Het huidige bewind in Venezuela heeft El Libertador (de bevrijder) van een groot deel van Zuid-Amerika een heiligenstatus gegeven, maar in realiteit zitten er op zijn wapenschild nogal wat roestplekjes.

Een traditie van moord en doodslag

Tussen Caracas in het noorden en Kaap Hoorn in het zuiden komt niemand in de verste verte Simon Bolivar na qua aantal standbeelden, straten, lanen en pleinen met zijn naam. Zelfs een staat (Bolivia) en een munteenheid zijn naar hem genoemd. Maar om Bolivar en zijn tijd te begrijpen, is een beetje kennis van de Spaanse koloniale tijd nodig.

Om te beginnen is de term ‘Spaans’ niet helemaal correct. Christoffel Columbus ontdekt het continent in opdracht van de katholieke koningen Isabella van Castilië en haar man Ferdinand van Aragon. Maar alleen Isabella financiert de reis, dus hoort na de verovering het grootste deel van Zuid-Amerika (plus Midden-Amerika en het toen zoveel grotere Mexico) aan Castilië toe. De onderdanen van Aragon (een confederatie van Aragon en Catalonië) zijn er niet welkom. De Bourbon-koning Filips V schaft vanaf 1713 geleidelijk de autonomie van de Spaanse staten af en creëert het unitaire Spanje. Dan pas mogen de Barcelonezen naar Zuid-Amerika, waar de vetste brokken allang zijn verdeeld.

De conquistadores die het continent veroveren, zijn meestal galgenaas dat bloedig en gewelddadig rooft, plundert, indianen onderwerpt en zelfs Castiliaanse rivalen vermoordt. Dat endemische geweld in een bijzonder brutale maatschappij blijft een van de eigenschappen van het koloniale tijdvak. Tijdens de onafhankelijkheidsstrijd van Bolivar staat er geen enkele rem op de moordpartijen en executies. Bolivars opvolgers in de latere onafhankelijke staten verkiezen altijd geweld om hun zin te krijgen, zodat moord en doodslag het continent tot vandaag blijven teisteren.

Uitbuiting en corruptie

Eerst Castilië en later heel Spanje persen de kolonies zoveel mogelijk uit en verbieden iedere handel met andere Europese staten. Het gevolg is een verstikkende bureaucratie die door niemand wordt vertrouwd, die alles wil controleren en die handelsverkeer en economische vooruitgang zoveel mogelijk bemoeilijkt. Andere gevolgen zijn een enorme smokkelhandel, ontduiking van belastingen, wetteloosheid en corruptie om autoriteiten om te kopen. Vertrouwde gegevens tot vandaag, en volgens veel economisten zit een groot deel van het continent nog altijd in een pre-kapitalistische economie.

Grootgrondbezit is een erfenis van de kolonisering. Aanvankelijk krijgen kolonisten een enorme lap grond of een mijn om te ontginnen; indianen inbegrepen, die zich verplicht moeten doodwerken. Later ontstaat de haciënda met vrijwillige, maar onderbetaalde en uitgebuite arbeiders en veel slaven. Vandaar een groot aantal negers in bijvoorbeeld Colombia, want wegens hun gebrekkige immuniteit blijft op honderd jaar nauwelijks tien procent van de autochtone indianen in leven.

De Castiliaanse veroveraars produceren wel kinderen bij hun zwarte of rode onderdanen, maar tezelfdertijd is “limpieza de sangre” (bloedzuiverheid) een obsessie voor de rijke kolonialen, de zogenaamde creolen. Zoals iedere koloniale heerser vertrouwt Madrid nooit de in de kolonies geboren landgenoten, want die willen vroeg of laat politiek zelf iets te vertellen hebben. Bij het gerecht zijn ze ten slotte welkom, maar de hoogste ambtenaren en legerleiders komen honderden jaren lang uit het moederland.

