Zelden moet de vraag gesteld worden waarom iemand de gekende (en gegeerde) ‘de Cuyper-erepenning’ toegekend krijgt.  En al helemaal niet wanneer de laureaten Hendrik Vuye en Veerle Wouters (V&W) heten. Enkele maanden geleden publiceerden ze hun Brusselboek, een werkstuk dat de jury charmeerde. Hier het relaas van de prijsuitreiking die vorige vrijdag plaatsvond.

Zonder twijfel een van de meest intrigerende aspecten van de jaarlijkse ‘de Cuyper-erepenning’ is de jurering. De jury is een min of meer vaste groep, representatief voor het meer Vlaamsgezinde verenigingsleven in de hoofdstad. Ook enkele vaste namen die erin zetelen zijn gekend, maar de volledige namenlijst is een goed bewaard geheim; de broeders van ‘de vochtige kamer’ zouden het niet beter kunnen.

Leidraden

Hilde Roosens, voorzitster van het Vlaams Komitee Brussel (VKB) in wiens schoot precies een kwarteeuw geleden het initiatief ontstond, refereerde ernaar in haar welkomstwoord, met een kwinkslag: “En neen, u hoeft er daarbij niet op te hopen dat wij nu eindelijk wél het geheim van de deliberatie zullen prijsgeven.” Want zoals de samenstelling van de jury een goed bewaard geheim is, bestaat ook onduidelijkheid over hoe men precies beraadslaagt en laureaten selecteert. ‘Opkomen voor het Nederlands in Brussel’ en ‘zich verdienstelijk maken voor de band tussen Brussel en Vlaanderen’ zijn belangrijke leidraden. En binnen dat speelveld is veel mogelijk, blijkt uit het lijstje van de voorbije vijfentwintig jaar. De editie 2018 tekent voor een primeur, want nooit eerder ontvingen twee mensen dezelfde penning. Directe aanleiding was hun Brussel-boek, dat enkele maanden geleden verscheen. “Een gps voor het Brusselse kluwen”, noemden Veerle Wouters en Hendrik Vuye, de yin en de yang van de V&W-fractie in de Kamer, het in een interview dat in dit blad verscheen.

Afwezige politici

Toen de erepenning voorbije vrijdag in De Markten – stilaan dé vaste stek voor het gebeuren – uitgereikt werd, viel de afwezigheid van politici op. Vrij ongewoon en misschien kenschetsend voor de “moeilijke tijd die de Vlaamse Beweging doormaakt”, verwoordde professor Bart Maddens het in zijn laudatio. Het rommelt al een tijdje tussen het Brusselse VB en de niet-partijpolitieke beweging, dat is geweten. En wellicht zien N-VA’ers liever niet hoe Vuye en Wouters hun een spiegel voorhouden. Het zij zo.

(Lees verder onder het Facebook-bericht)

Penning Albert De Cuyper dit jaar uitgereikt op 9 november 2018 aan Mevr. Veerle Wouters en Prof. Dr. Hendrik Vuye

Publiée par Vzw Vlaams Komitee voor Brussel sur Jeudi 1 novembre 2018

Met humor stipte Bart Maddens aan waarom dit duo de erepenning verdient: “Je zou zelfs kunnen zeggen dat Vuye en Wouters niet enkel het Staatsblad van a tot z lezen, maar ook met alles wat zij schrijven aan boeken, columns, parlementaire vragen, enzovoort, een soort schaduw-Staatsblad produceren.” En: “De frequentie van wat zij publiceren is misschien nog niet zo groot als de frequentie waarmee het Staatsblad verschijnt, maar het scheelt toch niet zo veel.” Bovendien is er iets dat hun schrijfwerk typeert, en de KUL-academicus benadrukte dat: “En dat is dan meteen de unieke bijdrage van Vuye en Wouters: zij produceren boeken die én wetenschappelijk én Vlaamsgezind zijn. Boeken geschreven vanuit een Vlaamsgezind perspectief, maar met een uitgebreid bronnenapparaat, met verwijzingen naar primaire bronnen zoals wetteksten en parlementaire voorbereiding. De kritische lezer kan alles nakijken.”

Nieuw boek

Vuye en Wouters, gemeend vereerd met deze erkenning, maakten van het gebeuren gebruik hun standpunt te ontwikkelen. Over wat allemaal mank loopt in Brussel, maar ook over hun stokpaardje: de communautaire stand still, een priemende vingerwijzing naar de N-VA. En alsof ze wilden beamen wat Maddens over hun productiviteit zei, kondigden ze een nieuw boek aan. Eentje over de particratie sinds 1830. “De frequentie van wat zij publiceren is misschien nog niet zo groot als de frequentie waarmee het Staatsblad verschijnt, maar het scheelt toch niet zo veel.” QED.