De acties van de ‘gilets jaunes’, de gele hesjes, zijn meer dan uitingen van protest tegen de hoge brandstofprijzen. Het is een schreeuw om aandacht van de Franse plattelandsbewoners, die zich steeds meer achtergesteld voelen.

De jacquerie-opstanden in de middeleeuwen, de Franse Revolutie, het verzet van de Vendée tegen de sansculotten, de Commune na de Frans-Pruisische Oorlog, het poujadisme van de kleine zelfstandigen, mei ’68, de vele vakbondsbetogingen in de jaren tachtig en negentig tegen de hervorming van het openbaar ambt,… Frankrijk heeft een traditie van grote protestbewegingen waarbij de straat wordt ingenomen.

Vorig weekend was het opnieuw van dat, met 250.000 ‘gilets jaunes’ die autowegen en kruispunten bezet hielden. Zij voerden actie tegen de verhoging van de brandstofprijzen door de regering van premier Edouard Philippe. De gele hesjes die ze dragen zijn dezelfde die iemand aantrekt wanneer hij na autopech langs een snelweg staat te wachten. De politici van de partij van president Macron, La République en Marche, minimaliseren de beweging en lachen die weg. Het zijn domme Fransen die niet begrijpen dat er nood is aan een energietransitie waarbij het niet meer dan normaal is dat fossiele brandstoffen extra worden belast, is te horen. Ook de Parijse media en de meeste intellectuelen zijn kritisch. Ze zeggen net niet dat de actievoerders een bende debielen zijn. Het doet denken aan de uitspraak van president Macron dat de Fransen “reactionaire Galliërs zijn die geen hervormingen willen”.

Het perifere Frankrijk in opstand

Tijdens een tv-interview vorige week toonde Emmanuel Macron weinig begrip voor de beweging van de ‘gilets jaunes’. Opnieuw kwam hij met de boodschap dat de Fransen nu eens eindelijk moeten openstaan voor verandering.

Een boodschap die geen effect heeft, want ze komt niet aan bij de actievoerders. Dat is niet verwonderlijk. De actievoerders zijn meer dan verstokte adepten van koning auto. Het gaat om dat deel van de bevolking dat bij de presidentsverkiezingen in 2017 niet op Macron heeft gestemd, wel op Marine Le Pen (FN, nu RN) of de extreemlinkse Jean-Luc Mélenchon (La France Insoumise).

(Lees verder onder de tweet)

Het is de bevolking van wat de Franse geograaf Christophe Guilluy ‘la France périphérique’ noemt. Het platteland ten noorden en ook ten zuiden van Parijs. Het platteland en de kleine stadjes waar de werkloosheid de voorbije jaren gestegen is, en waar almaar meer gepensioneerden wonen. Gebieden ook waar allerlei voorzieningen langzaam maar zeker aan het verdwijnen zijn: geen bakker, geen kruidenier, maar ook geen huisarts meer.

De mensen die nog in die regio werken, moeten vaak vele kilometers afleggen. De hoge brandstofprijzen raken hen direct. Hun inkomen ligt veel lager dan dat van burgers die in de grote steden werken. Grote steden die volgens Guilluy motoren zijn van groei en welvaart. Waar de elite woont die van de globalisering heeft kunnen profiteren. Op het platteland is dat veel minder het geval, of helemaal niet. Verhuizen naar de meer welvarende grote steden is voor veel Fransen geen optie. De voorsteden of ‘banlieues’ zijn Arabische en Afrikaanse enclaves in Frankrijk. In grote steden als Parijs, Lyon of Straatsburg gaan wonen, is geen optie, want appartementen zijn daar onbetaalbaar geworden.

De breuklijn stad-platteland in Frankrijk is niet nieuw. Al in 1947 schreef de geograaf Jean-François Gravier het boek ‘Paris et le désert français’. Guilluy stelt in zijn boek ‘La France périphérique’ van een paar jaar geleden dat die breuklijn nog groter en dieper is geworden. Het platteland heeft de trein van de mondialisering gemist. En die kloof met de rijkere steden kan niet meer worden overbrugd.

(Lees verder onder de tweet)

Modern poujadisme?

Guilluy heeft dezer dagen zijn standpunten herhaald en legt de link naar de ‘gilets jaunes’,  maar hij lijkt in de woestijn te preken. In het Élysée hoopt men dat de acties zullen doodbloeden. Ondertussen probeert Macron de beweging in een slecht daglicht te plaatsen door ze te vergelijken met het poujadisme in de jaren vijftig van vorige eeuw. Toen weigerde de eigenaar van een kantoorboekhandel, Pierre Poujade, dat bij kleine zelfstandigen belastingcontroles werden uitgevoerd. Dat verzet werd snel daarna een protestbeweging van de handelaars en de ambachtslieden op het Franse platteland tegen de elite in de steden. In die zin klopt de vergelijking, al was het poujadisme veel meer politiek actief. De jonge Jean-Marie Le Pen zetelde zelfs een tijd voor de partij in de Assemblée. Of de ‘gilets jaunes’ als beweging ooit tot een politieke partij zal uitgroeien? Dat is twijfelachtig.

Bovendien was het poujadisme een bredere politieke stroming. Ze verzette zich tegen de Algerijnse onafhankelijkheid en had antisemitische trekjes. Door naar die minder fraaie kanten van het poujadisme te verwijzen, probeert Emmanuel Macron de ‘gilets jaunes’ in een kwaad licht te plaatsen.