Het zijn ongemeen boeiende tijden voor politicologen: een regering die valt, dan bij nader inzien toch weer niet en die afgeslankt gewoon voortdoet. Of het uiteindelijk tot een vertrouwensstemming zal komen, wisten we niet wanneer we Bart Maddens ontmoetten. Duidelijk is wel dat er meer dan genoeg stof is om te analyseren. Een gesprek over een land waar het surrealisme telkens opnieuw uitgevonden wordt.

We treffen professor Bart Maddens in zijn sobere werkkamer aan de KU Leuven. Hij nam zopas kennis van een nota van de juridische dienst van de Kamer. “De nieuwe regering moet aan een vertrouwensstemming onderworpen worden, las ik net”, zegt hij. “Dit behoort tot het grondwettelijke gewoonterecht, maar is het niet hemeltergend dat men in dit land geen consensus heeft over essentiële regels van onze democratische werking?” De vraag klinkt niet alleen retorisch, ze is het ook.

’t Pallieterke: is die vertrouwensstemming zo’n fundamentele regel?

Bart Maddens: “Zeker, maar er zijn er meer. Stel dat het inderdaad tot zo’n stemming komt, dan nog ruziën grondwetspecialisten over welk soort meerderheid vereist is. Heb je een gewone meerderheid nodig of een volstrekte meerderheid van de leden, zoals Johan vande Lanotte als grondwetspecialist zei in Terzake? Er is een essentieel verschil. Laten we ervan uitgaan dat iedereen aanwezig is. Met 52 stemmen voor en de rest onthoudingen heeft de regering-Michel II een gewone meerderheid en dus het vertrouwen. Een volstrekte meerderheid van de leden zou betekenen dat er 76 voorstemmen nodig zijn, de helft plus één van alle Kamerleden. Die volstrekte meerderheid zal Michel II nooit halen, maar een gewone meerderheid misschien wel, dankzij de onthoudingen. In wat voor een bananenkoninkrijk leven wij, dat over zulke essentiële zaken geen duidelijkheid is? Nu zegt de Kamernota dat het toch een gewone meerderheid is. Je ziet die onduidelijkheid ook op andere vlakken. Wie is verantwoordelijk voor de beslissingen rond Marrakesh? De eerste minister en de minister van Buitenlandse Zaken, zegt de ene, terwijl de andere het dan weer over de globale regering in consensus heeft. Tussen haakjes: die consensusvereiste betekent dan wel een extra grendel.”

Klunzige regering-Michel II

Wat vond u van de manier waarop de overgang van Michel I naar Michel II is verlopen?

“Dat was echt ongelofelijk klunzig. De eerste minister deed zaterdagavond alsof de N-VA-ministers ontslag hadden genomen omdat ze de ministerraad hadden verlaten. Maar ze hadden nog geen ontslag ingediend. Toch was men al een nieuwe regering aan het vormen. Pieter de Crem was reeds zaterdagvoormiddag gecontacteerd om minister van Binnenlandse Zaken te worden. Het plan was duidelijk om ontslag te verlenen aan de N-VA-ministers en niet te wachten tot ze zelf ontslag zouden nemen. Het is onvoorstelbaar dat men dat durft ten aanzien van de dominante partij in Vlaanderen. Op zondagmorgen wist Jan Jambon niet of hij nog minister was of niet. Wat als op dat moment een terroristische aanslag was gepleegd? Uiteindelijk hebben de N-VA-ministers zondagnamiddag dan de eer aan zichzelf gehouden.”

Schokgolf van 14 oktober

Laten we even terugkeren naar dat fameuze Marrakesh. Tijdens de hele voorbereiding zweeg de N-VA. Meer nog: ze werkte mee aan de totstandkoming ervan. Tot voor kort. Wat deed hen het geweer van schouder wisselen?

