Al wekenlang wordt Frankrijk overspoeld door het massale protest van de zogenaamde ‘gele hesjes’ tegen een aangekondigde verhoging van de brandstofprijs met een milieutaks door president Macron. De beweging ontstond spontaan via sociale media als Facebook, en mondde al enkele weken op rij uit in zware rellen in Parijs en elders.

Vorige week deden de Vlaamse media wat schamper over de kans van die gele hesjes om ook in België voet aan de grond te krijgen. Maar ik weet dat wanneer het regent in Parijs, het druppelt in Brussel. Als de gele hesjes aankondigen dat ze op vrijdag 30 november naar Brussel trekken, dan wil ik wel eens zien wat er gaat gebeuren.

De actie is aangekondigd vanaf het middaguur, maar als ik rond 10 uur met de wagen naar Brussel rijd hoor ik dat de Kleine Ring en het kruispunt met de Wetstraat, waar de regeringszetel van premier Michel ligt, al geblokkeerd zijn. Ik nader het centrum dus wijselijk van een andere richting en parkeer mijn wagen op zowat een halve kilometer van de Kleine Ring. Tot mijn verbazing is de Wetstraat al volledig afgesloten en leeg; nog voor de actie goed en wel begonnen is, zijn de gele hesjes dus al in hun opzet geslaagd.

Ter hoogte van de regeringszetel is alles dan nog rustig. Zo’n 200 gele hesjes staan op en rond het kruispunt, de verkeerspolitie houdt een oogje in het zeil. Er wordt gemoedelijk gepraat en kennisgemaakt. Organisatoren zijn er niet, woordvoerders nog veel minder. Plots roept iemand ‘kom, we gaan op stap’; De groep zet zich in beweging en volgt de Kleine Ring richting Madou. Van daaruit gaat het richting Congreskolom. Ik kijk eens goed rond: dit lijkt me een doorsnede van het gewone volk te zijn. Ik zie vrij jonge meisjes, en bejaarde mannen. Één ervan op krukken, met op zijn hesje ‘ancien résistance’ geschreven – oud-weerstander. Mensen dragen zelf geschreven bordjes mee: ‘wij zijn geel, onze bankrekening is rood’. Ik zie een enkel spandoek: ‘alles gaat omhoog, behalve ons loon’. De voertaal is Frans: de manifestanten zijn duidelijk vooral Walen en Franstalige Brusselaars. Vlamingen zijn er ook wel, maar duidelijk in de minderheid.

De mensen vooraan de stoet kennen de weg in Brussel goed. Langs kleine straten gaat het richting Centraal Station. Langs de route zie ik herhaaldelijk groepjes mensen afwachtend kijken om dan, wanneer ze merken dat er geen geweld is, hun gele hesje te voorschijn te halen en aan te sluiten. Als de groep aan het Centraal Station aankomt is hij aangegroeid tot naar schatting 400 man. En daar blijkt een groep te staan van zowat 400 gele hesjes uit Wallonië die net afgestapt is van de trein. De twee groepen begroeten elkaar met veel gejuich, en zetten koers richting het Warandepark.

Warandepark geblokkeerd

De toegang tot het Warandepark wordt echter door de politie met groot machtsvertoon van Friese ruiters, agenten in gevechtsuniform en waterkanon geblokkeerd. De menigte is ontgoocheld. ‘La Police avec nous’, wordt er geprobeerd. Maar de agenten geven geen krimp. ‘Neutrale zone’, klinkt het. Tja, ik heb toch mijn bedenkingen. Dit is geen optocht van een vakbond of een georganiseerde lobby, maar van eenvoudige belastingbetalers. Als de voetbalploeg daar mag ontvangen worden en de monarchie mag defileren op 21 juli, waarom zou het volk er dan zijn ongenoegen tegen te hoge belastingen niet mogen uiten?

De groep trekt dan maar terug naar het Centraal Station, en begint aan de beklimming van de Kunstberg, terug naar de Kleine Ring. Daar wordt het verkeer opnieuw geblokkeerd. De stemming blijft ontspannen: ik zie een vlag wapperen met ‘aloha Hawaii’, er wordt verbroederd met sympathiserende toeterende automobilisten en truckchauffeurs, en als een vrachtwagen met paracommando’s in de file komt vast te zitten krijgen de para’s opgestoken duimen, handdrukken en een luid ‘merci’. We zijn nu zowat anderhalf uur onderweg, en ik heb nog geen krasje op een wagen gezien.

