De werkgeversorganisaties smeken bijna dat er tot 26 mei een federale regering is die allerlei sociaaleconomische maatregelen neemt. Blijkbaar beseffen ze niet dat iedereen in de Wetstraat de komende maanden niets gedaan zal krijgen. Trouwens, de vrees voor economische chaos is onterecht.

Er ging de voorbije weken bijna geen dag voorbij of de werkgevers waarschuwden voor de negatieve economische gevolgen van een aanhoudende crisis in de Wetstraat. Er moeten nog tal van dossiers worden afgehandeld, zo niet zou de economische groei daar zwaar onder lijden. Het ging steevast over de begroting, de arbeidsdeal en de opvolging van de Brexit.

Veel bangmakerij

Bangmakerij, in feite. Als we elk van die dossiers apart bekijken, valt op dat het weinig uitmaakt of er nog een regering met volheid van bevoegdheden aan de slag is. De begroting is gestemd in de commissies. Niemand zal het de N-VA kwalijk nemen als die partij zich bij de laatste stemming in plenaire zitting aansluit bij de minderheidsregering. Het was trouwens één van de eisen van de N-VA aan de regering-Michel II op het moment dat we deze rubriek afsluiten: de begroting wil men goedkeuren als er geen nieuwe belastingen komen.

Over de arbeidsdeal kunnen we kort zijn: ondanks wat allemaal verteld wordt, verandert dit weinig aan de arbeidsmarkt. De Brexit is andere koek. Een harde Brexit dreigt de Vlaamse economie tussen 30.000 en 40.000 banen te kosten. Alleen, de federale regering moet zich daar niet over buigen. De Vlaamse regering kan dat even goed. En het mag gezegd, Vlaams minister-president Geert Bourgeois was de eerste die waarschuwde voor de negatieve economische impact, en hij heeft flink gelobbyd. De federale regering is dus niet nodig.

Zelfbehoud

Waarom komen de werkgeversorganisaties, en vooral het Verbond van Belgische Ondernemingen, dan met zoveel onheilstijdingen? Het VBO denkt wellicht aan de eigen toekomst. Het is zowat de laatste echt unitaire sociaaleconomische instelling of organisatie, samen met de Nationale Bank en de vakbonden. Een stap richting confederalisme na 2019 zou slecht nieuws zijn voor het VBO. Binnen die organisatie schieten ze in een kramp wanneer men daarover begint. Men lijkt enkel geïnteresseerd in een status quo. Op een manier dat het echt pijnlijk begint te worden.

Kijken we even naar wat vorige week is gebeurd. De vakbonden kwamen voor de zoveelste keer op straat tegen het beleid van de federale regering; een regering die feitelijk niet meer bestaat. Enkele heethoofden van de syndicale organisaties hadden er niets beter op gevonden dan de hoofdzetel van het VBO met verf te bekladden. Tussen haakjes, die daad zorgde voor veel minder verontwaardiging dan de paar heethoofden tijdens de anti-Marrakeshmars.

(Lees verder onder de tweet)

Bedelende sociale partners

En wat doen de werkgevers daags na de grimmige vakbondsbetogingen? Ze gaan samen met de vakbonden op de koffie bij premier Charles Michel (MR), alsof er niets gebeurd is. Daar pleiten de sociale partners dan eensgezind voor het voortzetten van het regeringsbeleid. Reden: begin januari wordt een loonakkoord afgesloten voor de periode 2019-2020. En volgens de sociale partners kan zo’n akkoord er enkel komen als er een regering is met volle bevoegdheden. Onzin, want in 2011 werd een interprofessioneel akkoord afgesloten toen er nog geen uitzicht was op een federale regering na de verkiezingen van juni 2010.

Eigenlijk komen de sociale partners bij de federale regering gewoon om geld bedelen. Ze willen miljoenen euro’s voor de zogenaamde welvaartsenveloppe. Dat is een bedrag dat de regering vrijmaakt om de laagste uitkeringen te verhogen, zoals de pensioenen. Op zich geen probleem, maar zo’n welvaartsenveloppe is glijmiddel om een sociaal akkoord mogelijk te maken. Als die miljoenen aan de vakbonden worden toegekend, dan zullen ze niet te veel loonsverhogingen eisen, redeneren de werkgevers. Een gemarchandeer dat eigen is aan de oude Belgische overlegstructuur. Waarbij de belastingbetaler de factuur wel mag betalen. Daarom is het beter dat er voor enige tijd een regering van lopende zaken komt. Dan zijn we voor een tijdje gerust en worden er niet te veel cadeaus uitgedeeld.