PS-voorzitter Di Rupo heeft zichzelf aangeduid als lijsttrekker voor de  Kamerverkiezingen in Henegouwen. Hij ziet dat als een springplank naar een nieuw verblijf in de Wetstraat 16. Maar binnen de PS is niet iedereen gelukkig met die zet.

Ging het de Europese lijst zijn, of toch de federale Kamer? Waar zou ex-premier en partijvoorzitter Elio Di Rupo lijsttrekker worden? Het was de voorbije maanden het gespreksonderwerp bij de PS-top. Eind vorige week maakte de sterke man binnen de partij een einde aan de spanning. Hij besliste eigenmachtig de Kamerlijst voor de PS in Henegouwen, de rode provincie bij uitstek, te trekken. Dat liet hij op de RTBF weten. Eigenlijk was dat een minder grote verrassing dan sommige waarnemers deden uitschijnen. Door het cumulverbod zou Di Rupo niet én burgemeester van Bergen én Kamerlid en minister (of premier) kunnen zijn. Dus werd in oktober partijgenoot Nicolas Martin als lokale lijsttrekker naar voren geschoven. Hij wordt ook de nieuwe burgemeester van de Henegouwse hoofdstad.

Federaal

Dat Di Rupo voor het federale parlement kiest, kan erop wijzen dat hij droomt van een nieuw mandaat in de Wetstraat 16. Voor de ex-premier is de Zweedse coalitie een intermezzo. Een usurpatie bijna van zijn regering die België door het einde van de Grote Recessie heeft geloodst en voor zware communautaire spanningen heeft behoed. De recente oorlog rond het migratiepact tussen MR en N-VA sterkt Di Rupo in zijn vermoeden dat Vlaams-nationalisten en Franstalige liberalen straks geen coalitie meer zullen kunnen vormen. Dus komt de PS opnieuw in aanmerking als grootste Waalse partij. Kortom, Di Rupo, en hij alleen, zal bepalen wie toetreedt tot een volgende federale coalitie.

Nochtans plaatsen ze bij de PS ernstige vragen bij de zet van hun voorzitter. Bij de Franstalige socialisten is men altijd zeer voorzichtig met kritiek, maar blijkbaar broeit er ongenoegen. Ten eerste vinden sommigen dat het tijd is het tijdperk-Di Rupo af te sluiten. Niet vergeten dat de man al zo’n vijfentwintig jaar de nummer één is van de partij. Hij was vicepremier onder Dehaene, een tijdlang Waals minister-president, partijvoorzitter en premier. Een schitterend palmares voor een PS’er, maar dreigt Di Rupo niet het beeld te creëren van de PS als een oude en gedateerde partij? Di Rupo wordt volgend jaar 68. En fysiek valt de veroudering op, zonder in details te treden. Zo praat de PS-voorzitter anders, wellicht omdat hij een totaal nieuw gebit heeft, zeggen ze binnen de partij. Er wordt in de PS veel gefluisterd, en er zijn kopstukken die hun mening wat graag officieus aan de pers doorspelen. Zo was men op het hoofdkwartier aan de Keizerslaan ervan overtuigd dat Di Rupo voor de Europese lijst zou kiezen en afscheid van de nationale politiek zou nemen.

Voorzitter

Niet dus. Di Rupo zou ook niet weg te krijgen zijn van de belangrijkste post in de partij. Nu al doet het gerucht de ronde dat Di Rupo in 2019, indien hij naast een tweede mandaat als eerste minister grijpt, gewoon opnieuw partijvoorzitter wordt. Terwijl eigenlijk was afgesproken dat na de volgende parlementsverkiezingen Paul Magnette partijvoorzitter ging worden.

Een andere bron van ergernis binnen de PS is de fluwelen handschoen die Di Rupo aantrekt wanneer interne problemen moeten worden opgelost. De schandalen in Charleroi, het Publifinschandaal,… Di Rupo liet ze aanslepen, en de partij betaalde er electoraal een prijs voor.

Gesproken over ‘electoraal een prijs betalen’: 14 oktober was niet echt een succes voor de Franstalige socialisten, maar niemand durfde openlijk kritiek te uiten. De PS, die dertig jaar geleden in Wallonië nog meer dan 45 procent haalde, zou nu bij federale verkiezingen rond 25 procent schommelen. Een neergang die gemaskeerd wordt door het relatief beperkte succes van de neocommunisten van de PTB/PVDA. En door de zwak scorende MR (wellicht nog goed voor amper 21 à 22 procent van de stemmen).

Een brug te ver

Kaderleden van de PS vrezen eenzelfde resultaat bij de parlementsverkiezingen. En dan zou de volgende verkiezing voor Di Rupo de stembusslag te veel zijn. Zeker omdat de andere partijen Di Rupo zullen wijzen op beleidsmaatregelen die hij tijdens zijn premierschap (2011-2014) heeft genomen, zoals een beperking in de tijd van de inschakelingsuitkering (de vroegere wachtuitkering voor schoolverlaters). Met pakweg 25 procent blijft de PS in 2019 misschien de grootste Waalse partij, maar niet incontournable. Een anti-PS-coalitie van MR-cdH-Ecolo blijft mogelijk, is te horen.