbod van de N-VA? We geloven er niks van”, verklaarde Van Besien voor de camera’s, terwijl hij zijn kraagje wat meer openzette, “daarom willen we pas praten als dit stadsbestuur de haven sluit tegen volgende week dinsdag, de hele stad autovrij maakt tegen woensdag en tegen donderdag de gehele vrijgekomen ruimte heeft vol gepoot met windmolens. Indien deze eenvoudige princiepsbeslissingen zijn uitgevoerd, willen we gerust ook eens komen praten over ons programma. Op voorwaarde dat het integraal wordt uitgevoerd. Wij zijn niet bang om onze verantwoordelijkheid te nemen. Integendeel! Maar we willen er wel ons hoofd bij houden. Dat laatste kan ik niet genoeg benadrukken. Ook bij onze achterban.”