Natuurlijk moet Brussel een middenklasse aantrekken, maar dan wel de juiste soort: kosmopolieten. Aan de ‘suburbanisten,’ hun tegenpool, hebben we niets. En als u denkt dat we dit in het belachelijke trekken, we plukten het uit een VUB-onderzoek. Of hoe de afstand tussen academische sociologie en farce beangstigend klein kan worden.

De middenklasse. Is er eigenlijk één partij die het daar nog niet over heeft gehad? Brussel heeft haar nodig, en dan specifiek om hetgeen ze de stad fiscaal kan opleveren. Het staat misschien niet even uitdrukkelijk in elk partijprogramma, voor zover dergelijke documenten enige relevantie hebben in de politieke praxis… Feit is dat er geen politicus rondloopt die nog nooit op dit pijnpunt gehamerd heeft, enkele verdwaasde Amad…, excuseer, PVDA’ers buiten beschouwing gelaten. We zullen de laatsten zijn om dit probleem te minimaliseren, maar interessant wordt het pas wanneer de reflectie begint over het hoe en het waarom van de trends die we ter zake ontwaren.

Overlappende verhalen

Een dubbele ontwikkeling zorgt voor deze fiscale lacune. Er is een uitstroom en een instroom. Binnen de eerste groep tref je heel wat mensen met een gedegen inkomen aan, de begeerde middenklasse zeg maar, terwijl lagere inkomens een te groot aandeel van de instroom uitmaken. Nu praat uw dienaar wel eens met mensen die deel uitmaken van die uitstroom. De verhalen die je hoort, vertonen heel wat overlappingen. Het gaat vaak niet om één enkele reden, eerder over een samenspel van storende elementen. Voor de ene zal het een al wat zwaarder doorwegen dan het andere, maar goed, dat is altijd zo.

Een lijst maken kan in een handomdraai. Criminaliteit, mobiliteit, onderwijsproblematiek (toch bij jonge ouders), maar ook – en nog steeds – wat we voorzichtigheidshalve als de ‘Überfremdung’ zouden durven bestempelen. Zeker dit laatste is niet iets waar men spontaan over zal beginnen, daarvoor heeft de politieke correctheid zich te diep in de maatschappelijke weefsels gevestigd. Maar tussen pot en pint kan al wat meer. Heeft het voorgaande wetenschappelijke waarde? Die pretentie hebben we niet. Dat laten we aan de VUB over, waar ze weer van een academisch prachtwerk zijn bevallen.

Mikken op kosmopolieten

Het onderzoek stond onder leiding van ene professor Verhoest, een socioloog, wat onze waakzaamheid onmiddellijk twee versnellingen hoger doet schakelen. Toegegeven, we hadden er nog nooit over gehoord, maar dat zal wel aan ondergetekende liggen wiens familiale, professionele en zeker amicale omgeving duidelijk geen begeerd biotoop is voor deze beroepskaste. Het vertrekpunt van de studie sprak ons wel aan. Net die fiscale mismatch waarover we het hadden, was het feitelijke vertrekpunt. “Hoe kunnen we mensen met een redelijk inkomen naar Brussel doen komen”, was de vraag die men eraan vast haakte. Zonder meer pertinent. Maar dan komt het…

Om te beginnen is de perceptie (het woord wordt onrustwekkend vaak gebruikt) van Brussel bij hen die er wonen ook allesbehalve positief, maar goed. Kijkt men naar de groep niet-Brusselaars, de poel waaruit de fiscale versterking zal moeten komen, dan onderscheiden de sociologen twee grote groepen. Mensen die aandacht hebben voor het groene, de rust, kortom de levenskwaliteit. Dat noemen ze de suburbanisten. Daartegenover staat dan weer een andere groep, die focust op de levensstijl, hoe je staat in het leven. Het zijn mensen die houden van diversiteit, de multiculturaliteit, etc. In het onderzoek krijgen ze de naam van – u gelooft het nooit – de kosmopolieten.

De ongemeen boeiende bevindingen worden ook in een duidelijk advies gegoten. Mik op de kosmopolieten, want die andere groep “conservatieve suburbanisten”, verklaarde hij op BRUZZ, die komt toch niet. Hun perceptie – daar gaan we weer – is wat ze is en kan toch niet meer worden bijgestuurd. Nee, de kosmopolieten, die hebben we nodig. Scientia vincere tenebras (door wetenschap de duisternis overwinnen), is niet voor niets de VUB-slogan.

Poincaré

Dat Verhoest de geschiedenis niet zal ingaan als de nieuwe Durkheim of Sombart, dat weten we ook wel. Toch zit er iets interessants aan zijn discours. Telkens heeft hij het over perceptie en beeldvorming. En nu zullen we de laatsten zijn om het belang daarvan te miskennen, maar misschien is er een realiteit die deze beeldvorming schraagt. Beide vallen nooit helemaal samen, maar de relatie bestaat wel degelijk. Men ervaart Brussel als een vuile stad? Een benchmark met andere (hoofd)steden zal aantonen dat daar iets van aan is. Men ziet Brussel als chaotisch? Hetzelfde antwoord. Criminaliteit? Komaan zeg. Slechts beeldvorming? Vraag maar aan die Chinees die na een halve wereldreis zijn fiets gestolen zag worden net in … Brussel.

De academici die samenhokken aan de Pleinlaan zijn tuk op die tekst van Poincaré die de basis van het vrij onderzoek vormt. Nooit mag het denken zich aan een dogma onderwerpen, klinkt het. Voor sommigen is het geen sinecure deze theorie in de praktijk om te zetten.