Door samen met de MR van premier Charles Michel voor de vlucht vooruit te kiezen, met een minderheidskabinet, hebben CD&V en Open Vld zich in nesten gewerkt. Zonder het goed te beseffen, werden ze plots overgeleverd aan de goede wil van de buiten gegooide N-VA. Een desastreuze tactiek, als gevolg van een ziekelijke rancune, die kan uitdraaien op een zware verkiezingsnederlaag.

Woensdag 5 december was het alle hens aan dek bij de N-VA. De uitgelekte campagne tegen het pact van Marrakesh moest inderhaast offline worden gehaald, en partijvoorzitter De Wever moest een publiek mea culpa slaan om de lont uit het kruitvat te halen. De beelden voor de campagne hadden veel weg van de aanpak die Vlaams Belang kiest, en de politieke tegenstanders duwden de N-VA al snel in de extreemrechtse hoek.

Sommige politieke commentatoren verkneukelden zich al: de N-VA had voor jaren een cordon sanitaire over zichzelf afgeroepen. Of op zijn minst ging in de komende legislatuur geen enkele partij met de Vlaams-nationalisten willen samenwerken.

Inmiddels wordt over die gewraakte campagne veel minder gesproken. In de peilingen beperkt N-VA de schade, en de politieke tegenstanders lijken door schaakspeler Bart de Wever klem gezet. De recentste VRT-peiling toont aan dat de N-VA rond 28 procent blijft schommelen. En vooral een grote voorsprong behoudt op de andere Vlaamse partijen.

De “orgie” in het parlement

Waarom bloedt de partij van De Wever niet? Veel, zo niet alles, is terug te brengen tot donderdag 6 december. Op dat moment namen de oppositie en de regeringspartijen MR, Open Vld en CD&V in de Kamer een resolutie aan waarbij ze een ‘ja’ aan het Marrakeshpact steunden. Het gebeurde in het parlement met enige wellust. Het betrof “een anti-NVA-orgie”, volgens De Wever. En dat gebeurde net op het ogenblik dat premier Michel binnen de regering nog bezig was een oplossing te zoeken, door gesprekken te voeren met vicepremier Jan Jambon. De relatie tussen beide excellenties is altijd goed geweest. Een oplossing zou bestaan hebben uit een onthouding van België bij de stemming van het pact in New York.

Op 6 december is de regering-Michel I de facto gevallen. Dat achteraf dan nog duidelijk werd dat Open Vld en CD&V vlug begonnen waren met het verdelen van de N-VA-ministerposten, deed de emmer overlopen.

Een minderheidsregering-Michel II kwam tot stand en al snel was duidelijk dat die geen cadeaus moet verwachten van de N-VA. Dat is nu eenmaal politiek. En de Vlaamse liberalen en democraten maakten het alleen maar erger met hun houding binnen “de regering op een stoel met drie poten” die Michel II was geworden. Vicepremier Kris Peeters (CD&V), waarvan bekend is dat hij sinds 2014 het regeringswerk heeft gesaboteerd, had het plots over nieuwe accenten leggen. Maggie de Block (Open Vld) gooide het asiel- en migratiebeleid in de prullenmand. De rancune droop van het televisiescherm. Niet verwonderlijk dat het enthousiasme om de regering vanuit de oppositie te steunen bij de N-VA sindsdien zo goed als onbestaande is. De Wever en consorten willen de vroegere coalitiepartners laten spartelen en slagen daar wonderwel in.

Intussen zijn Open Vld en CD&V de regie volledig kwijt. Er zit geen goede kant meer aan hun positie. Ze blijven lamme eenden in een minderheidsregering, of in lopende zaken. Zoals Peter de Roover (N-VA) terecht stelt: ze moeten ofwel gaan bedelen bij de N-VA om nog iets gedaan te krijgen, of ze kunnen niets anders dan bij de linkse oppositie aankloppen. En wanneer de verkiezingen ook plaatsvinden, Open Vld en CD&V hebben geen controle over het campagnethema. De N-VA kan als oppositiepartij de onderwerpen gemakkelijk sturen. Een verkiezingsnederlaag voor Open Vld en CD&V lijkt onvermijdelijk.

N-VA is niet kapot geregeerd

Eigenlijk hebben de klassieke partijen zich compleet miskeken op de N-VA. Ze hoopten van bij het begin dat de Vlaams-nationalisten zich federaal gingen verbranden en dat de partij zich kapot zou regeren. En totaal verdeeld uit de regeringsdeelname zou komen. Dat is niet gebeurd. Als het palmares van Michel I niet indrukwekkend is, dan kan de N-VA dit de komende maanden verklaren door te wijzen op het slecht functionerende Belgische bestel. Dus is het confederalisme de noodzakelijke uitweg, maakt Bart de Wever nu al duidelijk. Ook dat zal een onderdeel worden van de campagne. Dat Jan Jambon nu steeds vaker genoemd wordt als Vlaams minister-president, is evenmin onbelangrijk. Hij was een loyale vicepremier, maar kan zich nu beter profileren en zich tonen zoals hij altijd is: een flamingant.

Op federaal vlak blijft het koffiedik kijken. Wanneer de verkiezingen ook plaatsvinden, het zal een lange formatie worden. Niet alleen omdat de peilingen leren dat aan weerskanten van de taalgrens grote electorale verschillen te zien zijn, ook omdat een nederlaag bij één of meer partijen (wellicht ook bij de PS, maar zo goed als zeker bij de MR) tot een interne machtsstrijd zal leiden. Het wordt dan afwachten wie de nieuwe leider wordt. In dat verband is het interessant te zien hoe Didier Reynders zich op de achtergrond houdt. Een verkiezingsnederlaag van de MR zou er wel eens voor kunnen zorgen dat Reynders binnen de partij op het schild wordt getild en de clan-Michel naar de achtergrond verdwijnt. En dan kan Reynders alsnog voor het premierschap gaan.