Maar het wordt snel anders als de betoging aan de ambtswoning van Michel aankomt, opnieuw afgegrendeld met Friese ruiters en waterkanon. ‘Michel demission’, klinkt het luid, Michel ontslag. Een paar heethoofden gooien kleinere projectielen en een fles afwasmiddel naar de agenten. Het waterkanon spuit prompt de plek schoon vanwaar de projectielen vertrokken, en daarna recht in de menigte, die woedend reageert. Het waterkanon wordt dan gericht op een oudere man, die tegen de grond tuimelt en met hoofdwond wordt afgevoerd. Nu is het hek van de dam. Honderden boze burgers schelden de politie uit, en beginnen overal projectielen te zoeken om de agenten te bekogelen. Honderden anderen besluiten dat het welletjes is, en verlaten net als ik de demonstratie.

Wolken traangas

Op dat ogenblik vallen traangasgranaten in de menigte. De geur van het gas werkt in op de ogen, maar ook op de adem. Ik sta versteld. De voorbije jaren heeft Brussel enorm zware rellen gekend met vakbondsmilitanten en allochtonen; slechts zelden heb ik traangasgranaten in de straten van Brussel weten gebruiken. Een wolk traangas drijft nu over de Kleine Ring.

Of het effect van de traangasaanval gewenst is, valt alleszins te betwijfelen. Een groep van nog zo’n 200 man sterk, door het traangas richting Madou gedreven, probeert nu op de Kleine Ring barricades op te werpen tegen de oprukkende politietroepen met alles wat ze in handen kunnen krijgen. Soms stevig, met arduinen blokken. Soms eerder lachwekkend; zo wordt enthousiast een… plastieken buis uitgerold.

Ik heb genoeg gezien, en laat de demonstratie (of wat daar van over is) voor wat ze is. Met een omwegje ga ik terug richting Wetstraat, en tref daar tot mijn verbazing zowaar twee uitgebrande politievoertuigen aan. Het doet me denken aan wat ik ooit las in een boek over de Slag van Waterloo: als soldaat in zo’n massa heb je geen overzicht, en weet je dus niet wat er 200 meter vandaan bij je gebeurt.

Indrukken

Ik ga wat bekomen van de avonturen in een Brussels cafeetje, en bekijk de sociale media. ‘500 randdebielen, beroepsdoppers en vandalen,’ lees ik. Dat is toch wat sterk uitgedrukt, zeker 80 procent leken me ‘gewone’ mensen, al weet je bij zo’n ongeorganiseerde zaak natuurlijk niet wie zich eronder mengt. Ik las ergens een terechte opmerking van een geel hesje: ‘bij een voetbalwedstrijd weet je ook niet altijd wie de hooligans zijn en waar ze vandaan komen’.

‘Zeker weer allochtonen en linkse anarchisten’, lees ik elders. Allochtonen waren nauwelijks te zien, linkse anarchisten: ja, die waren er, maar naar mijn gevoel amper enkele tientallen. En bezig met hun eigen onnozelheden: toen het protest aan de Wetstraat bezig was, zag ik er één met een spuitbus opschriften aanbrengen op… een bankgebouw. Kwestie van prioriteiten, allicht.

‘Extreemrechts zit erachter’, lees ik. Tja, een delegatie van de Waalse nationalistische partij NATION was zichtbaar aanwezig, enkele tientallen sterk, met Waalse haan en Belgische vlag. Maar ze waren bewust ongemaskerd, en verlieten het terrein zodra de eerste stenen vlogen.

‘Allemaal gericht door de PS tegen de N-VA’, lees ik elders. Ik heb daarvan alleszins niets gemerkt: De woorden N-VA of De Wever vielen nergens, ook niet op spandoeken of plakkaten. Kop van Jut was Michel, maar naar mijn gevoel vooral als symbool, als regeringsleider, niet omdat hij nu toevallig liberaal is of een coalitie met N-VA sloot. De sfeer was naar mijn aanvoelen totaal anti-politiek; mocht Elio Di Rupo zich hier vertoond hebben, dan was die ook compleet weggehoond.

Een dag later gaan de poppen in Parijs nog zwaarder aan het dansen. Daar gaan ‘gele hesjes’ zelfs onderling op de vuist met ‘casseurs’, vernielers, die zowaar graffiti spuiten op de Arc de Triomphe, auto’s van burgers in brand steken en aan het plunderen slaan.

Het doet me denken aan een commentaar dat ik ooit las van een conservatief auteur: revoluties hebben, in al hun chaos, vaak hun eigen romantische aantrekkingskracht, zeker op jonge mannen. Maar ze hebben ook de hardnekkige neiging uit de hand te lopen en uiteindelijk… hun eigen kinderen op te vreten. Het in brand steken van privé-auto’s en het aanvallen van agenten die hun job doen lijkt me daar wel onder te vallen. Of de gele hesjes-beweging dus een toekomst heeft zal nog moeten afgewacht worden.