Strijd tegen de koning in naam van de koning

Simon Bolivar is een van de kinderen uit een schatrijke creoolse familie. Hij wordt geboren in 1783 in Caracas, een van de belangrijke steden van het onder-koninkrijk Nieuw-Granada (Panama, Colombia, Venezuela, Ecuador en een flinke hap Peru). Hij krijgt privéonderwijs en trekt dan naar Spanje, waar hij met zijn geld een jonge adellijke dame aan de haak slaat. Zij bezoekt met hem Venezuela en sterft aan de gele koorts. Bolivar is er kapot van en zweert nooit meer te trouwen. Hij houdt die belofte, maar hij omringt zich de rest van zijn leven met een stoet minnaressen. Bronnen getuigen dat hij geregeld druk bezig is zich te ‘ontspannen’ in plaats van zijn soldaten behoorlijk te leiden.

Bij een volgend bezoek aan Europa leeft hij jaren in Frankrijk tijdens het bewind van Bonaparte. Hij merkt de dynamiek en de efficiëntie van dat land op, maar op latere leeftijd ontpopt hij zich als een imitator van de Franse dictator en zijn harde regime. Geen toeval dat wijlen Chavez Bolivar zo vereerde, en vandaag Maduro.

De bewondering van Bolivar gaat niet zo ver dat hij de brutale Spaanse staatsgreep van Napoleon aanvaardt. Die zet de Spaanse koning af en vervangt hem door zijn oudere broer Joseph Bonaparte. Bolivar keert naar huis en sluit zich aan bij een grote groep vooraanstaande creolen die de ijzeren greep van Madrid moe zijn en hun kans grijpen. In naam van de afgezette legitieme Spaanse koning verzetten zij zich officieel tegen de Franse usurpatie in het moederland en de kolonies. Feitelijk willen ze zelf de touwtjes in handen nemen in het onder-koninkrijk en de positie van hun Spaanse vorst ondermijnen. Spanje, waar een guerrillaoorlog tegen de Franse bezetter woedt, kan toch geen extra soldaten sturen.

De Britten steunen ook officieel de afgezette koning en steunen de Zuid-Amerikanen in hun afkeer voor gezanten van Joseph Bonaparte. In werkelijkheid willen ze dat de kolonies onafhankelijk worden zodat ze het Spaanse handelsmonopolie kunnen breken en massaal Britse industriële producten op die nieuwe markten kunnen dumpen. Bolivar is een aanhanger van Francisco de Miranda, de leider van de ‘independentisten’ die een oorlog start tegen de nog aanwezige Spaanse troepen en de creolen die de banden met Spanje niet willen verbreken.

Twee mislukte republieken

In april 1811 roepen de independentisten de Eerste Venezolaanse republiek uit. Bolivar krijgt het commando over het belangrijkste fort van het land, waar alle materieel gestockeerd is en gevangengenomen tegenstanders opgesloten zitten. Hij heeft het te druk met leuke dingen en hij verwaarloost de bewaking van het fort. In een actie die uit een stripverhaal kan komen, bevrijden de gevangenen zichzelf en ze verjagen Bolivar en zijn soldaten. Het Spaanse leger en de koningsgetrouwe creolen verslaan de opstandelingen en na een paar maanden is die nieuwe republiek opgedoekt. Bolivar en een paar anderen vrezen voor hun hachje en sluiten een akkoordje met de Spaanse bevelhebber. Ze nemen ’s nachts hun leider gevangen en leveren hem uit aan de Spanjaarden. In ruil krijgt Bolivar een vrijgeleide.

Hij vertrekt naar Curaçao, dat door de Britse vrienden bezet is. Van daar reist hij door naar wat nu Colombia is en waar independentisten en loyalisten ook aan het vechten zijn. Bolivar wordt met wantrouwen bekeken, maar toch krijgt hij een militair commando. En deze keer neemt hij het ernstiger op en staat hij aan de winnende zijde van een volgende republiek. De independentisten in Colombia zijn wel verdeeld tussen unitaristen en federalisten, en prompt beginnen zij een burgeroorlog, terwijl inmiddels loyalisten en overblijvende Spaanse troepen iedereen aanvallen. De beslissing valt in Europa. Bonaparte is in 1814 verjaagd en de Spaanse koning zit weer op zijn troon. Die stuurt een leger naar Colombia, dat korte metten maakt met de onafhankelijkheid. Bolivar laat zijn soldaten in de steek en vlucht naar de Britse vrienden in Jamaica.

Lees het vervolg en slot in het nummer van 13 december 2018.