“Heel veel kan verklaard worden door de verkiezingen van 14 oktober. Er wordt veel gezegd en geschreven over de gemeenteraadsverkiezingen, maar om de houding van de N-VA te begrijpen moet vooral gekeken worden naar de provincieraadsverkiezingen. Met Vives brachten wij de provinciale resultaten in kaart, opgesplitst per gemeente. En die vergeleken we met 2012. Enkel een winst of verlies vanaf 1 procent werd in rekening genomen, minder beschouwen we als een status quo. Wat blijkt? In zomaar even 218 gemeenten, drie vierde van het totaal, was er verlies voor de N-VA én winst voor het Vlaams Belang. Tussen beide partijen bestaat bovendien een erg sterke correlatie. Anders gezegd: wat de ene verliest, komt ongeveer overeen met wat de andere wint en vice versa. De gemeenten waar beide partijen winst boekten, zijn vrij schaars, amper 26. Je kan hieruit besluiten dat electoraal gesproken VB en N-VA communicerende vaten blijven. Het verlies voor de N-VA was enorm: van 32,4 procent in 2014 naar 24,8 procent vandaag. Bijna een derde van de Kamerzetels zou verloren gaan. Al meteen na de verkiezingen zei ik dat dit resultaat een echte ‘gamechanger’ zou zijn.”

Aanval op de rechterflank

Is in het verleden niet net gekozen om zich meer op het centrum te positioneren, ten koste van Open Vld en vooral CD&V? Wat rechts verloren wordt, kan in dat centrum gerecupereerd worden?

“Dat is net het grote strategische dilemma waar ze voor staan. Of stonden, want inmiddels blijkt dat een keuze gemaakt is. De ene optie bestond erin meer op het sociaaleconomische te hameren. Het benadrukken van het eigen bestuur en de resultaten die dat opleverde. Het zou ons een verhaal opleveren dat enorm lijkt op dat van 2014. Het N-VA-model versus het PS-model, zeg maar. Alleen werd dit vanuit de oppositie geschreven en blikken we inmiddels terug op vier jaar beleid. Wellicht heeft men in de Koningsstraat geoordeeld dat de resultaten iets te zwak waren om de hele verkiezingsstrategie daarrond op te bouwen. Er is helemaal geen goed gevoel over de economie, maar een aanzienlijk onbehagen. Dus bleef enkel de tweede optie over, namelijk de rechterflank beschermen. Het gaspedaal van migratie en identiteit verder indrukken dus om zo het VB te bestrijden op zijn eigen terrein. Een beslissing is genomen, maar dat dreigt ten koste te gaan van net dat centrum, voor wie Marrakesh geen crisis waard was, niet het minst omwille van net die sociaaleconomische dossiers. Waartoe dit zal leiden, weten we over enkele maanden. Ergens bewonder ik het feit dat zo’n resolute keuze überhaupt gemaakt werd, dat men de gok aandurft. Dat is toch wel kenmerkend voor die partij.”

Politieke deals onderhandelen

Het scenario raakte bekend dat Jan Jambon na de verkiezingen naar het Vlaamse niveau zou kunnen verhuizen als vervanger van Geert Bourgeois, voor wie Europa lonkt. Hoe realistisch is dit?

“Op zich valt daar wat voor te zeggen, om twee redenen. Zo onwaarschijnlijk het is dat de N-VA in een volgende federale regering zal zetelen – dat was al duidelijk voor de Marrakeshcrisis – des te waarschijnlijker is haar betrokkenheid bij een Vlaamse regering. Op Vlaams niveau is een monstercoalitie nodig om N-VA in de oppositie te dwingen, dus laten we ervan uitgaan dat dit niet zal gebeuren. En dan heb je die andere oefening: hoe hebben hun ministers zich de voorbije jaren politiek kunnen profileren? Ik heb het, voor alle duidelijkheid, niet over de kwaliteit van hun bestuur, maar mensen als Van Overtveldt en Muyters zijn zeker niet uitgegroeid tot politieke supersterren. Eigenlijk zie ik er slechts een handvol: Francken, Jambon, en Weyts eventueel, maar dan zijn we er ongeveer. Die sterren moet de partij in de toekomst maximaal laten renderen. De keuze voor Jan Jambon als minister-president is dan ook logisch. En dat zou wel eens een interessant verhaal kunnen worden. Want een N-VA die federaal naar de oppositie verwezen wordt, kan op Vlaams niveau zich op een andere manier profileren. Veel voluntaristischer, militanter zelfs, zo u wil. Geert Bourgeois wilde dat misschien wel, maar mocht niet. Zijn rol moest immers in het hele plaatje passen en een assertief Vlaanderen was niet wenselijk als de partij ook federaal aan de macht was. Ook Jambon heeft zich daar in deze constellatie aan gehouden, maar in een andere realiteit zou hij zich kunnen ontpoppen tot de Van den Brande van deze tijd.”

Welke rol kan de N-VA de komende maanden nog spelen?

“De regering-Michel II zal voortdurend op zoek moeten gaan naar een meerderheid, politiek deals sluiten. Op dit moment zit de frustratie nog zeer diep, maar in de politiek kunnen sentimenten snel veranderen. N-VA zal zich misschien op net die sociaaleconomische dossiers ‘constructief’ opstellen. Mooi, maar er is nog een deal die misschien gesloten kan worden. Op het einde van de legislatuur wordt beslist welke artikelen van de grondwet voor de volgende legislatuur voor herziening vatbaar worden verklaard. Om een ‘systemische’ confederale hervorming mogelijk te maken, zou artikel 195 best voor herziening vatbaar worden verklaard. Op die manier kan de hele grondwet worden herzien. Dat is blijkbaar zo afgesproken in de Atoma-schriftjes. De N-VA kan dat als voorwaarde stellen voor het steunen van Michel II. Of ze kan daar nog andere communautaire eisen aan koppelen. Want nu is de N-VA niet meer gebonden aan de communautaire stilstand.”

“Extreme dubbelzinnigheid rond het cordon”

“Het minste wat je kan zeggen is dat de N-VA extreem dubbelzinnig is over het cordon sanitaire”, benadrukt Bart Maddens. “Officieel zeggen ze principieel tegen te zijn, terwijl ze het in de praktijk rigoureus toepassen. De reden ligt voor de hand. Het cordon schenden zou ervoor zorgen dat ze werkelijk uitgespuwd worden door de politieke elite. Eens men de Rubicon oversteekt, is elke hoop om tot een federale meerderheid te behoren verdwenen. En de vraag of N-VA inmiddels zelf achter een cordon is beland, is terecht. Zou best kunnen. En het moet gezegd dat ze het met die fameuze anti-Marrakeshcampagne wel wat zelf gezocht hebben. We zagen daar opeens een zeer Vlaams Belangachtige N-VA opduiken. Zoiets verschaft je tegenstanders munitie, die ze heus wel gaan gebruiken.”

 

“Het communautair debat werd aan de belgicisten overgelaten”

De N-VA werd groot met het verhaal van de onbestuurbaarheid van die twee democratieën, België genaamd. Toen kwam de federale regeringsdeelname, de communautaire omerta en een beleid dat leek aan te tonen dat het toch allemaal wel kon werken. Of niet?

“Je kan moeilijk het beleid afbreken dat je zelf voert, natuurlijk”, lacht Bart Maddens. “Maar wanneer je de dingen vanop enige afstand beoordeelt, merk je dat deze analyse bijzonder actueel blijft. België draait vierkant, en daar heeft de regering-Michel I niets aan kunnen veranderen. Tijdens de voorbije vier jaar heeft de N-VA van vandaag vooral bewezen dat de N-VA van 2009 gelijk had. Binnen de huidige structuren is het allemaal niet meer dan pappen en nat houden. Het Belgische basisprobleem blijft onverminderd bestaan: we krijgen geen waar voor ons geld. De fiscale druk blijft bij de hoogste, alleen levert het ons in ruil een ‘failed state’ op. België leeft boven zijn stand. Je hebt dat federale niveau en het Vlaamse, twee peperdure overheden die mekaar bovendien voor de voeten lopen. Een uitweg hieruit kan maar twee richtingen volgen. Ofwel ga je voor een confederaal model, of je versterkt het Belgische niveau. Wat opvalt, is dat deze tweede piste de voorbije jaren terrein gewonnen heeft. Het idee van het herfederaliseren heeft zich kunnen ontwikkelen bij gratie van de communautaire stilstand die net de N-VA afgeroepen heeft. Het is geen overdrijving te stellen dat door de afgekondigde omerta het terrein overgelaten werd aan de belgicisten.”